terug
Uit: India Nu 141 (jan-feb 2003)



(On)verantwoord ondernemen

FNV bezoekt
Nederlandse bedrijven in India



(foto: Herbert Wiggerman)
Afgelopen herfst brachten medewerkers van FNV Mondiaal een bezoek aan India. Zij wilden eens met eigen ogen zien wat maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) - een begrip dat veel bedrijven met de mond geestdriftig belijden - in de praktijk betekent voor de Indiase werknemers van Nederlandse bedrijven. xxx, beleidsmedewerker MVO bij FNV Mondiaal, constateert: vooralsnog niet bepaald veel.

Begin oktober togen drie FNV-medewerkers naar India met als doel te kijken hoe 'maatschappelijk verantwoord' Nederlandse bedrijven daar ondernemen. Vanzelfsprekend ging onze belangstelling uit naar multinationale bedrijven die hun hoofdkantoor in Nederland hebben. Zoals bijvoorbeeld Unilever en Philips. En naar de kledingproductie, omdat we betrokken zijn bij de Schone Kleren Kampagne en de Fair Wear Foundation. Ook hebben we een bezoek gebracht aan scheepssloperijen in Mumbai.

Waar ik voor vertrek redelijk optimistisch was over de trend naar meer maatschappelijk verantwoord gedrag, raak je in India na gesprekken met werknemers van Unilever en Philips snel gedesillusioneerd. Want wat we zien is niet mals en heeft niets met maatschappelijk verantwoord ondernemen te maken. Met enkele kleine lichtpuntjes: in Tirupur, dé kledingstad in Zuid-India, is een pril begin gemaakt met verbeteringen als gevolg van consumentenacties en door bedrijven ingestelde gedragscodes.


Vieze zeep

We begonnen het bezoek aan werknemers van Hindustan Lever, zoals Unilever in India heet, met een lange reis van Mumbai naar Daman, een voormalige Portugese kolonie en tegenwoordig een aantrekkelijke zone voor bedrijven vanwege belastingvoordelen. Hier is een Hindustan Leverfabriek, waar zeep gefabriceerd wordt. Al enkele jaren probeert de vakbond in Daman werknemers te organiseren, maar het management erkent de bond niet. In plaats daarvan onderhandelt het management met een bond die ze zelf hebben opgericht. Van onze vakbondscollega's horen we veel verhalen over bedreigingen van bondsbestuurders. Ook krijgen we een dik pak met stukken overhandigd: het tastbare bewijs van een lange reeks conflicten.

In een huiskamer vinden laat op de dag gesprekken plaats met werknemers. De gesprekken zijn omgeven met de nodige geheimzinnigheid, omdat de werknemers bang zijn dat ze ook hier last van gaan krijgen. We horen dat diverse mensen door het bedrijf zijn geschorst wegens hun vakbondsactiviteiten. Andere collega's vullen aan: er is een constante druk van het management om harder en langer te werken. Een collega is een vinger kwijtgeraakt, waarna er geen compensatie werd gegeven en hij nu zonder werk zit. De veertien vakantiedagen mogen - tegen de regels in - niet vrij worden opgenomen, maar slechts in slappe periodes. Ook vinden veel pesterijen en overplaatsingen plaats. En zo ging het verhaal nog even door.

Hindustan Lever besteedt meer en meer werk uit aan lokale aannemers, die vaak exclusief voor Unilever werken maar waar de omstandigheden slechter zijn. Deze werknemers spreken zelfs over straffen die worden gegeven, zoals bijvoorbeeld het moeten doen van sit ups of het juist verplicht blijven staan. Of dat de productie-eisen worden opgehoogd - zonder enig overleg. Officieel duurt een shift acht uur, maar de praktijk is twee shifts per dag van twaalf uur; zonder overwerkvergoeding, zes dagen per week. Het loon is ongeveer 2600 roepies per maand voor acht uur, en 3500 roepies per maand voor twaalf uur per dag. Dat lijkt ons niet genoeg om met een gezin van te leven. Maar het is nog altijd vele malen hoger dan het loon van de mensen die we later deze week spreken in bijvoorbeeld de katoenzadenproductie of op de scheepssloperijen. Daar beulen mensen zich af voor zo'n duizend roepies per maand (circa 25 euro).

Unilever heeft dit jaar een geheel vernieuwde gedragscode opgesteld en publiceerde vorig jaar haar eerste wereldwijde sociale jaarverslag. In India is daar weinig van te merken. De werknemers weten er niet van en het heeft hen evenmin geholpen. We krijgen er een vieze smaak van in de mond.

We spreken later nog met werknemers van de Philipsfabriek in Pune. Opnieuw een lange lijst klachten met als voornaamste probleem dat

Naaiatelier in Tirupur (foto: FNV Mondiaal)
de democratisch gekozen vakbond niet wordt erkend. Al negentien (!) jaar loopt hierover een conflict, compleet met rechtszaken en andere procedures. Ook hier onderhandelt het management met een door het bedrijf zelf opgerichte bond.


Schone kleding

Na deze vieze smaak, proberen we in Mumbai en Tirupur wat 'schone' kleding te ontdekken. De regio Mumbai kenmerkt zich door een afkalvende textielindustrie. Een industrie waar voorheen veel mensen werkten, meestal in grote bedrijven en onder bescherming van de wet en de vakbonden. Dit hele beeld is nu veranderd en er is een groeiend aantal kleine kledingbedrijfjes, zonder bescherming en zonder vakbond. We spreken veel mensen die vertellen over ontslagen medewerkers, schorsingen en bedreigingen. Weinigen in Mumbai hebben enig idee van gedragscodes of campagnes in de kledingsector. Anders is dat in Tirupur. De situatie is hier nog verre van perfect, maar toch beter dan in Mumbai. Bovendien is te merken dat er veel meer bewustzijn is over gedragscodes en wat bijvoorbeeld consumentencampagnes in Europa voor werknemers kunnen betekenen. Dit biedt hoop, zij het bescheiden, en geeft aanknopingspunten om de situatie in deze sector te verbeteren.


Scheepssloperijen

De meeste indruk heeft toch wel de scheepssloperij in Mumbai gemaakt. Midden in de stad, in de enorme krottenwijken, met veel bedrijvigheid van onder andere metaalbedrijfjes, sta je, als je door een opening in een lange muur gaat, opeens op de sloperij. We bevinden ons op een

Scheepssloperij in Mumbai (foto: FNV Mondiaal)
strand, alhoewel er geen spikkeltje zand meer is te zien, met daarop grote schepen of wat daarvan over is. We zien oude kranen en een lier, en verder eigenlijk geen machines, behalve de snijbranders die de mannen gebruiken om het schip te slopen en veel cilinders met gas voor de branders. Op het 'strand' is het een onbeschrijflijke bende met resten metaal, onderdelen van schepen, stukken motor, assen en flarden asbest. Met daartussen veel werknemers, die op hun hurken stukken metaal afsnijden met de snijbrander of met grote hamers op oude onderdelen slaan. Sommigen met handschoenen of een soort bril. Sommigen alleen met een lap stof voor hun mond. En dat bij 35 tot 40 graden Celsius, zonder bescherming tegen de zon. Zeven dagen per week, twaalf uur per dag. Voor een loon van ongeveer 40 roepies per dag (ongeveer één euro) van acht uur voor losse arbeiders, tot zo'n 120 roepies voor opzichters.

Bij het kantoor van de havenautoriteit heeft een aantal mannen theepauze. Hierdoor kunnen we even met ze praten. De meesten komen uit andere deelstaten. Sommigen zijn wat ouder (boven de vijftig) maar de meesten zijn jong. Soms zelfs niet ouder dan vijftien. Ze wonen in de nabijgelegen sloppenwijken en zijn in staat van hun schamele salaris nog een heel klein beetje te sparen. Er wordt verteld dat pas geleden twee mensen in een ruim zijn gevallen. Dood. Achteraf werd door de contractors rondverteld dat het dieven waren: de mannen werden zelfs na hun dood nog beschuldigd en misbruikt. Voorzieningen zijn er niet of nauwelijks, volgens de mannen. Zelfs drinkwater en toiletten ontbreken. Ook zijn er absoluut geen veiligheidsmaatregelen. Terwijl wij in het Westen mannen met maanpakken inhuren om asbest te verwijderen, worden schepen uit ditzelfde Westen in India en haar buurlanden gewoon op het strand gegooid, waar de werknemers het asbest en de andere gevaarlijke stoffen er met blote handen uithalen. Hoe schrijnend kan het in de wereld zijn?


Verantwoording doorschuiven

De havenautoriteiten verhuren het land aan de shipbreakers, de Indiase firma's die de schepen opkopen van de reders. De shipbreakers op hun beurt huren (onder)aannemers in voor het eigenlijke sloopwerk, en die huren vervolgens de werkers in die uiteindelijk het schip slopen. Ondertussen doen de lokale autoriteiten alsof ze van ons voor het eerst dit verhaal horen. Afschuiven van verantwoordelijkheden dus. En daarom is écht maatschappelijk verantwoord ondernemen zo belangrijk. Nederlandse multinationals moeten zich nu eens écht houden aan de normen die ze zeggen na te leven. En Europese eigenaren van sloopschepen zouden hun schip 'schoon' moeten afleveren, dat wil zeggen zonder asbest en andere schadelijke stoffen, vóór ze worden verkocht aan Indiase (of Pakistaanse of Bengaalse) opkopers. Want als we al jaren weten dat asbest levensgevaarlijk is voor onze mensen, is het willens en wetens misbruiken van Indiase werknemers wat mij betreft een kwestie van het schenden van mensenrechten.

xxx

xxx is beleidsmedewerker maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) bij FNV Mondiaal. Van het FNV-bezoek aan India is een uitgebreid verslag te vinden op: www.fnv.nl/mondiaal.


terug
begin document
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 12 februari 2003