Veiligheid eerst!

Samenwerking scheepsslopers en scheepsbouwers spaart levens




Scheepssloperijwerf in Mumbai, India
Goedkoop en makkelijk, oude schepen dumpen in India. Werknemers worden uitgebuit, veiligheids- en milieunormen met voeten getreden. Indiase vakbondsleden op bezoek in Nederland vragen internationale steun om levens van scheepsslopers te redden.

'Veiligheid Eerst!’, staat op grote borden verspreid over het fabrieksterrein van Tata Steel in IJmuiden en op de scheepswerf IHC Merwede in Kinderdijk. Dit motto is herkenbaar voor Vidyadhar Rane en Ram Patel, vakbondsvertegenwoordigers van de twee grootste scheepssloperijen in India. Maar de uiterste zorg voor de veiligheid van werknemers hier in de praktijk staat in schril contrast met hun dagelijkse werkveld, op het strand van Mumbai en Alang in India.
Blootgesteld aan de gevaren van vallende platen, asbest en andere schadelijke stoffen, ontdoen elke dag meer dan zestigduizend Indiërs afgedankte schepen – veelal afkomstig uit Europa – van recyclebare onderdelen en metaal. Voor de eigenaren van de sloperijen een goudmijn, voor de arbeiders een grote misère. De werkdruk is hoog, de risico’s zijn groot. Uitbuiting en intimidatie door werkgevers komt veelvuldig voor. ‘Het is misschien wel het meest gevaarlijke werk dat er bestaat’, zegt Rane. ‘In het Westen wil niemand het doen.’ Toen hij de erbarmelijke omstandigheden op de scheepssloperijen voor het eerst zag, voelde hij zich schuldig. ‘Het zijn broeders, en ze hadden niets.’ In 2003 richtte Rane samen met anderen een vakbond op voor de scheepsslopers in Mumbai. In 2005 volgde een vakbond in Alang. Patel is daar veiligheidsdeskundige. ‘Veiligheidsmateriaal was niet aanwezig op de sloperijen,’ vertelt hij, ‘en de ongeschoolde werknemers kenden de gevaren niet.’

Westers afval
FNV Mondiaal en FNV Bondgenoten steunen samen met de Internationale Metal Federation (IMF) Indiase vakbonden in hun strijd voor betere werkomstandigheden. Half september nodigden zij Rane en Patel uit in Nederland. Naast vergaderingen over een ‘Train-the-Trainers’-programma, bezochten de Indiase vakbondsleden de metaalfabriek in IJmuiden – sinds kort in handen van het Indiase bedrijf Tata – en scheepswerf IHC Merwede. Daar ontmoetten zij kaderleden van FNV Bondgenoten om ideeën uit te wisselen over vakbondsopbouw en veiligheid op de werkplek. ‘We leven in een globaliserende wereld’, licht Wilma Roos van FNV Mondiaal het belang van het bezoek toe. ‘Voor werknemers is het belangrijk om internationaal te denken, verbondenheid te zoeken en te kijken op welke manier we elkaar kunnen ondersteunen.’
Dit wordt onder de kaderleden breed gedragen. Bertus Kamps: ‘Het afval komt uit onze rijke westerse wereld, waar we goede leefomstandigheden hebben. Dat zou daar ook zo moeten zijn. We kunnen op zijn minst financiële ondersteuning geven.’ Henk Korthof maakte zich al jarenlang sterk voor het opnemen van budget voor internationale solidariteit in de CAO. ‘Ik heb drie pogingen gedaan dit op de agenda te krijgen en het is gelukt. Nu geven we voor de vijfde keer geld aan het project.’
Sommige kaderleden hebben de scheepssloperijen in India zelf bezocht. De situatie is nauwelijks te vergelijken met die in Nederland. Daarom vindt Bert Zonneveld van Tata Steel het zo belangrijk om de Indiase gasten rond te leiden door de fabriek. ‘Ik wil laten zien hoe het ook kan qua veiligheid, en wat wij hier verdienen. Ik hoop dat de mensen daar voor zichzelf gaan opkomen.’

Zien, voelen, ruiken
Toch zijn er ook kritische geluiden. ´Deze bezoeken kosten geld, dat kunnen we beter daar besteden’, vindt kaderlid Jan Hofman. René de Zeeuw was eerder ook sceptisch, maar een bezoek aan India overtuigde hem van de meerwaarde van persoonlijk contact. ‘Zien, voelen en ruiken geeft toch een ander beeld. Ik was onder de indruk dat we hebben kunnen helpen met kleine dingen die voor het project heel belangrijk zijn. Dit motiveert mij om mijn activiteiten in Nederland voort te zetten. En onze bezoeken worden daar erg gewaardeerd.’ ‘Voor ons is het ook steeds een afweging waar we het budget aan besteden’, zegt Mario van de Luytgaarden van FNV Mondiaal. ‘Maar juist door deze bezoeken creëren we meer bewustwording en kunnen we meer mensen bereid krijgen om dit project te steunen.’ Rane benadrukt dat de scheepsslopersvakbonden dankzij deze internationale steun in korte tijd veel hebben kunnen bereiken: gratis drinkwater op de werkplek, veiligheidsmaterialen, loonafspraken, medische hulp en schadevergoeding bij ongelukken. Basale regelingen die in Nederland vanzelfsprekend zijn. ‘Maar,’ waarschuwt hij, ‘we moeten zorgen dat de werkomstandigheden in de hele regio verbeteren, anders verschuift het probleem naar landen als Bangladesh en Pakistan, waar de positie van slopers nog slechter is.’

Inwisselbaar
Tijdens bedrijfsbezoeken worden de verschillen in veiligheid met de omstandigheden op de Indiase sloperijen pijnlijk duidelijk. Henrik Diderich van IHC Merwede geeft een presentatie over het uitgebreide veiligheidsprotocol dat het bedrijf gebruikt. Het welzijn van werknemers lijkt hier hoogste prioriteit. ‘Het is een win-win situatie; als werknemers met meer plezier en toewijding werken, levert dat de werkgever geld op.’ Bovendien riskeert het bedrijf hoge boetes als overheidsregels overtreden worden.
In India zagen werkgevers arbeidskrachten meer als inwisselbaar. ‘Niemand bekommerde zich om de slopers’, vertelt Rane. ‘Scheepssloperijen vallen onder de verantwoordelijkheid van verschillende ministeries en de wetgeving was niet eenduidig.’ De eigenaren van scheepssloperijen konden zo steeds door de mazen van de wet glippen. De wetgeving is inmiddels verbeterd, maar uitvoering en handhaving blijven problematisch. Toch is Rane positief: ‘Nog steeds proberen werkgevers hun verantwoordelijkheid te ontlopen, maar nu we vakbonden hebben, kunnen ze niet meer om ons heen. Als het echt niet anders kan, staken we.’

Train de trainer
Maar het probleem ligt niet alleen bij de overheid en de werkgever, zegt Patel. Het gedrag van de werknemers zelf is ook bepalend voor de veiligheid op de sloperijen, meent hij. ´Je moet je ogen en oren openhouden tijdens het werk, je bewust zijn van de gevaren, anders kan iemand sterven.´ Hij heeft hoge verwachtingen van de training voor veiligheidstrainers die ze nu samen met FNV en de IMF aan het ontwikkelen zijn. In het voorjaar van 2012 vertrekt kaderlid Joop van Oord naar India om met het ‘Train-the-Trainers’-programma te starten. De veiligheidstraining is gemaakt voor analfabeten en gaat uit van goedkope, simpele sheets met afbeeldingen en het mondeling delen van ervaringen. ‘Het voornaamste is een discussie op gang brengen. Dan hoor je wat de problemen zijn, wat er nodig is. Lezen kan niet iedereen, praten wel’, legt Van Oord uit. Maar ook dan spelen taalbarrières een rol, vertelt Patel. ‘De scheepsslopers komen uit verschillende delen van India en spreken verschillende talen.’ Daarom richt de training zich in eerste instantie op vijftien trainers uit het hogere kader, die naast Hindi of Engels ook een andere Indiase taal spreken. Deze trainers kunnen vervolgens op de sloperijen van Mumbai en Alang groepen werknemers in hun eigen taal instrueren.

Doorbraak
Joop van Oord werkte jarenlang in de scheepsbouw en beseft als geen ander dat het belangrijk is om te weten hoe een schip is gebouwd om bij ontmanteling risico’s te minimaliseren. ‘Het is mogelijk om schepen veilig te ontmantelen,’ zegt Van Oord, ‘maar het kost tijd. We pakken het stap voor stap aan. Soms kan simpele kennis iemands leven redden.’ Ook het duurzaam bouwen van schepen kan veel leed voorkomen. Half september organiseerde Matsuzaki Kan van de IMF een conferentie voor zowel scheepsbouwers als scheepsslopers. Meer dan 45 vakbondsmedewerkers uit vijftien landen gingen in gesprek over strategische verbinding tussen bouw en sloop. ‘We willen middels een sociale dialoog scheepsbouwers aanspreken op hun solidariteitsgevoel’, zegt Matsuzaki. Samenwerking ziet hij als essentieel om de gehele keten van bouw tot sloop te verduurzamen en de situatie op scheepssloperijen te verbeteren. Rane was ook aanwezig bij de besprekingen en voelde zich gehoord. ‘We moeten scheepsbouw en ontmanteling zien als een en dezelfde branche. De conferentie was een doorbraak.’


Public meeting FNV/LIW, Utrecht
Verwijderingsbijdrage
Maatschappelijk Verantwoordelijk Ondernemen is in de wereld van scheepsbouw een relatief nieuw concept. ‘Schepen gaan van rederij naar rederij en dan worden ze uiteindelijk neergeknald op een Indiaas strand’, zegt een kaderlid van de scheepswerf. ‘Eigenlijk zou er een verwijderingsbijdrage geheven moeten worden, net als bij wasmachines.’ Merijn Hougee van Stichting De Noordzee beaamt dit. Slopen op stranden is niet eens toegestaan, benadrukt hij tijdens de Public Meeting die FNV en de Landelijke India Werkgroep organiseerden in Utrecht. Toch weten scheepseigenaren de wet te ontduiken. Ongeacht de eigenaar, zou elk schip jaarlijks een bedrag moeten afdragen voor schone ontmanteling, meent Hougee. Ook lobbyen bij grote banken kan een krachtige invalshoek zijn. ‘Zij investeren in scheepsbouw en kunnen eisen stellen bij kredietverstrekking‘, legt Hougee uit. ‘We moeten de verantwoordelijkheid bovenaan de keten leggen.’

XXX

• Zie ook het artikel 'Tussen Hoop en Asbest' in India Nu 184
• 'Into the Graveyard', een film over Indiase scheepsslopers op YouTube: http://youtu.be/IGDZiWwF_V0
terug
MVO
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 7 november 2011