terug
Uit: India Nu 74 (sep-okt 1991)


De 'Nederlandse dochters' in India

Hoe vergroten Nederlandse bedrijven hun marktaandeel?



Nederlandse bedrijven behoren nog steeds tot de grootsten in de Indiase industriële economie. Hun groeiaandeel in de markt, binnen sommige sectoren, is nog steeds substantieel. Zo heeft PEICO, de Indiase dochter van Philips, nog steeds het grootste aandeel in de gloeilampenproduktie en is Unilever, met een dochterbedrijf als Brooke Bond verantwoordelijk voor 80% van de verpakte theeproduktie. Ook in de wasmiddelen en zeepsector is Hindustan Lever, de andere Unilever dochter, nog steeds de onbetwiste marktleider. De AKZO-dochter Century-Enka is goed voor een 25e plaats op de top-100 lijst van India's meest succesvolle bedrijven. XXX beschrijft de recente ontwikkelingen rond de 'Nederlandse dochters'.

Toen in het begin van de tachtiger jaren de deuren van India's economie verder werden opengezet voor buitenlandse bedrijven werd de marktpositie van PEICO en Unilever weliswaar bedreigd door andere buitenlandse kanjers, een wezenlijk gevaar voor hun voortbestaan is er echter nooit geweest. Het openen van de deuren heeft zelfs nieuwe mogelijkheden geschapen, bijvoorbeeld voor de zaadhandel en de zaadproduktie.
Omdat de inheemse zaadproduktie niet toereikend is om aan de vraag van de Indiase landbouw te voldoen is in 1988 besloten de import te liberaliseren, zij het voorzichtig. De import van zaden van maïs, jowar, bajra en hybride zaden is alleen toegestaan onder voorwaarde dat de produktietechnologie wordt overgedragen aan Indiase bedrijven. Voor groente-, fruit- en bloemenzaden gelden de normale importvergunningen. Honderddertien Indiase bedrijven vroegen direkt om een importvergunning van zaden, waaronder Sandoz-India (dat een joint-venture is aangegaan met de Nederlandse Zaadunie), maar ook Shell-dochter NOCIL en Hindustan Lever waren daarbij.


Verbreding marktsegment

De uitbreiding met zaadimport en -produktie is één van de nieuwste activiteiten van Unilever, die de hele voedselproduktie heeft ondergebracht bij zijn dochter Brooke Bond. Verder is uitbreiding gezocht op alle fronten. Zo is in 1990 een fabriek opgezet voor de produktie van katalysatoren in Haldia (West-Bengalen). Daarnaast is Unilever begonnen met de produktie van kunstmest en manifesteert de holding zich steeds vaker als handelsbedrijf in tapijten, schoeisel en kleding. Op kleine schaal houdt Hindustan Lever zich ook bezig met de produktie daarvan.
Niet alleen op produktiegebied maar ook op het gebied van werkgelegenheid zijn er bij Unilever drastische veranderingen op til. Hoewel het bedrijf er tot voor kort trots op was één van de grootste particuliere werkgevers van India te zijn, lijkt daarin nu een kentering plaats te vinden. Bij Lipton is al een drastische reorganisatie doorgevoerd door alle handelsvertegenwoordigers te ontslaan. Zij waren voorheen verantwoordelijk voor de distributie van Lipton over heel India. De verspreiding is overgenomen door plaatselijke agenten. Hetzelfde staat op korte termijn te gebeuren bij Brooke Bond, daar staan 3500 banen op de tocht.
Bij de distributie van Hindustan Lever produkten als wasmiddelen, zeep en tandpasta en Pond's cosmeticaprodukten wordt aan een zelfde reorganisatie gewerkt. Dit betekent op zijn beurt het verlies van nog enige duizenden banen. Ook de produktie van de zeep en synthetische wasmiddelen wordt steeds vaker uitbesteed aan Indiase bedrijven. Vervolgens worden de eigen fabrieken gesloten. Als het aan de Unilever-top ligt, behoort men binnenkort wel tot één van de grootste bedrijven van India, maar is men zeker niet langer de grootste werkgever.


De Gloeilampengigant

Philips-India is weer een heel ander verhaal. PEICO Electronics and Electricals Limited, zoals het bedrijf officieel heet, heeft wel degelijk een terugval gekend door de liberaliseringstendens. De plotselinge concurrentie van ondermeer Japanse electronicabedrijven op een zeer gretige markt, betekende een slag voor de gloeilampen en radioproducent. Haar sterk verouderde aanbod van consumptie-electronica kon niet concurreren tegen het moderne spul dat toen werd aangevoerd. Philips heeft allerlei zijsprongen gemaakt om haar positie te verstevigen en niet te afhankelijk te zijn van de consumptie-electronica. AT&T is met Philips een telecommunicatiebedrijf begonnen onder de naam APT, in de hoop op handen zijnde orders voor schakelkasten te kunnen binnenslepen. Dit liep uit op een mislukking. Ook op het gebied van videoproduktie en computers heeft Philips nieuwe units opgezet, maar ook die werden niet het snelle succes, wat men gehoopt had. In 1989 kende PEICO een winstdaling van 8,8%.
Een aantal jaren geleden werd de nieuwe manager, Bergvelt, de opdracht gegeven in een paar jaar Philips-India weer levensvatbaar te maken en er anders maar mee te stoppen. Het is Bergvelt gelukt om de winst in 1990 weer te verhogen tot 16,93%, omgerekend 250 miljoen roepies. In het eerste halve jaar was de winst nog maar 99 miljoen roepies. Een belangrijke rol heeft ontegenzeglijk gespeeld dat de Tata's, India's grootste industriële groep, zich voor 10,4% hebben ingekocht, dat wil zeggen 4,25 miljoen aandelen van ieder 25 roepies. De computer- en videoafdelingen kunnen daarmee ondergebracht worden bij Tata's electronicabedrijf NELCO.
Wat de reorganisaties voor de werkgelegenheid betekent is nog niet precies duidelijk. Wel is het zo dat al meer dan tien jaar lang de werkgelegenheid op de produktie-afdelingen van PEICO niet is gegroeid, terwijl de produktie (behoudens enkele jaren) wel is gestegen. De produktie van de meeste goederen is vergaand gemechaniseerd of geautomatiseerd. Het gaat om hoogwaardige artikelen en de concurrentie is groot. Philips wil het weer op kwaliteit van de anderen gaan winnen.


Twijfels

Hoewel de gevestigde bedrijven als Unilever, Philips en Akzo alsmaar steviger in het zadel lijken te zitten in India, klagen andere Nederlandse investeerders steen en been, dat India zo ondoordringbaar is. Ze hadden het als het ware bijna opgegeven. De vele voorwaarden en wettelijke voorschriften nekken hen alvorens ze aan direkte investeringen durven te beginnen. Nu president Narasimha Rao de deuren verder heeft opengezet voor buitenlandse investeerders wordt India misschien weer interessant voor ondernemend Nederland. Of zij ook een positieve bijdrage kunnen leveren aan een bredere economische groei, zoals de regering voorstaat is maar zeer de vraag. Tot op heden zijn particuliere initiatieven vooral ontstaan rond de aantrekkelijke groeimarkt van consumptiegoederen. Daar hebben de armen in de steden maar vooral ook op het platteland nog niet van mee kunnen profiteren.

XXX




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 17 juli 2008