terug
Uit: India Nu 136 (mrt-apr 2002)


Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Multinationals zijn volgens Indiërs niet verantwoord bezig


'Multinationals zijn niet sociaal verantwoord bezig', kopte de Indiase Financial Express op 12 januari 2002. Het artikel bespreekt het onderzoek Altered Images: Understanding and Encouraging Corporate Responsibility in India, het laatste van enkele recent gepubliceerde rapporten en boeken over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO). De discussie over MVO als begrip begint in India op gang te komen, hoewel allerlei thema's binnen die discussie, zoals arbeidskwesties, milieu en de relatie met de gemeenschap, natuurlijk al een lang verleden hebben.

De IT-sector is in India de meest sociaal verantwoorde sector. Het minst verantwoord bezig zijn de alcohol-en tabaksindustrie. Dat is het resultaat van een opiniepeiling onder ruim duizend mensen uit hogere inkomensgroepen, door het onderzoek 'het brede publiek' genoemd, honderd arbeiders en honderd managers. Het onderzoek is uitgevoerd door het Tata Energy Research Institute in samenwerking met ORG-MARG, een bureau voor opinie-onderzoek.
   Multinationale ondernemingen komen er in het onderzoek niet zo best van af. Bedrijven als Unilever, Sony, Coca Cola en Nestlé worden wel gewaardeerd om de kwaliteit van hun producten, maar verder hebben de ondervraagden - terecht of onterecht - weinig vertrouwen in het gedrag van deze bedrijven op het gebied van het milieu, de behandeling van werknemers en de bijdragen aan de gemeenschap. Zo wordt bijvoorbeeld Hindustan Lever, de Indiase dochter van Unilever, geassocieerd met een recent schandaal rond het dumpen van giftig kwikafval van een thermometerfabriek.
    Bedrijven dieals sociaal verantwoordelijk worden gezien, zijn vooral, al dan niet gekleurd door chauvinisme, van Indiase origine: Bharat Heavy Electricals, Tata, Reliance, Godrej, Maruti en de Birla-groep.
    De waardering voor het maatschappelijke gedrag van verschillende bedrijfstakken toont een gevarieerd beeld. Terwijl managers en het publiek vooral goede cijfers geven aan de IT-sector, zijn arbeiders met name positief over de farmaceutische industrie, de financiële sector en zelfs de auto-industrie. Waarschijnlijk bieden die laatste de beste arbeidsvoorwaarden.


Stakeholders

In het rapport worden vier modellen van verantwoord ondernemen in India onderscheiden. Allereerst is er het 'ethische model', dat vooral belichaamd wordt door het Gandhiaanse idee van 'rentmeesterschap' (trusteeship), waarbij de eigenaren van een bedrijf vrijwillig

MVO in India: Tata en IEI

De Tata Group, een grote Indiase multinational, is voor de meeste Indiërs het boegbeeld van maatschappelijk verantwoord ondernemen. The Tata Council for Community Initiatives is speciaal om de activiteiten van het bedrijf te laten voldoen aan de 'triple bottom line: people, planet and profit'. Tata werkt aan milieuverbetering, zetten eigen personeel in voor sociale programma's met lokale organisaties, financieren activiteiten van NGO's en worden in het algemeen als een goede werkgever beschouwt. 'Altered Images' meldt echter niet hoe de Tata Group omspringt met arbeiders in de uitbestedingsketen van de Tata-bedrijven.

Een veel kleiner bedrijf, Ion Exchange India (IEI), is een van de bedrijven die volgens het 'stakeholder model' wil werken. Zij houden zich bezig met afvalwaterzuivering. Overeenkomstig hun visie hebben ze hun activiteiten ook naar het platteland uitgebreid waar ze samen met NGO's aangepaste technologie, training en diensten leveren aan lokale gemeenschappen. IEI heeft ook een programma voor ecologische landbouw waarbij ze boerengroepen trainen om hun producten volgens internationale biologische normen te verbouwen. Ook vormen ze 'Community Grower Groups' van biologische boeren die ze helpen bij de controle en certificatie van producten zodat ze deze voor behoorlijke prijzen op de Europese markt kwijt kunnen.

hun bezit aanwenden voor het welzijn van de burgers. Dit Gandhiaanse ideaal inspireerde diverse Indiase bedrijven tot het spelen van een actieve rol op filantropisch gebied. Tata is hier het bekendste voorbeeld van. Bedrijven behorende tot de Tata-groep bouwden scholen en klinieken en ondersteunden allerlei welzijnsinitiatieven. Het tweede model is het 'staatsmodel'. Dit kwam tot uiting in genationaliseerde bedrijven die werknemers wettelijk bescherming boden en ook ontwikkelingsdoelstellingen moesten realiseren, zoals investeringen in achtergebleven gebieden. Inmiddels, door de privatisering van bedrijven, is deze aanpak op de terugtocht. Het 'liberale model' - de derde variant - gaat er van uit dat ondernemingen geen andere verantwoordelijkheid hebben dan het naleven van de wet en het genereren van winst. De belastingopbrengsten van bedrijven zorgen dan vervolgens via de overheid voor de sociale voorzieningen.

De auteurs van het rapport voelen zelf het meest voor het vierde en nieuwste model: het 'model van belanghebbenden' (stakeholders model). Dit idee is vooral in de jaren negentig opgekomen naar aanleiding van diverse campagnes tegen onverantwoord gedrag van bedrijven. Belanghebbenden van een onderneming zijn in deze visie niet alleen de eigenaren, aandeelhouders en werknemers, maar bijvoorbeeld ook omwonenden en actiegroepen die bepaalde maatschappelijke belangen vertegenwoordigen. Bijvoorbeeld van kinderen, het milieu of dieren. Achterliggend idee is dat de vaak terugtredende overheid niet meer voor alles kan zorgen en dat bedrijven daarom rechtstreeks moeten worden aangesproken op hun verantwoordelijkheid en invloed op de samenleving. De roep om verantwoording af te leggen aan een toenemend aantal belanghebbenden sluit volgens het rapport goed aan bij de Indiase werkelijkheid. Het gaat daarbij niet alleen om Indiase 'stakeholders', maar ook om gedragscodes van internationale zakenpartners op het gebied van arbeid en milieu.


Volledig verantwoordelijk

In dat - internationale - verband merkt het rapport op dat de MVO-agenda nog teveel in het westen wordt bepaald. Toch is het opvallend dat alle kwesties die in Nederland spelen bij verantwoord ondernemen ook in India naar voren komen: milieukwesties, arbeidsnormen, mensenrechten, steun aan lokale gemeenschappen, vrouwenemancipatie, het gebruik van proefdieren, en ook de verhouding tussen prijs en kwaliteit van een product. De roep om kwalitatief goede producten voor een zo laag mogelijke prijs, kan natuurlijk haaks staan op het aanpakken van de andere kwesties. Waar meer dan tweederde van de ondervraagde Indiërs zaken als milieuzorg en gelijke behandeling van werknemers belangrijk vindt, laat deze meerderheid zich - net als in Nederland - toch voornamelijk leiden door de prijs en de kwaliteit van een product. Eenderde van de geïnterviewden geeft milieu en sociale kwesties wél de allereerste prioriteit. De meerderheid van het publiek vindt dat bedrijven volledig verantwoordelijk zijn voor de zaken waar ze zelf invloed op hebben, zoals goede producten, milieuzorg en afwezigheid van discriminatie op basis van sekse of godsdienst. Maar als het er op aankomt, zo concludeert het rapport, beoordelen veel mensen het bedrijf daar (nog) niet op. Wel stijgen de verwachtingen die consumenten van bedrijven hebben. Bedrijven doen er dan ook goed aan daar in hun toekomststrategie rekening mee te houden, menen de auteurs.


Onderzoeksuitkomsten

Een belangrijke uitkomst van het onderzoek is dat discriminatie van vrouwen op de werkvloer als een groot probleem wordt gezien. Dat geldt bijvoorbeeld voor discriminatie van vrouwen op basis van hun leeftijd en het uitsluiten van vrouwen voor bepaalde functies. Het waren vooral de arbeiders onder de respondenten die hierop wezen. De meningen tussen arbeiders en managers verschilden ook scherp over - wellicht niet verassend - de lonen, de uitbetaling van overwerk en de kwaliteit van de arbeidsomstandigheden. Tweederde van de arbeiders klaagde over structureel overwerk. Vooral volgens ongeschoolde arbeiders en arbeiders in de dienstverlenende industrie is op die gebieden nogal wat mis, zo blijkt uit de enquête.

Als het gaat om het aanpakken van maatschappelijke problemen genieten niet-gouvernementele organisaties het meeste vertrouwen. Opmerkelijk genoeg is dat vertrouwen ook heel groot onder managers (80%). Werknemers en het brede publiek denken er vrijwel net zo over, al hebben zij nog net iets meer vertrouwen in de media en religieuze organisaties. Het vertrouwen in vakbonden is laag, ook onder werknemers. Iets meer dan 60% van de arbeiders en 55% van het publiek verwacht iets van hen. Vestigingen van multinationale bedrijven in India scoren met 42% vooral laag bij de arbeiders; voor grote Indiase bedrijven is dat percentage 58%.


Altered images?

Het onderzoek Altered Images is weliswaar een van de eerste studies over verantwoord ondernemen in India, maar is nog weinig diepgravend. Zo is maar zeer zijdelings aandacht besteed aan de grote informele sector van de economie, waarin 92% van de Indiërs zijn (m/v) brood verdient. Toch blijkt uit het onderzoek dat MVO wel degelijk leeft in India. Altered Images staat aan het begin van een veel groter project dat mede wordt gefinancierd met Britse ontwikkelingshulp. Wellicht dat in komend onderzoek en toekomstige programma's ook nog een vijfde - en sterk in opkomst zijnde - model kan worden opgenomen: het model gebaseerd op een respect van rechten. Deze benadering gaat er van uit dat werknemers fundamentele arbeids- en mensenrechten hebben. Rechten dus die een bedrijf moet naleven, ook in de uitbestedingketens. Datzelfde geldt voor internationaal afgesproken normen, bijvoorbeeld op milieugebied. Zo'n benadering zou grote gevolgen kunnen hebben voor de arbeiders (m/v) in de informele sector, arbeiders die nu vaak nog van alle rechten verstoken zijn.

Gerard Oonk
coördinator Landelijke India Werkgroep


terug
begin document
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
VERANTWOORD ONDERNEMEN
Landelijke India Werkgroep - 21 maart 2002