terug
Uit: India Nu 84 (mei-jun 1993)


Dalits in India

De open universiteit van de Dalits



India telt meer dan 120 miljoen Dalits op een bevolking van ruim 800 miljoen mensen. Ze behoren niet tot de vier hoofdkasten die India kent (Brahmanen, Kshatriya's, Vaishya's en Sudra's), maar worden beschouwd als onaanraakbaren. Ze vormen een minderheid in India en worden gemeden, onderdrukt en zijn vanwege hun 'onreinheid' gedoemd vieze klussen op te knappen. Door deze positie zijn veel Dalits arm, wonen in slechte huizen en hebben niets te vertellen. Een groot deel legt zich hier bij neer, maar niet iedereen. Ranjan Babu, een Dalit uit Guntur (Andhra Pradesh) besloot iets te doen om hun positie te verbeteren. Omdat hij onderwijs hierbij van groot belang achtte, stichtte hij een open universiteit voor Dalits. Deze universiteit is de eerste in zijn soort en is niet alleen voor de Dalits, maar gaat over Dalits en wordt gerund door Dalits.


Tijdens een cycloon die in 1977 woedt in het kustgebied van Andhra Pradesh, waar Guntur ligt, vallen er zo'n 10.000 doden. De meesten van hen blijken Dalits te zijn. Ranjan Babu zoekt naar de oorzaak hiervan. Omdat de Dalits in hutjes wonen die niet tegen de cycloon bestand waren, overleven velen van hen de ramp niet. De rijkeren in hetzelfde gebied wonen in een degelijk huis dat wel bestand bleek tegen de cycloon. Ranjan Babu vindt dat er wat moet gebeuren en trekt met een aantal studenten de dorpen in om de Dalits te helpen. Zo ontstaat in 1979 de 'Community And Rural Development Society' (CARDS). Het doel van deze organisatie is om iets te doen aan de , slechte positie van de Dalits.

Waterpomp in Kollipara.
Vanuit CARDS ontstaat in 1986 het initiatief voor het oprichten van de Dalit Universiteit. Het doel van deze universiteit is om de mentaliteit van de Dalits te veranderen en een kritisch bewustzijn te ontwikkelen. Deze doelstelling probeert de universiteit te verwezenlijken door formele en informele onderwijsprogramma's. "Dalits zijn verdeeld", zo stelt Joshi, leraar historische literatuur aan de universiteit. "Ze leven verspreid over het hele land, spreken verschillende talen en hebben hun eigen gewoonten. We moeten ze verenigen en daarvoor is onderwijs nodig. We moeten het gevoel van onderdrukking bij Dalits laten verdwijnen. We moeten ze zelfvertrouwen bijbrengen. En we moeten politieke macht creëren!"


Ambedkar

De universiteit staat open voor iedereen in India. Momenteel zijn er een paar duizend mensen, over heel India verspreid, die voor formele educatie gebruik maken van de diensten van de universiteit. Hoewel de universiteit een eigen gebouw heeft, op een verlaten terrein buiten Guntur, lopen er maar weinig mensen rond. De meeste cursisten zullen het gebouw ook nooit zien omdat zij hun lesmateriaal thuis gestuurd krijgen om daar te studeren. De cursisten kunnen uit tien verschillende studieprogramma's kiezen variërend van communicatie tot vrouwenstudies.
Opvallend is dat in veel literatuur die de Dalit Universiteit gebruikt de naam Ambedkar verschijnt. Hij was een van de meest bekende vrijheidsstrijders naast Mahatma Gandhi. Er is zelfs een heel studieprogramma aan hem gewijd. Voor de mensen die verbonden zijn aan de Dalit universiteit is hij dan ook het grote voorbeeld. Ambedkar (1891-1956) die zelf tot de outcasts behoorde, trad in de jaren '20 naar voren en trok zich het lot van de lagere kasten erg aan. Zijn leven lang vocht hij voor hun belangen en het versterken van hun positie en verzette hij zich tegen het Indiase kastensysteem. Hij zorgde er reeds in 1928 voor dat op een conferentie van Congress aanhangers een resolutie werd aangenomen die het kastenstelsel als een grote belemmering voor de eenheid in de samenleving zag. Politieke macht was voor hem de sleutel naar sociale vooruitgang. Hierbij vormde onderwijs het belangrijkste wapen in de strijd voor vooruitgang van de outcasts. Analfabetisme was volgens Ambedkar ook de oorzaak van het sociale kwaad, zoals onwetendheid en bijgelovigheid, dat onder vele Dalits heerste.


Analfabetisme

Naast het formele studieprogramma worden er vanuit de universiteit nog vele andere activiteiten georganiseerd zoals: workshops, seminars, trainingen, conferenties en er wordt literatuur samengesteld. Zo heeft de universiteit ook lees- en schrijfcursussen opgezet. Het wijdverbreide analfabetisme onder de Dalits is tot op heden één van de grote problemen. Tot voor kort was 79% van de Dalits analfabeet. Veel ouders zien het balang van scholing voor hun kinderen niet in. Bovendien moeten veel kinderen werken om een steentje bij te dragen aan de gezinsinkomsten. Van de kinderen die wel naar school gaan komen velen op de middelbare school niet goed meer mee. Dit is niet zo vreemd als je bedenkt dat het onderwijs op het platteland niet regelmatig is. Wanneer de leraar afwezig is, wat nogal eens gebeurt, wordt de school vaak gesloten. Deze jongeren krijgen via de Dalit Universiteit alsnog de kans op scholing. Ze krijgen training in rurale ontwikkeling en het opzetten van sociale activiteiten. Vervolgens kunnen ze in hun eigen dorp ontwikkelingsactiviteiten opzetten.


Cultuur als onderwijsmiddel

Een ander voorbeeld van een van de activiteiten die de universiteit heeft opgezet is het Dalit Woman Forum (DWF). Dr. M. Swarna Latha Devi is een van de mensen die daarin actief is: "Het DWF probeert Dalit vrouwen op het platteland bewust te maken van hun situatie. Vrouwen in India hebben al een ondergeschikte positie, dus Dalit vrouwen zijn de onderdrukten onder de onderdrukten. De meesten van hen werken op het land en worden onderbetaald. Drie van de vier verkrachtingsslachtoffers zijn Dalits. Maar ze kunnen zo'n zaak niet voor de rechtbank laten komen, want daar hebben ze geen geld voor. Omdat ze individueel niet kunnen vechten, is dit forum in het leven geroepen. Er zijn nu zo'n 500 mensen bij aangesloten die over heel India opereren."
Omdat veel Dalit vrouwen niet kunnen lezen of schrijven, worden er culturele programma's, toneel, dans of zang, georganiseerd. "Deze culturele programma's hebben meer effect dan een toespraak waarbij mensen hun aandacht verliezen", zegt Swarna Latha Devi.
Het DWF organiseert vrouwen niet alleen, maar geeft ook trainingen aan hen zodat ze zelf in hun omgeving scholingsprogramma's kunnen opzetten. Ze krijgen bijvoorbeeld cursussen over gezondheidszorg en naailessen. Bovendien worden ze in de gelegenheid gesteld een lening af te sluiten. "Vaak kopen hogere kasten hen om en proberen op naam van een Dalit zichzelf een lening toe te eigenen. Wij proberen ze te leren zich niet te laten misbruiken en wijzen ze daarom op de mogelijkheden die ze hebben."


Contactpersonen

Bij het opzetten van activiteiten werken de Dalit universiteit en CARDS over het algemeen nauw samen. Er zijn zo'n 60 dorpen waar ze actief zijn. Er worden daar onderwijsprojecten opgezet die zo'n drie jaar duren. Hiervoor wordt in elk dorp iemand getraind in het onderhouden van contacten met de 'buitenwereld'. Het gaat hier bijvoorbeeld om contacten met banken, juridische instanties en regionale kantoren. Voor alle cursussen wordt een beroep gedaan op de universiteit om onderwijzers te sturen die mensen kunnen trainen.
De contactpersonen die getraind worden, komen altijd uit de dorpen zelf. Ratnam die voor CARDS werkt en vanuit het dorpje Kollipara (vlak bij Guntur) een aantal contactpersonen begeleidt, legt uit waarom: "Het gaat erom dat mensen uit het dorp zelf de dingen overbrengen op hun dorpsgenoten. Zij kunnen een situatie beter inschatten dan iemand van buitenaf. Iemand van buiten het dorp zou misschien zeggen dat de Dalits hun landheer meer geld moeten vragen voor het werk dat ze doen. Maar dan zijn ze de volgende dag hun baan kwijt. Iemand uit het dorp zelf weet hoe de verhoudingen liggen en kan daar beter op inspelen."


Straatbeeld in Kollipara.

Liever uitpraten dan slaan

Naast de scholing van dorpsgenoten moeten de contactpersonen ook zorgen dat ruzies in de dorpen niet te hoog oplopen. "Er is vaak ruzie in de dorpen", zo vertelt Ratnam. "Het begint vaak bij de kinderen en slaat over op de ouders. De contactpersoon moet dan met de ouders gaan praten en ook de kinderen leren geen ruzie te maken. Een andere aanleiding voor ruzie is het drinkwater. Soms kruipen mensen voor als er een rij staat bij de pomp of waterput. En verder is alcohol een probleem. Veel Dalits proberen hun problemen te verdrinken en dat zorgt juist weer voor allerlei andere problemen. Daarom moeten mensen leren erover te praten en naar een oplossing te zoeken in plaats van alleen maar ruzie te maken." In de dorpen worden de mensen op een traditionele manier onderwezen. Veel dingen worden duidelijk gemaakt door dans en liederen. De stokdans is hier een voorbeeld van. Deze dans, waarbij met stokken tegen elkaar wordt geslagen, is erg oud en de dansers maken duidelijk dat er moet worden samengewerkt om aan eten te komen. Na een begeleidingsperiode van drie jaar moet een dorp zichzelf kunnen bedruipen zonder hulp van CARDS of de universiteit. "Dat lukt niet altijd", vertelt Ratnam. "We houden dan ook in de gaten of het na afloop, van de begeleiding, goed gaat. Als dat niet zo is, kijken we waar het fout gaat en geven advies. We laten ze niet zomaar zitten." Ratnam begeleidt vanuit Kollipara veertien dorpen en contactpersonen. De begeleiding loopt nu (na drie jaar) op zijn eind. Tijdens een gezamenlijke vergadering van alle contactpersonen wordt besproken hoe de gang van zaken zal zijn nadat CARDS en de Dalit Universiteit zich hebben teruggetrokken. Een van de contactpersonen vraagt mij waarom wij westerlingen hen niet helpen, wij zijn immers zo rijk. Ratnam legt uit dat geld niet het belangrijkste is. Dat er genoeg te eten is in India, maar dat de verdeling ervan oneerlijk is en dat ze zelf moeten knokken voor het bereiken van hun doel. Uit de vraag van deze vrouw blijkt mij een gebrek aan zelfvertrouwen terwijl Ratnam drie jaar bezig is geweest dat bij deze groep bij te brengen.

xxx

(foto's: auteur)




begin document

tijdschrift India Nu

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 10 juli 2008