terug
Uit: India Nu 149/150 (mei-aug 2004)



Maatschappelijk verantwoord ondernemen

Nederlandse bedrijven in India nog niet 'maatschappelijk verantwoord'


Nederland is een belangrijke investeerder in India en de import van Indiase producten en diensten (bijvoorbeeld IT) neemt sterk toe. Toch brengen Nederlandse bedrijven in India maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) nog maar mondjesmaat in de praktijk. Multinationals hebben meestal wel een MVO-beleid, maar weten nauwelijks of en hoe hun Indiase dochteronderneming dit uitvoert. Bij middelgrote en kleinere bedrijven die in India operen ontbreekt meestal elk beleid. Opmerkelijk is ook dat bedrijven nauwelijks nagaan of de productie in de veelal omvangrijke uitbestedingsketen wel maatschappelijk verantwoord plaatsvindt. Dat geldt ook als het om een gevoelig onderwerp als kinderarbeid gaat.

Dat zijn enkele conclusies uit het onderzoeksrapport Corporate Social Responsibility in India - Policy and practices of Dutch companies. Het rapport is in opdracht van de Landelijke India Werkgroep geschreven door Adviesbureau CREM. De Indiase organisatie Partners in Change heeft een negental bedrijven en tientallen belanghebbenden (van vakbonden tot leveranciers) in India geïnterviewd. Het ging om bedrijven in de sectoren bankwezen, energie, toerisme, voeding, zaadveredeling, auto-industrie, software, chemie en leerverwerking. Om de medewerking van bedrijven voor het onderzoek te krijgen, werd afgesproken hun naam in het rapport niet te noemen. Van de veertig aangeschreven bedrijven heeft desondanks maar de helft van de bedrijven op één of andere manier gereageerd. De bevindingen in het rapport zijn daarom vermoedelijk eerder te positiefdan te negatief.

Nederland is geen 'kleine speler' in India. Meer dan honderd Nederlandse bedrijven zijn in India actief. In 2003 was Nederland in omvang de vijfde investeerder in India. Belangrijke sectoren waarin wordt geïnvesteerd zijn telecommunicatie, financiële diensten (banken), olie, medicijnen en voedselverwerking. Daarnaast importeerde Nederland in 2002 voor € 882 miljoen aan Indiase producten, waarvan 16% uit de landbouw.


MVO Referentiekader

Het onderzoek naar MVO-beleid en praktijk van Nederlandse bedrijven in India is gebaseerd op het MVO Referentiekader voor internationaal ondernemen dat vorig jaar door het MVO Platform, bestaande uit 35 Nederlandse maatschappelijke organisaties, is opgesteld. Het Referentiekader bevat normen op het terrein van mensenrechten, arbeid, milieu, consumentenbescherming, corruptie en economisch gedrag die voortvloeien uit internationale verdragen en óók op bedrijven van toepassing zijn. Verder gaat het om 'operationele principes' als een eerlijke prijs, ketenverantwoordelijkheid, bereidheid van het bedrijf tot dialoog met belanghebbenden bij de onderneming, transparantie en rapportage over de maatschappelijke effecten van het ondernemingsbeleid en onafhankelijke controle. Het onderzoek in India is het eerste dat zowel qua onderzoeksaanpak als rapportage expliciet gebaseerd is op het MVO Referentiekader.


Mensenrechten- en sociaal beleid

Het onderzoek maakt duidelijk dat grootschalige schending van mensenrechten met betrokkenheid van de regering - zoals in 2002 het geval was bij de moord op circa 2000 moslims in Gujarat - geen aanleiding voor Nederlandse bedrijven in Gujarat was om daarover uitspraken te doen. Zij verwachten dat de Nederlandse regering of de EU daartoe het initiatief neemt. In een situatie als die in Gujarat zou de Nederlandse regering bijvoorbeeld bedrijven en ngo's moeten consulteren en daarna richtlijnen moeten uitbrengen hoe te handelen.

Vakbonden ontbreken vrijwel geheel bij Nederlandse bedrijven in India. Vooral bedrijven maar ook maatschappelijke organisaties hebben vaak een negatieve indruk van vakbonden, onder meer omdat ze meestal gelieerd zijn aan politieke partijen. Overigens gebeurt het ook vaak dat bedrijven zelf een 'gele bond' opzetten die afhankelijk is van het management. Zo proberen bedrijven echte onafhankelijke bonden buiten de deur te houden. Dat is een schending van de vrijheid van organisatie en collectieve onderhandelingen. Een geïnterviewd bedrijf heeft - wél heel modern - een procedure ingesteld om whistleblowers te beschermen die mistanden aan de kaak stellen. Andere bedrijven zeggen een 'open cultuur' te bevorderen door informele bijeenkomsten waarin medewerkers zich uit kunnen spreken.

Ook bedrijven die verder niets te melden over of doen aan MVO maken veelal een duidelijke uitzondering: kinderarbeid. Daar wil geen enkel bedrijf mee geassocieerd worden en dus laat het bedrijf weten dat het niet getolereerd wordt. Dat heeft vaak minder te maken met diepe overtuiging, maar vooral met wetgeving en afnemers die dat eisen. Volgens veel Indiase bedrijven moet kinderarbeid eigenlijk niet verboden worden omdat de ouders het inkomen nodig hebben, maar moeten kinderen natuurlijk niet uitgebuit worden. Een ngo beschrijft echter een patroon van uitbuiting van kinderen op boerderijen, plantages en in leerlooierijen waar ze 10 tot 12 uur werken onder slechte en ongezonde omstandigheden. De angst om 'gepakt' te worden op kinderarbeid betekent niet dat de meeste bedrijven hun leveranciers daarop goed controleren. Vaak wordt er op basis van een langdurige zakenrelatie en vertrouwen vanuit gegaan dat de leverancier zich zal houden aan de eis om geen kinderen in te zetten. Controle is echter zeker niet onmogelijk want bedrijven controleren vaak wel direct de kwaliteit van het productieproces en het product.


Geen arbeidscontract

Met de arbeidsomstandigheden, arbeidszekerheid en lonen bij dochterondernemingen van Nederlandse bedrijven die gekwalificeerd personeel nodig hebben is het relatief goed gesteld. Een groot probleem in sectoren als voedselverwerking, zaden, leer, kleding en toerisme is echter dat er voornamelijk met tijdelijke contracten wordt gewerkt of dat er helemaal niets op papier staat. Grote bedrijven die een groot deel van hun werk uitbesteden bemoeien zich meestal niet met het soort contract dat hun leveranciers aanbieden. Een Nederlandse leerimporteur die aan grote winkelketen levert liet weten dat het niet wist wat de gezondheids- en veiligheidsrisico's in de bedrijfstak waren en wat er aan gedaan wordt. Bedrijven melden meestal datzede lokale wetgeving naleven, maar de informele arbeid die via onderaannemers wordt ingeschakeld is meestal verstoken van alle rechten. Overigens zien bedrijven de gebrekkige uitvoering van wetten in India als een groot obstakel om verantwoord te ondernemen. Bij pogingen verantwoord te ondernemen krijgen zij weinig steun van de overheid. Bedrijven hebben zelden beleid om de sterke ondervertegenwoordiging vrouwen en dalits (de zogenoemde 'kastelozen') in meer gekwalificeerde functies actief te bestrijden. Vooral in de landbouw worden vrouwen veelvuldig gediscrimineerd. Ze krijgen bijvoorbeeld alleen een tijdelijk contract (terwijl mannen een vast contract krijgen) en krijgen minder betaald voor hetzelfde werk. Ook seksuele intimidatie - voorbeelden worden genoemd van plantages en leerlooierijen - komt veel voor.


Milieubeleid

Hoewel de principes op milieugebied meestal minder specifiek worden verwoord dan de sociale principes, doen bedrijven meer aan milieubeleid. Dat komt vooral tot uiting in maatregelen op het gebied van energie- en materiaalgebruik, emissies en afval. Dat is echter weer veel minder het geval in hun uitbestedingsketen. Bedrijven die veel uitbesteden hebben weinig kennis van en bemoeienis met de milieugevolgen in de productieketen. Boeren die voor Nederlandse bedrijven werken maken overmatig gebruik van pesticiden en water. Soms krijgen de bedrijfsagenten advies mee voor de boeren, maar de uiteindelijke beslissing ligt bij de boer. Ook de geïnterviewde leerimporteur bemoeit zich niet met toeleveranciers van zijn dochteronderneming, terwijl de leerindustrie een van de meest vervuilende is. Industriële sectoren zoals de chemie zijn in het algemeen verder met het integreren van milieuaspecten in hun bedrijfsvoering. Dit is voornamelijk het gevolg van (Indiase) wetgeving en het gebruik van machines en productiemethoden die wereldwijd worden gebruikt. Voor een kwestie als biodiversiteit is nog weinig aandacht. Een voorbeeld is een visimporteur die te maken heeft met overbevissing, bedreiging van bepaalde vissoorten en aantasting van ecosystemen. De internationale banken, waaronder Nederlandse, hebben onlangs de Equator Principes aangenomen die moeten leiden tot bescherming van bedreigde soorten en kwetsbare ecosystemen.


Indiase verwachtingen

Indiase maatschappelijke organisaties verwachten meestal dat bedrijven een bijdrage leveren aan gemeenschapsontwikkeling. Dat heeft een lange traditie die teruggaat tot de Gandhiaanse beweging en ook te vinden is bij Indiase multinationals als Tata en sommige staatsbedrijven. In India wordt het als normaal beschouwd dat bedrijven, vaak eilanden van rijkdom in een arme omgeving, wat van hun rijkdom afstaan. Vaak gebeurt dat in de vormen van pure liefdadigheid door schenkingen aan 'goede doelen'. Maar bedrijven als Tata doen ook veel voor hun eigen werknemers en directe omgeving door bijvoorbeeld het bouwen van scholen en klinieken. In nieuwere varianten van community development dragen bedrijven ook bij via hun kennis en inzet van werknemers op het gebied van bijvoorbeeld marketing, organisatie en (milieu)technologie. Volgens een Indiase organisatie besteden westerse bedrijven en organisaties te weinig aandacht aan de invloed van een product op de lokale Indiase markt. Er ontstaat soms een verschuiving in consumptiepatronen die voor de armen niet gunstig is. Bijvoorbeeld: als bedrijven tandpasta aanprijzen (terwijl de tanden tot dan goedkoper gereinigd werden) dan kan dat betekenen dat de armen geen fruit voor hun kinderen meer kopen. Beide aspecten - bijdragen aan gemeenschapsontwikkeling en kritisch zijn op introductie van nieuwe producten en marketing - wordt door Indiase organisaties beschouwd als onderdeel van MVO. Deze aspecten staan niet in het MVO Referentiekader.


Aanbevelingen

Het rapport doet een groot aantal aanbevelingen aan bedrijven, maatschappelijke organisaties, andere belanghebbenden en de overheid voor verbetering van het MVO-beleid. Zo wordt bedrijven aanbevolen om een begin te maken met een goede 'risico-analyse' van de MVO-kwesties die in en rond het bedrijf geven. Alleen dat verschaft een basis om verbeteringen aan te brengen, om te beginnen binnen de bestaande kwaliteitscontrolesystemen. Een andere aanbeveling betreft een pro-actief beleid om meer vrouwen en dalits op te leiden voor geschoolde functies. Ook wordt bedrijven aangeraden veel opener te zijn over hun beleid en de uitvoering daarvan. Maatschappelijke organisaties krijgen van het rapport onder meer het advies om in het MVO Referentiekader om kritischer te kijken naar de sociaal-economische invloed van bedrijven (bijvoorbeeld het verdringen van lokale werkgelegenheid) en de bijdrage van bedrijven aan gemeenschapsontwikkeling positiever te waarderen. Ook de overheid krijgt diverse aanbevelingen voorgelegd. Zo moet het MKB meer geprikkeld worden om een MVO-beleid en praktijk te ontwikkelen. Ook wordt gepleit voor een subsidieregeling voor verbeteringen in de productieketen zoals dat in Nederland op milieugebied bestaat. Aangezien bedrijven en maatschappelijke organisaties vinden dat bedrijven niet het slachtoffer mogen worden als ze een sociaal en milieubeleid voeren dat hun producten duurder maakt dan die van de concurrent, wordt ook aanbevolen omzo nodig wettelijke MVO-eisen aan alle bedrijven op te leggen.

Gerard Oonk
Coördinator Landelijke India Werkgroep



terug
begin document
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 22 september 2004