terug
Uit: India Nu 155/156 (mei-aug 2005)




Natuursteen

De scherpe kantjes van een prachtig product





Natuursteen is een prachtig product dat wordt verwerkt in aanrechtbladen, fonteinen, grafstenen, plaveisel, gevelbekleding, van alles eigenlijk. In Nederland wordt geen natuursteen gevonden, dus alles wat hier gebruikt wordt komt uit het buitenland. De Nederlandse vraag naar natuursteen - bijvoorbeeld zandsteen, marmer, graniet - neemt toe. De import van natuursteen uit ontwikkelingslanden zit in de lift en India is een belangrijke leverancier van natuursteen, naast bijvoorbeeld China en Brazilië. Natuursteen wordt vaak 'duurzaam' genoemd, omdat het vrijwel onverslijtbaar is. Helaas is de winning en verwerking van natuursteen in India nu niet bepaald een schoolvoorbeeld van een duurzaam proces. Op sociaal en milieugebied gaat er het nodige mis. In de woorden van Shreedhar Ramamurthi van mines minerals & People: 'Labour and environmental standards are at ground zero'.

Indiase organisaties die zich inzetten voor de belangen van steengroevenarbeiders en hun gemeenschappen, zoals de Mine Labour Protection Campaign (MLPC) en de brede coalitie mines, minerals & People (mmP), benadrukken dat de Indiase wetgeving op het gebied van mijnbouw goed doortimmerd is, maar dat er zeer veel schort aan de naleving van de wet. Shreedhar Ramamurthi zegt: "There is no end to legislation, and no beginning to implementation." Rana Sengupta van MLPC stelt onomwonden dat het ministerie van mijnbouw van de deelstaat Rajasthan een zooitje is. Een groot probleem is de verstrengeling tussen politieke partijen en mijnbouwondernemingen. Vergunningen worden op basis van steekpenningen verstrekt. Boetes voor illegale mijnbouw worden afgekocht. Ook de maffia speelt een grote rol, vooral in het transport van natuursteen tussen deelstaten, De belastingen die daarbij geheven (zouden moeten) worden verdwijnen niet zelden in de zaken van corrupte ambtenaren.





Steen en water

De winning en verwerking van natuursteen grijpt op allerlei manieren in op de waterhuishouding in natuursteenrijke gebieden. Om te beginnen gaat het er bij het ontsluiten en openleggen van nieuwe groeven, vaak in geïsoleerde, ongerepte bosgebieden, vaak hardhandig aan toe. De zorg voor natuur en milieu schiet er niet zelden bij in. Er wordt met dynamiet gewerkt en bossen worden gekapt om de bodemschatten toegankelijk te maken. Door deze hardhandige aanpak worden hele rivierlopen omgelegd. Daarbij leidt ontbossing tot erosie. Erosie leidt vervolgens tot overstroming en het wegspoelen van vruchtbare grond, waarmee het water vervuild raakt. De winning van natuursteen grijpt vaak hevig in op het grondwaterniveau. Dit is bijvoorbeeld het geval bij de extractie van marmer, omdat marmergroeven vaak zeer diep zijn. De beroemde marmergroeven van Makrana in de deelstaat Rajasthan zijn soms wel ruim 100 meter diep, ver onder het grondwater niveau. Het weggepompte water zou in reservoirs bewaard kunnen worden, maar in de praktijk komt hier erg weinig van terecht. Het water wordt weggepompt en verspild. Het verstoren van de lokale waterhuishouding heeft vervolgens ernstige gevolgen de beschikbaarheid van schoon water. Binnen het gezin zijn vrouwen en meisjes verantwoordelijk voor het halen van water. Hoe verder de waterbron, hoe meer tijd zij kwijt zijn aan het halen van water. Ook landbouw en veeteelt hebben te lijden onder tekort aan water. (Drink)waterschaarste heeft gevolgen voor de volksgezondheid, en leidt ook snel tot sociale spanningen en conflicten over toegang tot water. Ook bos- en natuurgebieden hebben te vrezen van de droogte. Eenmaal verloren gegaan, wordt bos- of landbouwgrond maar hoogste zelden hersteld. Van herbebossing is vrijwel geen sprake. De biodiversiteit komt onder vuur.

Steengroeven leveren zeer veel afval op. Het gaat om lagen aarde, zand en kwalitatief mindere steen die worden afgegraven voordat bruikbare steen blootgelegd wordt. Dit afval wordt gedumpt. In de directe omgeving van natuursteenwingebieden zijn grote afvalbergen een bekend verschijnsel. Vooral bij de verwerking van natuursteen wordt veel water gebruikt. Graniet en ook andere steensoorten worden in platen gezaagd. Tijdens het zagen komt er zeer veel warmte vrij. Grote hoeveelheden water zijn nodig om de zaagbladen af te koelen. In maar zeer weinig bedrijven wordt dit koelwater hergebruikt. De smurrie van steenslijpsel en water wordt meestal direct rond de fabrieken gedumpt. Deze afvalhopen liggen er onbeschermd bij. Bij regen spoelt er zonder meer van alles weg (wash out). Zo komen er gevaarlijk hoge concentraties van afvalstoffen (calcium, magnesium etc) in het grond- en drinkwater terecht.


  Illegale steengroeven

In Rajasthan is naar schatting veertig procent van de totale mijnbouwactiviteit illegaal, dat wil zeggen dat er zonder een geldige vergunning gegraven wordt. In Makrana en omgeving, wordt bijzonder hoge kwaliteit marmer gevonden. De MLPC vertelt dat er in Makrana circa 850 vergunningen geregistreerd staan. In de stad Jodhpur en omgeving gaat het om 6900 verleende vergunningen. Dit terwijl er op recente satellietfoto's zo'n 14.000 steengroeven te zien zijn, aldus de MLPC. In feite kan iedereen een exploitatievergunning aanvragen bij het ministerie van mijnbouw. Vervolgens moet de revenu officer van het betreffende dorp fiat verlenen om op dorpsgrond te kunnen graven. Deze bestuurder heeft daarmee een bijzonder machtige positie, die niet zelden misbruikt wordt. Landbouw- en bosgronden zijn in principe beschermd. Toch gebeurt het vaak genoeg dat de dorpsbevolking onder druk van invloedrijke figuren binnen de dorpsgemeenschap een verklaring van geen bezwaar afgeeft, zodat ook landbouwgrond en bos moeten wijken voor steengroeven. Pas de laatste jaren signaleert MLPC groeiend verzet van de bevolking tegen deze praktijken, vooral sinds het grondwaterniveau onder invloed van de rücksichtsloze exploitatie schijnt te dalen. Een deel van de steengroevenvergunningen worden volgens een quotasysteem verstrekt aan mensen uit de categorieën Scheduled Castes and Scheduled Tribes. Het idee hierachter is om deze mensen toegang te geven tot deze economische activiteit. Helaas zijn deze mensen niet zelden helemaal niet in staat om met deze vergunning aan de slag te gaan omdat het startkapitaal of de expertise hen daartoe ontbreekt. Dan zijn er altijd wel anderen die deze vergunningen van hen overnemen, vaak voor een habbekrats. Rana Sengupta van MLPC spreekt over de kwalijke rol van de maffia in deze handel in vergunningen. Meestal gaat het hier dan om mensen uit de categorie 'Other Backward Castes' - OBC. Hierdoor is de mijnbouw een sector waar anderen vanwege de lage kastestatus op neer kijken. Van enige solidariteit tussen SCST-arbeiders en de OBC-mijnexploitanten is geen sprake. Volgens het Vijfde Amendement van de grondwet kunnen de zogenaamde 'tribale gronden' niet verhandeld worden. In principe is dit een ijzersterke, want grondwettelijke, bescherming van de rechten van de tribale bevolking, maar helaas wordt ook hier in praktijk onvoldoende de hand aan gehouden. In andere deelstaten zoals met name Orissa en Jharkhand heeft het verzet van de (tribale) bevolking tegen mijnbouw grote vormen aangenomen. mmP speelt hier een belangrijke rol in. mmP eist voor de bevolking een positie op als (mede)eigenaar van de grond en de natuurlijke rijkdommen daarin, niet slechts als 'betrokken' partij: 'not just mere stakeholder, but shareholder', in de woorden van Xavier Dias van mmP. Inzet is dat de bevolking inspraak krijgt in de bestemming van haar leefgebied, en meedeelt in de eventuele opbrengsten. In Rajasthan is dit minder duidelijk aan de orde, omdat de klimatologische en economische realiteit van Rajasthan de mensen geen keus laat aan hun weinige rijkdommen, natuursteen, te exploiteren.


  Werkelijke kosten

De overheid heeft feitelijk geen greep op de planningsprocessen voor ruimtelijke ordening. Bij de exploitatie van de zeer gewilde natuursteen wordt weinig tot geen rekening gehouden met milieuaspecten, of de belangen van de rurale bevolking. Bij uitgifte van vergunningen wordt zelden een serieuze milieueffectbeoordeling gedaan. Deze beoordelingen worden door belanghebbende partijen verricht. De mijnbouw in de regio rond Jodhpur bijvoorbeeld, is zo intensief dat het tot grote, onomkeerbare milieuproblemen dreigt te leiden. Het natuursteensediment in de regio rond Jodhpur loopt in diagonale lagen tot onder het verstedelijkte gebied. Het grondwaterniveau daalt fors als gevolg van de intensieve mijnbouw. Het uitgegraven restmateriaal hoopt zich achteloos op tot nieuwe bergen die bestaande wateraders verstoren. Daarbij komt nog dat het instortingsgevaar in de diepe mijnbouwschachten zeker in het regenseizoen allesbehalve denkbeeldig is. MLPC pleit ervoor dat deze gevolgen in een kosten-baten analyse meegenomen worden, om de 'werkelijk kosten' van deze vorm van mijnbouw te kunnen vaststellen. Anderzijds gaan er ook stemmen op die een al rigoureus milieubeleid afwijzen. In de afgelopen tien jaar zijn er in de regio rond Agra en Fatehpur Sikri mijnbouwverboden van kracht geworden. De bedoeling is om zo de historische monumenten, zoals de Taj Mahal en de zogenaamde Koningspoort in Fatehpur Sikri, zowel als het 'historische landschap' te beschermen. Dat daarmee bij wijze van spreken met één pennenstreek een groot deel van de bevolking brodeloos is gemaakt lijkt niet meegewogen te zijn. In deze regio is illegale mijnbouw, met bijbehorende corruptie, dan ook aan de orde van de dag! De Indiase vertegenwoordiger van de International Federation of Building and Wood Workers (IFBWW) spreekt zich hier kritisch en zorgelijk over uit. Problematisch is dat de arbeid in de steengroeven grotendeels informeel is. Het gaat om vaak seizoensmigranten, die uit naburige districten of deelstaten naar de steengroeven trekken. In de regenperiode als de steengroeven ontoegankelijk zijn trekken de arbeiders weg om elders in de landbouw geld te verdienen. De vakbondsorganisatiegraad is extreem laag in deze sector. Ook op gemeenschapsniveau is het niet eenvoudig om mensen te mobiliseren om voor hun rechten op te komen. Ngo's die zich hiermee bezig houden kampen met tekort aan fondsen en vrijwilligers; als gevolg van de economische liberalisering van de afgelopen jaren in India zijn de vakbonden verzwakt, verklaart Shreedhar Ramamurthi. Rajeev Sharma van IFBWW ziet een oplossing in de samenwerking van ngo's en vakbonden, op het raakvlak van de belangen van arbeiders en gemeenschappen. De IFBWW zet in op onderwijs, enerzijds als direct wapen in de strijd tegen kinderarbeid, anderzijds als middel om mensen te motiveren zich bij de vakbond aan te sluiten.


  Minimumloon

De Indiase wet maakt onderscheid naar 'underskilled', 'semi skilled', 'skilled', en 'highly skilled' arbeid, en stipuleert voor alle categorieën een minimumloon. Dit loopt van ongeveer 60 roepies per dag voor 'underskilled labour', tot ruim 100 roepies per dag voor 'highly skilled labour' (een euro is ongeveer 55 roepies). Deze wettelijke vastgestelde minimumbedragen worden in de praktijk niet altijd betaald. Vrouwen die in Jodhpur in steengroeven werken bijvoorbeeld verdienen op zijn hoogst slechts 40 roepies per dag, en meisjes maar 35 roepies. Dagelijks moeten zij van dit zeer schamele loon nog eens vijf roepies afdragen aan de tussenpersoon die namens de steengroevenexploitanten het beschikbare werk onder hen verdeelt. Een ander voorbeeld: mannen in een kleine steengroeve nabij Fatehpur Sikri, net over de grens met Rajasthan in Uttar Pradesh, verdienen tussen de 50 en 80 roepies per dag. Met zo'n 20 man werken ze gedurende twee jaar in een groeve, totdat deze is uitgeput. Vrouwen werken er niet dagelijks, maar af en toe komen er Banjara-vrouwen uit dorpen in de omgeving - 'zigeunerinnen' worden ze genoemd - om 'lichtere' werkzaamheden te verrichten. Jongens werken vanaf 14-15 jaar mee.


  Stenen en stof

Naast het vaak karige loon zijn het de risicovolle omstandigheden waaronder gewerkt wordt die het steengroevenwerk zo zwaar maken. In de steengroeve worden lange dagen gemaakt, met korte pauzes. Het gereedschap is primitief en vaak kapot. Vallende stenen vormen een groot gevaar op letsel. Toch dragen de mannen nauwelijks beschermende kledij. Desgevraagd zeggen de arbeiders dat een helm op het hoofd ongemakkelijk zit, en een lap stof voor de mond hen hindert bij het ademhalen, meer dan dat ze zich beschermd voelen tegen stof en vallende stenen. De werkgever doet geen moeite om hen tot andere gedrag te bewegen. De medische of sociale kosten bij ongeluk of ziekte worden tenslotte vrijwel altijd door de arbeiders zelf gedragen. De mannen uit de steengroeve nabij Fatehpur Sikri nemen in ernstige gevallen een onbetaalde dag vrij om 50 kilometer verderop in Agra medische hulp te zoeken. De meeste arbeiders worden naar eigen zeggen niet ouder dan een jaar of 45, ze hebben stofziekten, zoals TBC of silicose. Om medische kosten het hoofd te kunnen bieden zien arbeiders zich vaak verplicht om leningen af te sluiten, meestal bij de eigen werkgever. Ook huwelijken en religieuze verplichtingen kosten meer dan met het reguliere inkomen opgebracht kan worden. De werkgever leent geldbedragen tot 10-20.000 roepies, tegen 3% rente. Bij een gemiddeld maandinkomen van nog geen 2.000 roepies per maand is de afbetaling altijd een probleem. Veel mensen blijven dan ook hun hele werkzame leven bij hun werkgever in het krijt staan. Schulden gaan over van vader op zoon, of bij vroegtijdig overlijden van man op vrouw. In de mijnbouwsector is deze vorm van schuldarbeid een veelvoorkomend verschijnsel.


  Oplossingen?

Shreedhar Ramamurthi benadrukt hoe belangrijk het is dat steengroevenarbeiders toegang hebben tot marktinformatie en inzicht verkrijgen in de productketen. Met deze informatie kunnen steengroevenarbeiders hun voordeel doen - door bijvoorbeeld maffiose tussenhandelaren te omzeilen. Ook pleit Shreedhar Ramamurthi voor het ontwikkelen van parameters om steengroeven onderling te vergelijken; om daarmee (Nederlandse) importeurs de mogelijkheid te geven hun steen van goed gerunde steengroeven te betrekken. Ngo's in Rajasthan als MLPC en Gravis spannen met wisselend succes procedures aan tegen de staat om wantoestanden aan te klagen en op te lossen. De Landelijke India Werkgroep heeft een project geïnitieerd dat marktpartijen binnen de Nederlandse natuursteensector inlicht over deze misstanden en hen wil aansporen er op toe te zien dat minimumeisen worden gerespecteerd binnen de productketen waar zij deel van uitmaken.

medewerker LIW
voor meer informatie: info@indianet.nl
o.v.v. natuursteen



terug
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 1 augustus 2005