terug
Uit: India Nieuwsbrief 52 (jan-feb 1988)


De kerk

Kinderen van God:
Kinderen van India?



India wil het eigenlijk niet weten. Maar ongeveer vijftien procent van de bevolking behoort tot de vroegere onaanraakbaren, door Mahatma Gandhi welwillend tot 'harijans' gedoopt, 'kinderen van God'. Zelf noemen de oorspronkelijke bewoners van dit subcontinent zich veel liever kinderen van het land. Later binnengevallen volken, onder andere Indo-Ariërs, 'hebben hen van hun grondrechten beroofd en het kastenstelsel heeft hun onderwerping maatschappelijk bezegeld. Hoewel de agrarische economie alleen kon bestaan dankzij hun arbeidskracht, werden zij door de kaste-hindoes als onrein beschouwd en tot onaanraakbaren gedegradeerd. In sommige delen van India gold hun aanblik alleen al als verontreinigend. Kans op positieverbetering was er nauwelijks en eventuele pogingen daartoe werden door de kastemaatschappij bruut gesmoord.

De christelijke kerk in India wil het eigenlijk ook niet weten. Maar naar schatting is twee-derde deel van haar leden afkomstig uit deze grote groep van vroegere onaanraakbaren. Vooral onder het kolonialisme zijn zij in groten getale naar het christendom overgegaan en vandaag behoort ongeveer drie procent van de bevolking in India tot één van de christelijke kerken. Hoewel een verdwijnend percentage, is dat in absolute aantallen nog altijd ongeveer zestien miljoen, duS meer dan de huidige omvang van de Nederlandse bevolking. Opvallend is de geografische spreiding: zeventig procent van hen woont in de zuidelijke staten. In Kerala is zesentwintig procent van de bevolking christen en in het Kanyakumari district, op het uiterste zuidpuntje van India, vormen christenen zelfs een meerderheid. Maar in de Gangesvlakte, het centrum van hindoeïsme, zijn zij vrijwel afwezig.
Het christendom hoefde overigens niet vanuit Europa naar India te worden gebracht. Al in de eerste eeuwen van onze jaartelling woonden er christengemeenschappen op India's westkust, die volgens de overlevering door de apostel Thomas zijn gesticht. Toen vanuit Europa de ontdekkingsreizen begonnen, heeft de rooms-katholieke missie vervolgens een groot deel van de Zuid-Indiase vissersbevolking tot het christendom bekeerd. Mede daarom hadden rooms-katholieke priesters in Kerala een belangrijk aandeel in de recente acties van kleine vissers tegen de levering van moderne trawlers (zie LIW-brochure 'De Blauwe Revolutie in India').


    Ontvankelijkheid

Pas na 1813 werd het zendingswerk van katholieken en protestanten in Brits-Indië officieel toegestaan. De kooplieden van de 'East India Company' vonden de bemoeienis van die mannen met hun witte boorden maar lastig. Zij vreesden dat de geloofsijver van de zendelingen heftige reacties zou uitlokken bij de plaatselijke bevolking, met als gevolg verstoring van de openbare orde en schade voor de handel. Daarom was er in 1813 een uitspraak nodig van het Britse parlement om de 'East India Company' te verplichten christelijke zending op haar grondgebied in India toe te staan.
Vooral protestantse genootschappen hebben van die mogelijkheid gebruikgemaakt. Na de onafhankelijkheid hebben de verschillende kerken die zij stichtten zich naast de oudere kerk van de zogenaamde Thomas-christenen verenigd in onder andere de Kerk van Zuid-India (1947) en de Kerk van Noord-India (1970).
Zoals gezegd bleken met name de onaanraakbaren ontvankelijk voor de boodschap van het evangelie. Dat is niet zo verwonderlijk. Zij behoorden immers tot de meest uitgebuite en onderdrukte bevolkingsgroep. Een zendeling schreef in de vorige eeuw over de 'Pariahs', een onaanraakbare groep in Zuid-Kerala: "zij worden verhandeld als vee, afgeranseld als buffels, moeten de hele dag werken voor een hap rijst en worden op een afstand gehouden als onrein, terwijl zij lijden aan onwetendheid en vluchten in dronkenschap en demonen-verering".
Omdat de protestantse zending een zaak was van de Engelse 'kleine luyden' en dus zelf armlastig, kon zij in materieel opzicht weinig hulp verlenen. Van groot belang was echter het onderwijs dat op grote schaal werd georganiseerd. Alle bevolkingsgroepen waren op de zendingsscholen welkom, maar vooral onaanraakbaren, die meestal van de bestaande scholen werden geweerd, maakten er gebruik van. Mede door de inspanningen van de zending telt Kerala nu het hoogste percentage gealfabetiseerden van heel India. Het heeft Kerala overigens ook met een lastig probleem opgezadeld: toen de zending eind vorige eeuw het steeds groeiende onderwijs niet langer kon betalen, klopte zij aan bij de maharadja van Travancore (Zuid-Kerala) om financiële steun. Na de onafhankelijkheid in 1947 leidde de vraag, wie het in het onderwijs nu eigenlijk voor het zeggen had, tot grote spanningen, die tijdens de communistische regering Namboodiripad (1957-1959) tot een uitbarsting kwamen.


    Materiële baten

Behalve onderwijs had de zending nog wel meer te bieden. De Europese zendelingen hadden vrij gemakkelijk toegang tot inheemse en koloniale overheidsinstellingen, waar onaanraakbaren geen voet mochten of durfden zetten. Daar konden zij de belangen van hun bekeerlingen behartigen, als die door landheren waren bedrogen of door politie-agenten mishandeld. Ook konden de zendelingen met steun van de overheid acties ondernemen tegen misstanden waar vooral de laagste bevolkingsgroepen het slachtoffer van waren, zoals het willekeurig recruteren van mensen voor zogenaamde herendiensten. In tijden van crisis, zoals bij hongersnoden, konden de zendelingen vaak hulp verlenen dankzij de financiële bijdragen van Engelse ambtenaren of rijke planters ter plaatse.
Spirituele overwegingen speelden natuurlijk ook een rol bij de geloofsovergangen. Ze zijn alleen veel moeilijker te achterhalen. Duidelijk is overigens wel dat de boodschap van het evangelie in heel directe termen werd opgevat. Bevrijding uit ellende klonk veelbelovend genoeg voor mensen die onder vele vormen van ellende gebukt gingen. De verkondiging dat alle mensen als kinderen van God een waarde vertegenwoordigen was een openbaring voor al diegenen die alleen maar hadden geleerd zichzelf te minachten. En de oproep een nieuw leven te beginnen sloot volledig aan bij de wens van die onaanraakbaren die de bestaande situatie ondraaglijk begonnen te vinden.
Veel zendelingen toonden zich in de vorige eeuw teleurgesteld wanneer zij moesten vaststellen dat hun bekeerlingen niet door 'zuivere', dat wil zeggen louter geestelijke motieven werden bewogen. Uit hun brieven klinkt soms irritatie door, omdat de directe belangenbehartiging, het regelen van geschillen, het schrijven van petities enzovoort zoveel tijd in beslag nam, dat er nauwelijk5 tijd overbleef om het evangelie te prediken. Aan het eind van de negentiende eeuw tekende zich overigens een kentering af in het missionaire denken, mede afgedwongen door de praktijk: het verlenen van hulp aan hen die geen helper hadden werd steeds meer gezien als een legitieme opdracht en zo begon de ontwikkeling van de zending naar een actieve solidariteit met de armsten.
In navolging van de zendelingen hebben ook veel onderzoekers de onaanraakbaren 'onzuivere' motieven willen toedichten bij hun overgang naar een andere godsdienst. Het zou hen niet om religieuze maar om materiële overwegingen zijn gegaan. We moeten echter wel bedenken dat in de Indische samenleving het hindoeïsme alle aspecten van het leven bestrijkt. Waar het hindoeïsme een situatie van onderdrukking legitimeert, kan een verandering van religie voor de slachtoffers van die onderdrukking als een mogelijkheid dienen tot sociale mobiliteit. Aandacht voor de sociaal-economische omstandigheden is dan niet het tegendeel van een zich richten op religieuze zaken, maar een essentieel onderdeel daarvan. Onze onderscheiding in motieven gold voor de meeste Indische christenen niet. Zij zagen de zendelingen als hun geestelijke en wereldlijke leiders.


    Dubbele onderdrukking

De Indische bekeerlingen gingen er overigens bij hun geloofsovergang lang niet altijd materieel op vooruit. Het gebod om de zevende dag als een rustdag te gebruiken werd door de zending op veel plaatsen strict gehanteerd, hetgeen betekende dat arme landarbeiders werden gedwongen van een dagloon af te zien, op straffe van uitsluiting uit de kerkelijke gemeenschap. Veel onaanraakbaren werden in het stille seizoen door de landheren aan hun lot overgelaten en zagen zich gedwongen om zich onder andere door diefstal in het leven te houden. Het stricte verbod om niet te stelen verkleinde hun overlevingskansen nog meer. Landheren en planters toonden juist daarom een voorkeur voor christelijke arbeidskrachten: het verbod op diefstal en dronkenschap, alsmede de nadruk op gehoorzaamheid schiepen volgzame arbeiders, waar de bezittende klassen dankbaar gebruik van maakten. Begonnen als een boodschap van bevrijding, werd het christendom voor velen een nieuwe vorm van onderschikking.

"De bijbel", Trivandrum, Kerala (foto: L u u k   K r a m e r)
Hoewel kaste-onderscheidingen na de onafhankelijkheid bij de wet zijn verboden, zijn de meeste ex-onaanraakbaren er nog steeds slecht aan toe. Christen-onaanraakbaren worden in feite dubbel gediscrimineerd. Terwijl hindoe-onaanraakbaren speciale regeringshulp ontvangen in de vorm van overheidsbaantjes, studiebeurzen en politieke vertegenwoordiging, zijn christen-onaanraakbaren van deze hulp verstoken. De overheid redeneerde na de onafhankelijkheid - in navolging van de toenmalige kerkelijke leiders - dat onaanraakbaren die naar het christendom waren overgegaan een nieuwe identiteit verkregen. Daarom kunnen zij niet worden aangemerkt als ex-onaanraakbaren in de zin van de wet.
Daarmee is aan de ellende van deze mensen nog geen einde gekomen. Ook in de kerk worden zij aan hun afkomst herinnerd. Christenen uit hogere kasten weigeren met hen te trouwen en in Zuid-India kent men op sommige plaatsen aparte avondmaalsdiensten en begraafplaatsen voor christen-onaanraakbaren. De meeste bestuurlijke posities in de kerk en in aanverwante organisaties worden ingenomen door 'kaste-christenen' en in het Indiase parlement worden weliswaar 42 zetels bezet door christenen, maar niet één van hen behoort tot de vroegere onaanraakbaren.
In de jaren zeventig is er echter iets belangrijks veranderd. Hindoe-onaanraakbaren in West-India nemen het niet langer en verenigen zich in een militante organisatie, de Dalit Panters. 'Dalit' is sanskriet en betekent 'onderdrukt'. Panter verwijst naar de Zwarte Panters in Amerika. Door het voorbeeld van de hindoes geïnspireerd, zijn ook de christen-onaanraakbaren zich gaan organiseren. Drie jaar geleden richtte Jayakaran Joseph, een maatschappelijk werker in Vellore, de Christian Dalit Liberation Movement op, met als doel het kaste-onderscheid in kerk en maatschappij te bestrijden.


    De Dalits aan het woord

Een delegatie van deze beweging was vorig jaar op bezoek bij zwarte christenen in Amerika. Omdat hun reis mede was mogelijk gemaakt door de zending van de Gereformeerde Kerken in Nederland, waren zij op de terugreis ook enkele dagen in ons land. Een groep redelijk zelfbewuste en welbespraakte mannen en vrouwen uit protestantse en rooms-katholieke kerken uit heel India, die allemaal nauw betrokken zijn bij het welzijn van hun eigen groep, de Dalits. Wat dachten zij van de zwarte christenen in Amerika te kunnen leren? Manickam, een historicus uit Madurai, legt het uit.
Zwarten in Amerika en Dalits in India hebben veel gemeenschappelijk. Zij vormen een grote minderheid in hun eigen land en zijn eeuwenlang het slachtoffer geweest van slavernij. Terwijl in Amerika op huidskleur wordt gediscrimineerd, gebeurt in India hetzelfde op basis van toegeschreven onreinheid. Dat verhindert overigens niet dat beide groepen ook seksueel worden uitgebuit. Ruth Manorama, lid van de delegatie, herinnert er aan, dat bij negentig procent van alle verkrachtingen in India een Dalit-vrouw het slachtoffer is.
Er is nog een schrijnende overeenkomst, vertelt Manickam. Zowel in Amerika als in India grepen onderdrukte groepen het christendom aan als een weg naar bevrijding. Maar zij ontdekten dat er ook in de kerk werd gediscrimineerd, niet door het evangelie, maar door veel christenen zelf. Een ander lid van de delegatie, Azariah, vertelt dat hij na tachtig jaar de eerste christen-Dalit was die een graad behaalde aan het Madras Christian College, tot dan een bolwerk van 'kaste-christenen'.
Een opzienbarende ontwikkeling was dat deze Azariah enkele jaren geleden sekretaris-generaal werd van de protestantse kerk van Zuid-India. Hij is een energieke, emotionele, sterk dominerende man die de Dalits vergelijkt met de Samaritanen uit het Nieuwe Testament. De Samaritanen werden als de pest gemeden, maar Jezus koos juist hun kant. Azariah gebruikt zijn positie heel bewust om de Dalits in de kerk meer kans te geven. Wij ontvangen veel steun van de westerse kerken, zo zei hij, maar het bereikt ons vaak net zo min als de Vijfjarenplannen van de regering. Hij weet er gelukkig blijmoedig onder te blijven.
Het bezoek aan de zwarte christenen betekende ook een wederzijdse herkenning en bemoediging. Veel belangstelling bestond er voor de zwarte bevrijdingstheologie en men prentte elkaar in dat zwarten en Dalits zichzelf moeten bevrijden. Ruth: "de zwarten zeggen 'black is beautiful', wij zeggen 'Dalit is dignified', het is een eer een Dalit te zijn".
De christen-Dalits hebben nog een moeilijke weg te gaan. Bij de Indiase regering is er onlangs opnieuw op aangedrongen de speciale overheidshulp aan Dalits ook aan de christenen onder hen te verlenen. Ook zij willen zich kinderen van India kunnen voelen. Het Hooggerechtshof heeft echter geoordeeld dat christen-Dalits eerst moeten aantonen dat zij binnen hun eigen godsdienst op dezelfde wijze worden onderdrukt als de andere Dalits binnen het hindoeïsme. Op mijn bezorgde vraag of daarmee geen dynamiet wordt geplaatst onder het fundament van de kerk, glimlachten de delegatieleden instemmend.
De Christian Dalit Liberation Movement ziet zichzelf als een soort Mozes die met Gods hulp zijn volk zal bevrijden. En denk er aan, zo voegde Prabhakar, een zoöloog, er aan toe, als jullie kontakten zoeken met de kerken in India, zorg er dan voor dat je ook Dalits te spreken krijgt en dat jullie samenwerkingsprogramma's ook hen ten goede komen.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 1 september 2009