terug
Uit: India Nu 127 (september-oktober 2000)



Katoenteelt

Maikaal-project biedt boeren biologisch alternatief



De intensieve katoenteelt maakt rijkelijk gebruik van kunstmest en pesticiden. Dat gaat ten koste van het milieu en de gezondheid van de katoentelers. Bovendien kunnen veel boeren de dure bestrijdingsmiddelen niet meer betalen. Het verzet van de boeren tegen hun afhankelijkheid van grote multinationals in de handel van zaden en bestrijdingsmiddelen groeit. Sommigen keren zich af van pesticidengebruik en gaan over op biologische teelt. xxx reisde naar de Indiase 'cotton belt' om er filmopnamen te maken voor een documentaire over katoenteelt.

Sevagram ligt in de deelstaat Maharashtra, acht kilometer van het stadje Wardha, in een streek waar veel katoen wordt verbouwd. Deze idealistische leefgemeenschap is ooit gesticht door Mahatma Gandhi. Hier heeft hij een groot aantal jaren doorgebracht voorafgaande aan zijn Quit India Campaign.
  Gandhi had deze plaats niet willekeurig gekozen. Hij zocht een symbolische plek in het hart van India. Zonder op de kaart te hoeven kijken kun je er dus van uitgaan dat Sevagram het centrum van het land is. Sevagram is niet alleen van historisch belang; nog steeds is het een belangrijk centrum voor mensen die Gandhi's leer van de geweldloosheid aanhangen. Dat blijkt al snel na aankomst, door een ontmoeting met een man die niet alleen uiterlijk maar ook anderszins veel van Gandhi wegheeft. Net als Gandhi was hij advocaat. Na zijn pensioen heeft hij zich hier teruggetrokken, en zijn wijze spreuken en levenslessen doen zeer Gandhiaans aan.
  In Wardha wordt duidelijk hoe zeer deze streek nog steeds verweven is met de grondlegger van het huidige India. In nagedachtenis van Gandhi is de stad drooggelegd; er is geen druppel alcohol te krijgen. Hier is ook het Centre of the Science for Villages gevestigd. Het handspinnewiel was Gandhi's 'lijfinstrument' en een symbool van de onafhankelijkheidsstrijd, en in een zaal zijn zo ongeveer alle soorten spinnewielen uit heel India verzameld. Een mooie plek voor een gesprek over de situatie in de katoenteelt van het India van nu.


Nieuwe afhankelijkheid

Vijay Jawandhia is leider van de Maharashtra Farmers' Movement. In het voorjaar was hij in Europa om te protesteren tegen de besluitvorming binnen de Europese Unie over patenten op genetisch erfgoed. De boerenleider was onder meer van de partij bij een demonstratie voor het hoofdkantoor van Bayer, een van de multinationals die boeren van veredelde katoenzaden en bestrijdingsmiddelen voorziet.
  Jawandhia ziet een directe lijn tussen de rol die de handel in katoen speelde tijdens de vroegere kolonisatie en de huidige afhankelijkheid van boeren van buitenlandse multinationals. "De spinnewielen die we hier zien zijn een symbool van het verzet tegen de Engelse overheersing. Het mechanisch spinnen en weven van katoen was het begin van de Industriële Revolutie in Engeland. De ruwe katoen werd naar Engeland geëxporteerd en als doek weer naar India verscheept om op de lokale markt tegen hoge prijzen te worden verkocht. De binnenlandse productie van garen en doek werd hardhandig de kop ingedrukt, door het zelf spinnen en weven te verbieden. Wevers die zich hiertegen verzetten werd de duim afgehakt. Een van Gandhi's eerste verzetsdaden was de promotie van het handspinnewiel, waarmee mensen in hun eigen behoefte aan kleding konden voorzien."
  Een van de belangrijkste activiteiten van de boerenorganisatie is de boeren in Maharashtra bewust te maken van de nadelige effecten van handelsliberalisering en globalisering. De organisatie heeft tot nu toe voldoende druk weten uit te oefenen op de deelstaatregering om het systeem van vaste prijzen voor katoen te handhaven. In Maharashtra ontvangen boeren nog steeds een hogere prijs voor de katoen dan de huidige wereldmarktprijs. In andere deelstaten is het staatsmonopolie op de handel in katoen al afgeschaft, een direct gevolg van het liberaliseringsbeleid van de landelijke overheid. De uitzonderingspositie van Maharashtra lijkt geen lang leven meer beschoren. Dagelijks berichten de kranten over boeren die protesteren dat ze nog geen geld hebben ontvangen voor de geleverde katoen.


Bestrijdingsmiddelen

In een plaatselijke winkel prijken op de schappen aan de wand blikken en potten bestrijdingsmiddelen met beruchte namen. Volgens de Wereldgezondheidsorganisatie behoren ze tot de categorieën 'extreem schadelijke' en 'zeer schadelijke bestrijdingsmiddelen' die alleen mogen worden gebruikt wanneer strenge veiligheidsvoorschriften in acht worden genomen, om over de schadelijke milieueffecten nog maar niet te spreken.
  De winkelier lijkt niet op de hoogte van de risico's. Op de vraag of de stoffen schadelijk zijn antwoordt hij: "Voor u misschien wel, want u bent het niet gewend, maar boeren hier kunnen ze gerust gebruiken, die zijn inmiddels resistent geworden". Zijn collega, een straat verderop, denkt daar anders over. Nadat hij een hele verzameling blikken heeft uitgestald wijst hij aan: "Kijk, op deze pot staat een rood label. Wanneer je die met je blote hand mengt en die hand vervolgens in aanraking komt met mond, krijg je acute vergiftigingsverschijnselen die in het ergste geval kunnen leiden tot de dood. De potten met blauwe en gele labels zijn minder schadelijk." Hij weet waar hij het over heeft. Het komt regelmatig voor dat de politie bij hem navraag komt doen omdat iemand zelfmoord heeft gepleegd door landbouwgif te drinken dat uit zijn winkel komt. Zelfmoorden door boeren die gevangen zitten in een web van diepe schulden komen veel voor, en de Indiase pers heeft er de afgelopen jaren herhaaldelijk over bericht.
  De internationale zaden- en bestrijdingsmiddelenindustrie hanteert slimme methoden om haar producten aan de man te brengen. Ze organiseert demonstraties voor nieuwe producten. Handelaren die de jaarlijks vastgestelde omzetstreefcijfers halen krijgen snoepreisjes aangeboden. Een van de handelaren heeft al drie keer een buitenlandse reis gemaakt. Een keer naar de Verenigde Staten, een keer naar Duitsland en vorig jaar nog naar Australië. De muren in de belangrijke Indiase katoengebieden zijn vergeven van grote reclames van de internationale zaden- en bestrijdingsmiddelenbedrijven als Bayer, Novartis en Monsanto.


Biologische teelt

Jawandhia is sinds drie jaar gestopt met het gebruik van pesticiden. "Het financiële risico is te groot", meent hij. "Er is te weinig garantie op een goede oogst. De werking van de bestrijdingsmiddelen is uitgeput want de schadelijke insecten tegen wie ze zijn gericht zijn inmiddels resistent geworden. Je moet bij plagen zulke grote hoeveelheden gebruiken dat de kosten nauwelijks meer opwegen tegen de opbrengst."
  Aan biologische teelt, dat wil zeggen gecontroleerd door inspecteurs van keurmerk-organisaties, waagt Jawandhia zich nog niet. Hij vertelt dat boeren in de omgeving slechte ervaringen hebben met de teelt van biologische katoen. Hen was een meerprijs van 20 tot 25 procent beloofd wanneer ze biologisch zouden telen. Maar toen het oogsttijd was zei de buitenlandse afnemer ineens dat er geen markt was voor biologische katoen in Europa.
  Die klacht is niet nieuw. Volgens T. P. Rajendran van het Indiase Katoeninstituut (CICR), gelegen aan de grote weg tussen Nagpur en Wardha, zijn "de biologische katoenproducenten commerciële jongens. Ze hebben geen echte binding met de boeren en laten hen vallen als het hen zakelijk niet voldoende oplevert".
  Het Maikaal-project, ten zuiden van Indore, probeert daar wat aan te doen. Men is zich bewust van de inspanningen die het boeren kost om aan de keurmerk-eisen voor biologische katoen te voldoen. Een systeem van vaste contracten tussen de coöperatie van katoenboeren, de verwerkende spinnerij en weverij, en de winkelbedrijven die de eindproducten afnemen, moet een goed alternatief bieden.
  Het project is opgezet door de Indiase zakenman Morgan Jalan en de Zwitserse garenfabrikant Patrick Hohmann (Remei AG). De supermarktketen Coop Schweiz, marktleider in Zwitserland verkoopt de eindproducten (babykleding, ondergoed, sokken en T-shirts en huishoudtextiel zoals handdoeken en lakens), goed voor inmiddels twintig procent van de totale omzet van textielproducten.
  Toen Jalan in 1992 begon met het Maikaal-project kreeg hij veel tegenwerking van de overheid. Volgens de landbouwfunctionarissen was het niet mogelijk om katoen te verbouwen zonder het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Dat boeren desondanks vertrouwen hadden in het project ziet hij dan ook als een grote verdienste. Er meldden zich meteen al 223 boeren aan. Jalan: "Er was ons alles aan gelegen dat het experiment zou slagen, al was het maar om de overheid ongelijk te geven".
  Inmiddels hebben zich ruim duizend boeren bij de coöperatie aangesloten. Zij ontvangen voor de katoen vijftien tot twintig procent meer dan de marktprijs. In de nabijgelegen spinnerij en weverij wordt de katoen verwerkt, een kwart van de productie is biologisch. De beide zakenpartners Jalan en Hohmann streven naar een productie van uitsluitend biologische katoen. Maar dat is voorlopig niet haalbaar, aldus Jalan. "Het is nu al moeilijk het bedrijf te leiden. De boeren hebben begeleiding nodig, om te voorkomen dat wij het risico lopen dat we katoen moeten afkeuren omdat er toch met chemicaliën is gewerkt. En dat is ook in het belang van de boeren want die rekenen op de hogere prijs die wij hun betalen. We hebben veel geïnvesteerd in de training van veldwerkers, die regelmatig bij de boeren langs gaan voor advies en controle. De boeren zitten nu al verspreid over tachtig dorpen. Onze capaciteit om meer veldwerkers te trainen is momenteel uitgeput."
  De familie Patidar is een van families die zijn aangesloten bij de coöperatie. Grootvader Sitaram en zijn zoon Ashok hebben allebei jarenlang met pestiden gewerkt. Kleinzoon Manoj heeft een opleiding gevolgd voor het kweken van nieuw zaaigoed. Trots laat hij zijn diploma zien. Op het land pakt de grootvader een kluit aarde en houdt die dicht bij de camera: het krioelt van de wormen. Een groot verschil met de periode dat pesticiden werden gebruikt die alle bodemleven doodden. "Het is hard werken", zegt zijn zoon Ashok. "Meer dan toen ik nog kunstmest en bestrijdingsmiddelen gebruikte. Maar ik heb het er graag voor over, want ik verdien ook meer." Eerlijkheidshalve voegt hij eraan toe: "Als ik geen premie zou krijgen voor biologische katoen, zou ik me nog eens bedenken".







De auteur is verbonden aan de Alternatieve Konsumenten Bond (AKB).
De documentaire 'Slow Poison; Indiase boeren in de wurggreep van de groene revolutie' is op video te huur of te koop bij de AKB (tel.: 020-6863338, akb@akb.a2000.nl).

xxx
(foto's: Jörg Böthling)



begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 20 september 2000