terug
Uit: India Nu 94 (mrt-apr 1995)


Kinderarbeid in de katoenteelt

Zaadhandelaren ruiken het grote geld



De Landelijke India Werkgroep wil de arbeidsomstandigheden in de katoenteelt onderzoeken. Katoenzaad is hierbij de eerste schakel in de keten naar kleren en tapijten. Een bezoek aan India leert dat er duizenden meisjes tussen de zes en vijftien jaar in de produktie van hybride katoenzaden werken. De enorme hoeveelheden vaak verboden pesticiden die op de katoenplanten worden gespoten, maken de arbeidsomstandigheden erbarmelijk.

De Indiase regering verbiedt het werkgevers om 'kinderen onder de veertien jaar in een fabriek, mijn of andere gevaarlijke omgeving te werk te stellen' en ze stelt een medische keuring èn leeftijdscontrole verplicht. Maar dit soort wetten wordt op grote schaal ontdoken. Als er een controleur langskomt, zeggen de Indiërs zelf, komt hij om zwijggeld op te halen. De liberalisering, die ook in de zaadindustrie hard gaat, doet geen goed als het gaat om arbeidsomstandigheden. Op overheidsbedrijven, zo geven verschillende landbouwkundigen aan, worden in het algemeen de wetten beter nageleefd.


Katoenteelt kinderarbeidsintensief

In het droge en hete Andhra Pradesh bezoek ik, samen met entomoloog (insektenkenner) Rajendra Reddy, een katoenveld bij het dorp Khotakota. De boer die hybride katoenzaden van hoge kwaliteit produceert voor een Indiase zaadhandelaar in de nabijgelegen stad Hyderabad, is één van de vele katoenboeren uit het district Prakasham. Deze katoenspecialisten migreren steeds naar nieuwe gebieden in Zuid-India. Daar waar voldoende arbeidskracht is, voldoende water en niet teveel concurrentie, strijken ze neer, om bij tegenslag weer verder te trekken.
Meteen als we vanaf de weg het katoenveld inlopen, zien we al, verscholen tussen de halve meter hoge grijsgroene katoenstruiken, de kinderen in hun kleurige rokken aan de bloemen werken. Eén meisje is net het haar van haar vriendinnetje aan het vlechten. Twee anderen staan met elkaar te praten. De misselijkmakende geur van pesticiden beneemt ons bijna de adem. In de enige boom op het veld, zo weet Rajendra, ligt de baas. Uiterst relaxed overziet hij zijn personeel. Voor ons komt hij naar beneden.
Hij is negentien jaar, vertelt hij, heet Sivarama Krishna Chowdery en deze twee hectare huurt hij van een boer die tot dan toe het oliegewas castor verbouwde, een gewas dat weinig opbrengt. Nadat hij een put had geslagen, heeft hij met negentig meisjes het land vrijgemaakt van onkruid en stenen. In mei heeft hij met een paar mannen uit de dorpen het land omgeploegd en na het zaaien heeft hij honderdtwintig meisjes in dienst genomen om de jonge plantjes regelmatig water te geven.


Meisjes zijn goedkoper

De broer van Sivarama komt erbij staan. Een jongen van zo'n 25 jaar, die dit jaar in Khotakota met 1,8 hectare voor katoenzaad is gestart. Waarom heeft hij voor het werk geen volwassen vrouwen genomen, vragen we Sivarama. Hij lacht even naar zijn broer: "Jonge meisjes werken harder en zijn goedkoper (Rs 9,-/dag). Vrouwen moeten teveel bukken en daar hebben ze moeite mee of ze hebben er geen zin in en zij kosten 10 tot 25 roepees per dag.

de basis voor ons goedkope katoentje (foto: Marianne Heselmans)
Terwijl we met de baas en zijn broer staan te praten, hebben zich een twintigtal meisjes bij de waterpomp verzameld. Giechelend staan ze naar ons te kijken, ondertussen met het water spelend. De opzichter, een jonge, traditioneel geklede man met een grauwgrijs rubberen bandje in zijn hand, loopt wat onzeker rond. Dan stuift hij naar de meisjes en slaat er eentje een paar keer met zijn bandje. Nog steeds lachend duiken de meisjes terug in de struiken om er even later weer breed grijnzend uit te komen.


Geen werk, geen eten

"Sinds een paar weken zijn de meisjes aan het bestuiven", legt de broer uit, terwijl de baas de kinderen nu zelf tot de orde roept. Van zijn opdrachtgever heeft Sivarama twee typen katoenplanten gekregen, A en B. Eerst moeten de meisjes van type A alle mannelijke bloemen weghalen en van type B alle vrouwelijke bloemen. Daarna krijgt elk meisje een eigen rij met planttype A. Deze moeten de meisjes de volgende dag met mannelijke bloemen van type B bestuiven. Alles bij elkaar ongeveer vier maanden werk. De kinderen hebben een week training nodig, leggen de broers uit. Deze meisjes zijn nieuw dit jaar en daarom hebben ze er per hectare bijna 45 nodig. Waarom geen jongens? "Jongens doen dit fijne werk niet graag", verklaart Sivarama. "En ze kunnen ook meer verdienen in ander werk, zo'n tien tot vijftien roepees per dag." Ze vinden het niet vervelend dat ze de meisjes uit school houden. Grinnekend: "Als ze naar school gaan, dan heeft het gezin niet genoeg te eten." En over de kritiek van Nederlandse ontwikkelingsorganisaties op de kinderarbeid in India kaatsen ze terug: "Dan moet Nederland deze kinderen en hun families maar te eten geven."


Pesticiden onschadelijk?

Intussen heeft zich een tweede broer van Sivarama bij ons gevoegd. Ook hij heeft hier in Khotakota 1,8 hectare voor katoenzaden. Nu de bloemen bloeien, vertellen de broers, is het insekt de 'Padborer' (Helicoverpa armisera) een grote bedreiging. Ze moeten dan ook intensief spuiten. De zaadhandelaar, Agro Prudhvi, wil de zaden immers niet als er ook maar iets mee is. De broers zijn niet zo bezorgd over eventuele schadelijke gevolgen voor de meisjes. Ze gebruiken maximaal de dosis die op de potten staat aangegeven. De kinderen moeten voor de lunch goed hun handen wassen. En ze spuiten de rijen met vrouwelijke bloemen, op het moment dat ze in een ander deel van het veld mannelijke bloemen verzamelen. "Maar bovendien", zeggen ze lachend, "de Indiase pesticiden zijn van zulke slechte kwaliteit, dat zelfs de insekten er niet aan sterven, laat staan de kinderen."
Op het gebruik van de pesticiden is geen controle, vertelt Rajendra later. Bekend is dat ze de kans vergroten op long- en huidaandoeningen, maar dit treedt vaak pas maanden later op. De ouders van de meisjes leggen dan geen verband meer tussen het werken in de katoen en de aandoening. Een bijkomend probleem is dat de streek rond Hyderabad de laatste tien jaar geteisterd wordt door droogtes. Behalve de grote armoede die dit met zich meebrengt, is er vaak te weinig water om zich goed te wassen na het werk.


Als ze mochten kiezen, ...

Als we teruglopen, passeren we een klein meisje van een jaar of acht. Als Rajendra op haar afloopt om te vragen of ze wil laten zien hoe ze de bloemen bestuift, trekt ze met haar mond. "Niet slaan", zegt ze en ze lijkt te willen gaan huilen. Rajendra stelt haar gerust en loopt naar een ouder meisje. Deze toont nauwgezet hoe ze met de meeldraden van een mannelijke bloem een paar keer over de vruchtbeginsels van de vrouwelijke bloemen strijkt. De mannelijke bloemen draagt ze in een stoffen zakje om haar buik.
Twee vriendinnetjes komen er bij staan. Op onze vraag of ze het werk prettig vinden, knikken ze voorzichtig ja. Ze hebben geen hoofdpijn of huiduitslag, zeggen ze. Het kleine meisje komt er nu ook bij. Haar moeder is gestorven, vertelt ze en haar vader slaat haar als ze niet wil gaan werken. Haar zusters wonen elders. In Khotakota is een school en daar zouden de meisjes wel graag naar toe willen, vertellen ze, maar dat mag niet van hun ouders. Ze moeten werken om eten te kunnen kopen.

XXX

Dit verhaal verscheen eerder in het Wagenings Universiteitsblad.




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 3 juli 2008