terug
Uit: India Nu 93 (nov-dec 1994)


Dalits eisen hun rechten op

Het succes van Kanchi Ram



Steeds meer kastelozen verkiezen de door henzelf gekozen naam 'Dalit', letterlijk vertaald: 'onderdrukt'. De naam wordt dan ook met gepaste trots gebruikt. Zonder schaamte voor hun maatschappelijke positie of afkomst verwerpen Dalits hun onderdrukking. Gandhi noemde hen 'Harijans', kinderen van God. Activisten die opkomen voor de rechten van kastelozen hebben weinig vertrouwen in de welwillendheid van hoge kasten die van Harijans spreken. In een tijd dat het hindoefundamentalisme groeit, groeit het Dalit-bewustzijn eveneens. Een nieuwe confrontatie.

Brahmanen (de priesterstand) werden in het verleden opgevoed met het idee dat indien slechts de schaduw van een onaanraakbare op hun voeten viel, zij zich vanwege deze verontreiniging grondig dienden te wassen. Onaanraakbaren mochten vroeger niet de waterput gebruiken die mensen van kasten gebruikten. Ook werd hen de toegang tot tempels, hotels en restaurants ontzegd. Volgens het orthodoxe hindoeïsme is hun lot hun eigen schuld; omdat zij in een vorig leven iets verkeerds hebben gedaan, zijn zij als onaanraakbare geboren. Voor sommigen zijn zij nog steeds niet meer dan oud vuil. Dat blijkt uit de met enige regelmaat voorkomende mishandelingen en moorden zoals die in 1991 in Tsundur (Andhra Pradesh) plaatsvonden (zie India Nu 76). Menig politicus komt in zulke gevallen langs om zijn deelneming te betuigen. Veel zijn de Dalits tot op heden echter niet opgeschoten met dit soort belangstelling. Vandaar dat zij zich steeds vaker zelf organiseren om hun positie te verbeteren. De groeiende Dalit-beweging bestaat echter niet alleen uit kastelozen. Het is een beweging gebaseerd op solidariteit tussen verschillende onderdrukte groepen. Kastelozen, lage kasten, vrouwen en moslims slaan in deze beweging hun handen ineen.


Wreedheden

In Rajasthan werd de afgelopen drie jaar gemiddeld tien keer per dag aangifte gedaan van wreedheden tegen Dalits. In geen van de gevallen heeft dat volgens de Times of India (16 mei 1994) geleid tot vervolging door de rechtbank. In de eerste drie maanden van dit jaar werd bijna 900 keer aangifte gedaan. Ondanks de wettelijke mogelijkheid daartoe werd niet een keer besloten tot financiële compensatie van de slachtoffers. Maar Dr. Bhupendra Singh, hoofdinspecteur van politie in het Sawai Madhopur district, meent: "Een groot deel van de aangiften is vals en meestal liggen er politieke motieven aan ten grondslag." Op een bijeenkomst van NGO's, advocaten en rechtbankmedewerkers in Jaipur klonken echter heel andere geluiden. Dr. Sunil Ray, lid van het instituut voor ontwikkelingsstudies in Jaipur, stelde daar: "Rajasthan staat nummer drie op de lijst van deelstaten als gekeken wordt naar het aantal misdaden tegen leden van de Scheduled Castes (kastelozen)". De eerste secretaris in Rajasthan, Meetha Lal Mehta, bekeek het van de andere kant: "De autoriteiten verdienen een compliment omdat het in Rajasthan minder erg is dan in andere deelstaten". Volgens de journalist Vijay Vidrohi, die een aantal wreedheden jegens Dalits in het Bhilwara district onderzocht, had de politie in een paar gevallen de slachtoffers een hogere kaste toegedicht. Op die manier kwam men onder de wet uit die Scheduled Castes recht geeft op compensatie wanneer zij het slachtoffer worden van geweld.


Nieuwe politieke partij

Veel wreedheden tegen Dalits komen voort uit geschillen over land en over vooroordelen over kaste en onaanraakbaarheid. Soms gaan Dalits, tegen de plaatselijke gewoonte in, een tempel van hogere kasten binnen. Een andere keer weigeren zij de hun toegewezen waterput in het dorp te gebruiken, die minder hygiënisch is dan de put van hogere kasten. Dit nieuwe zelfbewustzijn van Dalits wordt gedragen door een nieuwe generatie Dalit-activisten die goed opgeleid zijn. Op

Kanchi Ram in Andhra Pradesh (foto: Frontline, apr 1994)
hun initiatief doorbreken Dalits de eeuwenoude tradities. Hoge kasten voelen zich door dit groeiende zelfbewustzijn bedreigd en slaan vaker dan voorheen gewelddadig toe om hun macht te handhaven. Dit heeft de afgelopen maanden in verschillende deelstaten tot bloedige incidenten geleid.
Dit nieuwe Dalit-bewustzijn heeft ook zijn weerslag in de politieke verhoudingen. Dalits stemmen tegenwoordig op een nieuwe partij die voor hun belangen opkomt, zoals de Bahujan Samaj Party (BSP) onder leiding van Kanchi Ram, zelf een Dalit. In de deelstaat Uttar Pradesh vormt de BSP sinds vorig jaar november samen met de Samajwadi Party (SP) een minderheidsregering. Dit gaf een nieuwe impuls aan het Dalit-bewustzijn. Want voor het eerst in de Indiase geschiedenis neemt een Dalit-partij deel aan een regering. De BSP probeert nu ook in het zuiden voet aan de grond te krijgen.
In Andhra Pradesh is zij voorlopig het meest succesvol. Hier bevindt zich een grote potentiële achterban van de BSP. In Andhra Pradesh behoort 50% van de bevolking tot de Backward Classes (lage kasten), 20% tot de Scheduled Castes (kastelozen), 10% tot de Scheduled Tribes (tribalen), en 5% zijn minderheden. De Dalits vormen hier dan ook een reële bedreiging voor de Congres Partij.
Kanchi Ram is vooral populair onder het 'gewone' volk en weet grote mensenmassa's op de been te brengen. Hij wil zijn aanhang graag doen geloven dat hij in New Delhi aan de macht zal komen. Omdat hij dit voorlopig niet waar zal kunnen maken, zou zijn grootspraak in de toekomst zich ook tegen hem kunnen keren. Want ondanks zijn ongekende opmars in het afgelopen jaar, is zijn toekomst niet geheel zeker. Ontactische uitspraken en onenigheid binnen zijn partij hebben ertoe geleid dat de Indiase media de laatste maanden kritischer tegenover Kanchi Ram staan dan voorheen.


Onafhankelijkheid

Sinds het vertrek van de Britse bezetter in 1947 is er in essentie voor de Dalits niet zoveel veranderd. Na het vertrek van de Engelse bezetter waren velen vol goede hoop. Met de grondwet in 1950 werd het principe van onaanraakbaarheid afgeschaft. Maar Brahmanen (3,5 % van de bevolking) bezetten nog steeds meer dan de helft van de topfuncties (topambtenaren, rechters, ambassadeurs etcetera). De verschillende hogere kasten, samen 15% van de bevolking, hebben nagenoeg alle belangrijke functies in handen. Toch zijn er mooie regelingen gekomen, zoals het voorkeursbeleid voor lage kasten. Krachtens de grondwet hebben kastelozen en tribalen tezamen recht op 22,5 procent van alle overheidsbanen, onderwijsplaatsen en parlementszetels. In Tamil Nadu worden in totaal zelfs 69 procent van de banen bij de overheid en van de plaatsen op de universiteiten

Ambedkar

Vaak wordt - vooral buiten India - de emancipatie van kastelozen toegeschreven aan Mahatma Gandhi, maar in werkelijkheid speelde Gandhi een dubbelzinnige rol. Kastelozen hebben veel meer te danken aan hun leider dr. Bhimrao Ambedkar (1891-1956) die zich in de onafhankelijkheidsstrijd ontwikkelde tot opponent van Gandhi.
In tegenstelling tot Gandhi was Ambedkar zelf een kasteloze. Hij werd minister van justitie in het eerste kabinet van het onafhankelijke India en was veel radicaler dan Gandhi. Gandhi wilde door een hervorming van het kastenstelsel het verschijnsel van onaanraakbaarheid uitroeien. Zijn ideaal was een maatschappij met de oorspronkelijke vier standen (priesters, krijgers, kooplieden en boeren, en handwerkers en landarbeiders) waarbij de kastelozen onder de vierde stand zouden vallen. Het standenstelsel zelf bleef op deze manier onaangetast. Ieder diende zijn plaats te kennen die hem krachtens zijn beroep en geboorte toekwam. Ambedkar daarentegen nam geen genoegen met hervormingen. Hij wilde het kastenstelsel geheel afschaffen, en de maatschappij op basis van gelijkheid opnieuw inrichten.
In 1932 liep het conflict tussen Gandhi en Ambedkar zeer hoog op. Ambedkar wilde een apart electoraat voor kastelozen om hun invloed op de politiek te waarborgen. Voor Gandhi was dit onaanvaardbaar omdat het de natie in tweeën zou delen. Toen Ambedkars voorstel door de Engelse regering aangenomen zou worden, ging Gandhi in hongerstaking. Hij dreigde dit vol te houden tot de dood erop zou volgen. Ambedkar gaf daarom toe, maar later schreef hij in het boek 'What Congress and Gandhi have done to the untouchables' (1946): "... de middelen die het leven van onaanraakbaren heeft verminkt, verwoest, en vernietigd zijn intact en onaangetast in de kern van het Gandhianisme" (pag. 308).
Gandhi en Ambedkar hadden een verschillende benadering. Gandhi sprak hoge kasten aan op hun plichten, terwijl Ambedkar de nadruk legde op de rechten van lage kasten en kastelozen. Tegenover het paternalisme van Gandhi die de meerderheid van de Indiase bevolking achter zich had, stonden de felle eisen van Ambedkar die een minderheid vertegenwoordigde. En Gandhi leidde een nationalistische beweging terwijl Ambedkar leider was van een sociale beweging. Ambedkar nam bewust niet deel aan de onafhankelijkheidsbeweging. Hij wilde eerst de politieke rechten van kastelozen vastleggen, voordat zij (weer) afhankelijk zouden worden van hoge kaste hindoes. Ambedkar werkte daarom samen met de Engelsen zolang hij via die weg de rechten van kastelozen veilig kon stellen. En Ambedkar was succesvol. Toen de Engelsen vertrokken, waren dankzij hem verschillende rechten van kastelozen in de grondwet vastgelegd. Tot op heden vormen deze de basis van de wetten waar Dalits zich op kunnen beroepen.

gereserveerd voor de Backward Classes, Scheduled Castes en Scheduled Tribes (Frontline, 12 augustus 1994). Maar de minister van Binnenlandse Zaken van Rajasthan, Dhr. Kailash Meghawal - zelf een Dalit -, stelde op eerder genoemde bijeenkomst in Jaipur dat je met wetten sociale normen niet een, twee, drie verandert. Ondanks hervormingscampagnes en wetten verwacht hij dat het onderscheid tussen de kasten voorlopig niet zal verdwijnen. Het verzet van mensen uit de lage kasten is dan ook een logisch gevolg van hun nog steeds voortdurende onderdrukking. Het begint er naar uit te zien dat India de rekening daarvan nu gepresenteerd begint te krijgen.


Incidenten

Het nieuwe Dalit-bewustzijn leidde het afgelopen jaar tot verschillende incidenten waarvan kastetegenstellingen de aanleiding waren. De Dalit-beweging heeft kritiek op de mensen die Gandhi's ideeën propageren. Dit wordt hen door Gandhianen niet in dank afgenomen. Toen dit voorjaar in Andhra Pradesh aanhangers van Ambedkar riepen dat Gandhi het op een aantal punten niet juist had, vernielden en bekladden Congres-aanhangers als reactie beelden van Ambedkar.
Eenzelfde polarisering vond plaats in Maharashtra waar een naamsverandering van de universiteit in Aurangabad voor grote opschudding zorgde. De Marathwada Universiteit werd vanaf januari 1993 - onder invloed van de Dalit-beweging - Marathwada Ambedkar Universiteit genoemd omdat op deze universiteit sinds Ambedkars optreden een aanzienlijk aantal Dalits studeerden. Rellen en demonstraties waren het gevolg. Eén van de studenten stak zichzelf in brand. Huizen van Dalits en overheidsgebouwen gingen in vlammen op. Voordat deze naamsverandering plaatsvond, had de universiteit 3000 verzoeken van ouderejaars studenten binnen. Zij wensten op de diploma's de oude, korte naam vermeld zien, zonder Ambedkar. Een miniem verschil, maar voor hen, wel van cruciaal belang. De naam Ambedkar roept in tegenstelling tot die van Gandhi controverses op omdat de strijd die hij vijftig jaar geleden voerde nog steeds actueel is. Ambedkar staat symbool voor het verzet van onderaf. Maar de bovenkant piekert er niet over om de machtsverhoudingen te veranderen. Zij hebben er veel te veel baat bij om de traditionele waarden van het kastenstelsel te handhaven. Zij verzetten zich hevig tegen de groeiende invloed van de Dalit-beweging. Het voorstel van de Mandal-commissie om ook reserveringsquota voor lage kasten (naast die voor kastelozen en tribalen) in te voeren, leidde tussen 1990 en 1992 tot een groot protest tegen dit voorkeursbeleid.
Voorlopig is de polarisatie langs religieuze en kastelijnen nog niet voorbij. In Uttar Pradesh is de Ayodhya-kwestie nog niet opgelost. Hindoefundamentalisten grijpen hier alle gelegenheden aan om de SP-BSP coalitie ten val te brengen, en buiten de steeds grotere kastetegenstellingen hiervoor uit. Een golf van wraakacties tussen hoge kasten en Dalits eiste begin dit jaar in deze deelstaat verschillende levens. En bij demonstraties en rellen rond het reserveringsbeleid van de deelstaatregering werden in september tien mensen gedood en honderden gewond.
Ook Maharashtra kan zich opmaken voor nieuwe onrust. De BSP eist sinds eind juli dat de universiteit in Poona voortaan naar Maharaja Shahu Chhatrapati vernoemd zal worden. Deze Maharaja ondersteunde in het begin van deze eeuw de anti-brahmaanse beweging. De BSP heeft de komende maanden 1500 symposia en bijeenkomsten over deze kwestie gepland. Zeer waarschijnlijk zal de BSP hiermee weer grote mensenmassa's op de been krijgen. Natuurlijk is het de vraag of andere zaken niet belangrijker zijn dan een naamsverandering. Maar voor Dalits heeft het een symbolische betekenis. Het zou een nieuwe erkenning van hun strijd tegen onderdrukking zijn.


Terug naar af

De groeiende Dalit-beweging is eveneens een reactie op het succes van hindoefundamentalistische organisaties, zoals de BJP (Bharatiya Janata Party) en VHP (Vishwa Hindu Parishad). In Uttar Pradesh kwam de BSP in november 1993 aan de macht, nadat er na de vernieling van de Babri Masjid moskee in Ayodhya (6 december 1992) nieuwe deelstaatverkiezingen uitgeschreven waren. Voor die tijd zat de BJP in de deelstaatregering. Onder haar 'toeziend oog' vond de vernieling van de moskee plaats. Het zijn Dalit-partijen geweest die het groeiende hindoefundamentalisme een halt hebben toegeroepen.
Maar tevens heeft de Dalit-beweging hun succes aan dit fundamentalisme te danken. Hindoefundamentalistische partijen trachten met religieuze blokvorming ("rijk of arm, we zijn allemaal hindoe") de klasse- en kastestrijd te ontkrachten. Hun ideaal is de scheiding tussen godsdienst en staat op te heffen en het hindoeïsme tot staatsgodsdienst te maken. Maar met de opkomst van dit hindoefundamentalisme drong het tot kastelozen en lage kasten door dat het teruggaan naar het traditionele hindoeïsme voor hen niet veel goeds met zich mee brengt. Het zou terug naar af zijn; het einde van de seculiere staat en terug naar het kastenstelsel.
Moslims sloten zich al snel bij dit verzet aan. Het hindoefundamentalisme speelde op die manier (naar we aannemen onbedoeld) de Dalit-beweging in de kaart.


Verdeel en heers

Nieuw aan de Dalit-beweging is dat zij onderdrukking op grond van kaste centraal stellen. Hiermee onderscheiden zij zich van communistische partijen die, onder invloed van het westen, het accent leggen op klasse-onderdrukking. Het succes van de Dalit-partijen gaat dan ook ten koste van communistische partijen. In Andhra Pradesh reageren communistische partijen CPI en CPM getergd, want Kanshi Ram heeft ook de nodige kritiek op hen. Kanchi Ram is het eens met Satyamurti, een van de andere BSP leiders, die zegt dat de hogere kasten in de communistische beweging zijn geïnfiltreerd. Nagabhushana Rao, secretaris van de CPI in de deelstaat Andhra Pradesh, meent naar aanleiding hiervan: "Kanchi Ram heeft last van een minderwaardigheidscomplex en bovendien zijn de communisten tegen de verdeling van de maatschappij in kasten". Nagabhushana Rao nodigt de BSP leiders ondanks dit soort conflicten uit om samen de strijd aan te binden tegen de onderdrukking van de Dalits. Ze zouden zich volgens hem bijvoorbeeld gezamenlijk in kunnen zetten voor de herverdeling van land. Daar is weliswaar een prachtig overheidsprogramma voor, maar door tegenwerking van lokale grootgrondbezitters en ambtenaren komt er van de uitvoering niet zoveel terecht.
De solidariteit tussen verschillende onderdrukte groepen in de Dalit-beweging biedt nieuwe perspectieven. Het communisme dat uitging van een klassenstrijd sloot nooit goed aan bij de Indiase situatie. Klassensolidariteit bestaat in India nauwelijks omdat de laagste klasse in India verdeeld is in een oneindig aantal kasten die weinig contact hebben onderling. Het 'verdeel en heers principe' is in India in de vorm van het kastenstelsel zeer sterk en hardnekkig. Het is dan ook uniek dat zich in de Dalit-beweging steeds meer verschillende onderdrukte groepen verenigen. Op deze manier oefenen kastelozen, lage kasten en moslims gezamenlijk politieke macht uit en kunnen zij misschien eindelijk hun situatie verbeteren.
Een paradox van de Dalit-beweging is dat zij zich op basis van kaste organiseren, hoewel zij tegen het kaste-principe zijn. Positieve discriminatie - op grond van kaste - is bijvoorbeeld hun centrale programmapunt. Tegenstanders (waaronder intellectuelen) bekritiseren haar op dit punt. Nieuw aan dit kastebewustzijn van Dalits is echter dat nu niet hoge kasten maar lage kasten zich op basis van kaste organiseren. Dit zou het begin van een revolutionaire verandering kunnen zijn. Een seculiere staat is in 47 jaar er niet in geslaagd de onderdrukking van lage kasten op te heffen. Hopelijk is een nieuw zelfbewustzijn onder lage kasten en kastelozen dit wel.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 3 juli 2008