terug
Uit: India Nu 106 (mrt-apr 1997)


Internationale kinderarbeid conferentie

Geen doorbraak, wel stap vooruit



Het woord doorbraak wilde Melkert, minister van Sociale Zaken en Werkgelegenheid, liever niet in de mond nemen tijdens de afsluitende persconferentie. Maar de grote internationale conferentie over kinderarbeid die op 26 en 27 februari [1997] in Amsterdam plaatsvond is zeker een goede stap in de goede richting. "De conferentie roept alle landen op om een tijdgebonden actieplan op te stellen om kinderarbeid uit te bannen, en om onmiddellijk een einde te maken aan de meest onacceptabele vormen," aldus voorzitter Melkert in zijn slottoespraak. Een verslag.

"Zo lang kinderen tot werk gedwongen worden en hun ouders werkloos zijn, is de wereld gek.... Slavernij past niet in onze wereld. De naam kinderarbeid is veel te mooi. Een misdaad is het." Aan het woord is de Duitse minister van sociale zaken M. Blüm. In een vlammend en geëngageerd betoog stelt Blüm ongezouten waar het op staat. Blüm staat erom bekend zich niet al te veel gelegen te laten liggen aan de voor politici zo karakteristieke diplomatieke stijl, tenminste als het om kinderarbeid gaat. Vorig jaar nog bracht hem dat in conflict met de Indiase regering. Maar een betoog als dat van Blüm werkt wel verademend op een conferentie waar een wereld vol gevoelig verschil zich naar internationale consensus worstelt. En aan internationale consensus valt niet te ontkomen. Want daar waren de ruim 250 deelnemers uit 30 landen - ministers, regeringsfunctionarissen, deskundigen en activisten op het gebied van kinderarbeid - het over eens: "bestrijding van kinderarbeid vergt een internationale inspanning". Volgens Blüm is het hoog tijd dat regeringen, werkgevers, internationale organisaties en zeker ook consumenten eindelijk hun verantwoording nemen en zich niet blijven verschuilen achter het armoede-excuus. "Vaak wordt gesteld: eerst helpen, eerst moet de welvaart omhoog, dan pas kunnen we kinderarbeid verbieden. Dat gaat al honderd jaar zo. Maar dat is niet per se noodzakelijk," aldus de minister die in retorische stijl afrondt: "Je moét geen tapijten kopen die door kinderen zijn gemaakt. Je hoéft je woning niet te verwarmen met door kinderen gedolven kolen."


Unanieme uitspraak

Inzet van de conferentie was de onmiddellijke uitbanning van de 'meest onacceptabele vormen van kinderarbeid'. In Blüms' woorden is dit het eufemisme voor misdaden als slavernij, kinderprostitutie, pornografie en drugsmokkel en gevaarlijk en ongezond werk door (zeer jonge) kinderen. Het gaat daarbij om grote aantallen.
ILO directeur-generaal Michel Hansenne in zijn openingstoespraak: "Vele miljoenen kinderen werken in omstandigheden die een onverdraaglijke schending van de mensenrechten en de waardigheid van het individu betekenen". Het ter voorbereiding van deze conferentie opgestelde ILO rapport 'Child labour; targeting the intolerable' is over de omvang van het probleem erg duidelijk. Volgens de arbeidsorganisatie valt naar schatting eenderde onder de categorie 'meest onacceptabele vormen van kinderarbeid'. Over uitbanning van dit sociale kwaad heeft de conferentie zich dan ook unaniem uitgesproken. Dat is een stap in de goede richting, een concreet politiek resultaat, valt in de wandelgangen te beluisteren.

"Het is politiek het meest haalbare", heet dat in dezelfde gangen anders en kritischer geformuleerd. Volgens sommige betrokkenen kunnen zich nog genoeg problemen voordoen bij de precieze invulling van het begrip 'meest onacceptabel'. Over seksueel misbruik van kinderen zal weinig discussie ontstaan, maar welke arbeid is bijvoorbeeld (te) gevaarlijk of (te) ongezond? Volkskrant-journalist John Wanders vroeg zich onder het kopje "Kinderarbeid: abject, abjecter, abjectst" zeer illustratief af wie straks bepaalt wat nog wel door de beugel kan en wat niet. "Er wordt een gedoogbeleid op poten gezet voor minder schrijnende gevallen van kinderarbeid, hetgeen een grijze zone in het leven roept", aldus Wanders.

Het is goed denkbaar, zoals bijvoorbeeld Kailash Sathyarthi van de South Asian Coalition on Child Servitude (SACCS) vreest, dat "de aandacht zich (blijvend) concentreert op de extreme vormen van kinderuitbuiting, en de 'gewone' kinderarbeid helemaal buiten beeld raakt." Veel organisaties die, zoals SACCS, kinderarbeid breed willen aanpakken, vrezen dan ook dat de nieuwe conventie die de ILO voorbereidt in de plaats komt van ILO-conventie 138 die betrekking heeft op kinderarbeid in bredere zin. In deze nieuwe conventie worden de landen opgeroepen een einde te maken aan de meest onacceptabele vormen van kinderarbeid.
Volgens Melkert is die vrees overigens ongegrond, want op de afsluitende persconferentie liet hij
minister Ad Melkert tekent tegen kinderarbeid (foto: XXX)

60.000 NEE's tegen kinderarbeid

Tijdens de conferentie zijn de in het kader van de actie 'Teken Tegen Kinderarbeid' verzamelde handtekeningen aangeboden aan minister Melkert. Ruim 60.000 mensen hebben hun handtekening gezet. Zij dringen daarmee bij de Nederlandse regering en de Europese Unie er op aan om:

  • steun aan het basisonderwijs te combineren met programma's om werkende kinderen op school te krijgen, met bijzondere aandacht voor meisjes;
  • steun te geven aan keurmerken voor 'kinderarbeidvrije' producten en de importtarieven voor deze producten af te schaffen, om te beginnen voor Rugmark-tapijten en 'fair-trade' producten;
  • al het mogelijke te doen om extreme vormen van kinderarbeid, zoals kinderslavernij, kinderprostitutie en gevaarlijk werk, zo snel mogelijk uit te bannen.
Gerard Oonk van de Landelijke India Werkgroep sprak namens de tien samenwerkende organisaties in 'Teken Tegen Kinderarbeid'. Hij onderstreepte onder meer het belang van goed en verplicht basisonderwijs, waarna Nederlandse kinderen de handtekeningen aan minister Melkert aanboden.

De minister zette ook zelf zijn handtekening. De bewindsman kan, zoals hij aangaf, niet bij zichzelf aandringen op inwilliging van de drie punten. Maar met zijn handtekening onderschrijft hij alle drie de wensen van de ondertekenaars. Het derde punt, extreme vormen van kinderarbeid, was de inzet van de conferentie en ook over het belang van goed basisonderwijs bestaat wel consensus.

Maar steun aan keurmerken voor 'kinderarbeidvrije' producten ligt politiek veel gevoeliger, getuige de bedenkingen van de Indiase overheid tegen het Rugmark. In zijn toespraak sprak de Indiase Minister van Arbeid M. Arunachalam zijn weerstand uit tegen alle maatregelen die met handel te maken hebben: 'Elke poging om het thema kinderarbeid te koppelen aan internationale handel of om het te gebruiken om handelssancties op te leggen, direct of via een uitvlucht, aan landen waar het probleem kinderarbeid speelt, zal alleen maar contra-productief werken en het welzijn van kinderen schaden'. In deze zin zou je als je wilt een positieve maatregel als het Rugmark negatief kunnen opvatten als een 'handelssanctie, via een uitvlucht'. De handtekening van Melkert is dan ook van aanzienlijke politieke betekenis.

weten dat de nieuwe ILO-conventie "complementair zal zijn aan ILO-conventie 138." Maar betekent dat ook dat de landen die de nieuwe conventie ratificeren, zich daarmee op enigerlei wijze willen binden aan conventie 138? Nee dus, want dan is de kans op een brede ratificatie nihil. De nieuwe conventie is een concessie aan de politieke onhaalbaarheid van een brede aanpak, dus van de 'meest onacceptabele' vormen èn de minder extreme vormen van kinderarbeid. De nieuwe conventie bevindt zich overigens nog in de ontwerpfase. Er zullen nog vele woorden over gewisseld worden op de 'follow up' conferentie over kinderarbeid dit najaar in Oslo en op enkele ILO-bijeenkomsten. In 1999 moet er dan een ratificeerbare conventie zijn ter uitbanning van de meest onacceptabele vormen van kinderarbeid. Wat betreft de andere vormen van kinderarbeid, zal het tijdgebonden actieplan waartoe de 'Amsterdam-conferentie' opriep in ieder geval een zaak van de volgende eeuw zijn.


Jeugdige delegatie

Daarmee kan de zeventienjarige Vidal Ccoa Mamani uit Peru tevreden zijn. Hij maakte deel uit van de internationale delegatie van werkende kinderen op de conferentie. Kinderinspraak was een eis die vorig jaar bij een voorbereidende conferentie van werkende kinderen in het Indiase Kundapur gesteld werd en die door de ILO en de Nederlandse regering gehonoreerd is.
De ILO legt de huidige leeftijdsgrens voor kinderarbeid bij veertien jaar (vijftien in noordelijke landen) en Vidal is in die zin dus niet langer te bestempelen als 'werkend kind' (meer 'werkende jongere'). Hij vertegenwoordigt echter de werkende kinderen uit Peru die zich georganiseerd hebben in de National Movement of Working Children of Peru. Vidal begon te werken toen hij zeven was en belandde op zijn twaalfde in de mijnen.
Ervaring met kinderarbeid heeft hij dus genoeg, hoewel de vraag rijst in hoeverre iemand als Vidal representatief is voor kinderen van dertien, twaalf jaar en jonger om wie het vooral gaat als je het hebt over kinderarbeid. Voor Vidal is zijn arbeidsverleden duidelijk geen rem geweest op zijn ontwikkeling. In rake zinnen verwoordt hij als een volleerd vakbondsleider zijn standpunt: "Bestrijdt niet het werk, maar de slechte omstandigheden waaronder wij moeten werken," en "marginaliseer ons niet". Deze mening deelt hij met de meeste van zijn delegatiegenoten: ze spreken zich uit tegen een boycot van kinderarbeid en vragen de conferentie het misbruik te bestrijden. Maar niet eensgezind, getuige de uitspraak van de vijftienjarige Lidja Pareira da Silva uit Brazilië: "Maakt u alstublieft een einde aan kinderarbeid."
Maar dat het zover komt, daarvoor hoeven haar delegatiegenoten niet te vrezen. Harde boycotmaatregelen of een totaal verbod op kinderarbeid (zoals de Amerikaanse senator Harkin indertijd voorstelde) staan niet op de agenda. Ook al suggereert iemand als Nandana Reddy, de Indiase voorzitter van de International Working Group of Child Labour, graag anders. "Niet al het werk van kinderen is per definitie slecht en met een verbod los je het probleem niet op," klonk het nog in Kundapur uit haar mond.


Lange termijn of lange baan?

"De oplossing van het probleem vergt veeleer een 'flexibele' aanpak", zo stelt minister Pronk de kinderdelegatie in zijn slottoespraak gerust. Daarin vat hij de resultaten van de door hem geleide workshop samen. De ergste vormen nu, pas later - op lange termijn - zouden dan alle kinderen (onder de veertien) het onderwijs in moeten.
Wat overigens niet wil zeggen dat zij er dan geen werk, bijvoorbeeld in het familiebedrijf of helpen in de huishouding meer naast zouden kunnen doen (wat de ILO 'child work' noemt, ter onderscheiding van 'child labour' - kinderarbeid). Pronk benadrukt namens de conferentie verder hoe belangrijk het is dat kinderen nu ook meepraten over hun eigen situatie.
In hoeverre hun deelname wezenlijk verschil uitmaakt valt nog te bezien. In publicitair opzicht had de aanwezigheid van de delegatie werkende kinderen in ieder geval wel effect, getuige de grote hoeveelheid camera's, microfoons en schrijfblokken in hun buurt.

xxx




begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 19 juni 2008