Nederlandse zaadbedrijven betrokken bij kinderarbeid en onderbetaling vrouwen

LIW-rapport A Tale of Two Companies leidt tot actie



In Nederland zijn ze niet zo bekend, maar in India horen de zaadbedrijven Bejo Zaden en Nunhems tot de grootste in de productie van tomaten- en peperzaad. Daar worden ze geconfronteerd met kinderarbeid en lage lonen bij de boeren die aan hun (dochter)bedrijven leveren. Het nieuwe rapport van de Landelijke India Werkgroep, A Tale of Two Companies, laat zien hoeveel verschil het maakt als bedrijven besluiten om deze problemen aan te pakken. Maar klaar zijn ze nog lang niet.

Al jaren publiceert de Landelijke India Werkgroep (LIW) rapporten over de omvangrijke kinderarbeid in de Indiase katoenzaadteelt en de betrokkenheid daarbij van multinationale bedrijven. Met resultaat, want multinationals als Syngenta, Bayer en (in mindere mate) Monsanto hebben inmiddels programma’s om kinderarbeid te weren uit de productie van katoenzaad bij de boeren die aan hen leveren. Ook steunen zij onderwijsactiviteiten voor kinderen die eerder aan het werk waren.

Nederlandse bedrijven
Sinds de LIW in 2010 het rapport Growing Up in the Danger Fields publiceerde, over kinderarbeid in de groentezaadteelt, zijn ook Nederlandse zaadbedrijven in beeld. Nederlandse bedrijven als Nunhems (dochter van Bayer) en Bejo Zaden, maar ook Enza Zaden en Rijks Zwaan, zijn wereldwijd actief. Deze bedrijven en andere leden van de brancheorganisatie Plantum zijn niet alleen in Nederland, maar vaak ook wereldwijd actief in - zo vat Plantum het samen - ‘de veredeling, vermeerdering, opkweek en handel van zaden, bollen, knollen, stekken en jonge planten’. In 2010 bleek dat ook Nunhems India en Bejo Zadens dochterbedrijf Bejo Sheetal op grote schaal betrokken waren bij kinderarbeid onder de veertien jaar en gevaarlijke arbeid door tieners. Er werd meermalen Kamervragen over gesteld. Beide bedrijven beloofden beterschap.

Dalits
Voor de helft zijn de werknemers in de zaadteelt Dalits en adivasi (tribalen), en voor de rest mensen uit de laagste kasten, net boven de dalits. Vooral Dalits worden vaak ‘anders behandeld’, blijkt uit A Tale of Two Companies. Dalits worden nogal eens uitgescholden
Nunhems India en Bejo Sheetal zijn belangrijke bedrijven op de Indiase zaadmarkt. Zij behoren bij de top 10 groentezaadbedrijven van India en hebben samen een aandeel van twintig procent in de markt van peper- en tomatenzaden. De productie vindt vooral plaats in de deelstaat Karnataka.
en vernederd. Verder zijn de arbeiders die niet als los arbeider maar het hele jaar bij een boer werken bijna allemaal dalits. Zij staan ‘onbeperkt ter beschikking’ van de boer en werken meestal zo’n twaalf uur per dag. Hun ‘overwerk’ wordt niet betaald. Overigens is maar een minderheid van de kinderen gezinslid van de boer. De meerderheid (78 procent) van de kinderen wordt ‘ingehuurd’.

Het verhaal van twee zaadbedrijven
In 2012 en 2013 is opnieuw onderzocht hoe het er bij Nunhems en Bejo Sheetal voorstond. Het bleek dat Bejo Sheetal nog steeds op grote schaal kinderarbeid tolereert bij de boeren die aan het bedrijf leveren. De boeren die aan Nunhems India - dochter van Nunhems in Limburg - zaden leveren, werken bijna zonder gebruik te maken van arbeid door kinderen onder de veertien, zo is te lezen in het rapport A Tale of Two Companies dat de LIW en de campagne ‘Stop Kinderarbeid - School, de beste werkplaats’ in juni 2013 publiceerden. Een steekproef onder dertig boeren die aan Bejo Sheetal leveren laat zien dat achttien procent van de arbeiders die peperzaden verbouwen kinderen onder de veertien zijn. Dit is twaalf procent bij de teelt van tomatenzaad. De situatie is iets beter dan in 2010, toen 24 procent van de arbeiders in de peperzaadteelt jonge kinderen waren. Maar het is nog steeds heel zorgwekkend.
Bij Nunhems is het anders gelopen. De rapporten van de LIW en de eerdere ervaringen van moederbedrijf Bayer leidden daar tot een snelle reactie. Een duidelijk uitgedragen beleid van ‘nultolerantie’ voor kinderarbeid, een controlesysteem met prikkels en sancties én bijdragen aan de schoolgang van kinderen heeft het aantal jonge werkende kinderen teruggebracht tot circa een procent van de werknemers bij boeren die aan Nunhems leveren.

Gevaarlijke kinderarbeid tieners en onderbetaling vrouwen
Toch is het kinderarbeid-probleem bij beide bedrijven nog niet opgelost. Bij de boeren die aan Nunhems India én Bejo Sheetal leveren zijn bijna dertig procent van alle arbeiders kinderen tussen de vijftien en achttien
Kinderarbeid in Indiase groentezaadteelt: meer dan 150 duizend kinderen


Uit het in 2010 gepubliceerde onderzoek Growing Up in the Danger Fields blijkt dat ruim 150 duizend kinderen, waarvan bijna zestigduizend onder de veertien jaar, betrokken waren bij de productie van groentezaden in drie deelstaten - Karnataka, Maharashtra en Gujarat. Zowel bij boeren die peperzaden aan Nunhems India als aan Bejo Sheetal leverden, waren destijds respectievelijk 24,3 en 12,5 procent van de arbeiders jonger dan veertien jaar. Over de hele linie is volgens het onderzoek A Tale of Two Companies het aantal kinderen in de groentezaadsector circa een kwart gedaald. Maar bij bedrijven als Nunhems en het Amerikaanse Syngenta is het veel sterker gedaald, evenals in gebieden waar maatschappelijke organisaties en de overheid actief zijn geweest.
jaar. Gevaarlijke kinderarbeid boven de veertien jaar wordt in India binnenkort verboden. Gevaarlijk is het werk in de zaadteelt zeker. Kinderen werken lange dagen en worden vaak onbeschermd blootgesteld aan gevaarlijke pesticides. Bovendien verlaten de meeste kinderen op jonge leeftijd hun school.
Nunhems en Bejo Sheetal hebben ook nog een ander groot probleem. Zo verdienen vrouwen en meisjes - ruim tachtig procent van de werknemers - vaak minder dan het officiële minimumloon. Dit loon is voor dagloners in de deelstaat Karnataka ruim twee euro, maar vrouwen verdienen meestal niet meer dan 1,36 tot 1,75 euro. Voor ‘mannentaken’ zoals ploegen en het sproeien van pesticides wordt veertig tot zeventig procent meer betaald dan voor ‘vrouwentaken’ als wieden en kruisbestuiving van de zaadplanten.
Zowel Nunhems als Bejo Zaden lieten de LIW weten dat ze werk gaan maken van het verminderen van de loonverschillen en de betaling van vrouwen onder het minimumloon. In zijn reactie in Trouw van 29 juni 2013 zegt directeur John-Pieter Schipper van Bejo Zaden: ‘Wij voelen ons zeer aangesproken, net als drie jaar geleden. Wij hebben toen direct in contracten laten opnemen dat we kinderarbeid en onderbetaling niet toestaan.’ Trouw tekent verder uit Schippers mond op dat eerdere maatregelen blijkbaar onvoldoende hebben geholpen en dat hij, nadat de LIW hem van de nieuwe onderzoeksresultaten op de hoogte stelde, Bejo Sheetal heeft geïnformeerd dat hij alle zaken zou opschorten tot ze hun zaken op orde hebben. Bejo Sheetal betaalt voortaan een bonus aan Indiase telers die kunnen aantonen dat ze geen kinderen in dienst hebben en die volgens de regels betalen, laat Schipper weten.

Nieuwe Kamervragen
Ook na publicatie van het rapport A Tale of Two Companies kwamen Kamerleden, op initiatief van Voordewind van de Christen- Unie, in actie. Ze vroegen medio juli onder meer aan minister Ploumen voor Buitenlandse Handel en Ontwikkelingssamenwerking of zij informatie gaat inwinnen over de plannen van Bejo Zaden om nu wél werk te maken van de bestrijding van kinderarbeid. Ook willen ze weten of de minister bereid is kinderarbeid en lage lonen in de zaadteelt bij de Indiase gesprekspartners onder de aandacht te brengen, ‘met het oog op het gezamenlijk werken aan oplossingen’. Verder vragen de Kamerleden Ploumen om branchevereniging Plantum aan te spreken over de uitvoering van hun ‘Verklaring over het vóórkomen van kinderarbeid.’ De Kamerleden willen dat de minister daarover nadere afspraken met hen maakt én dat bedrijven daarover rapporteren.

Maatregelen
In haar reactie op de Kamervragen heeft Ploumen begin augustus kenbaar gemaakt dat de regering kinderarbeid en lage lonen in de zaadproductie in India het liefst zo snel mogelijk ziet uitgebannen. Zij heeft daarover afspraken gemaakt met Bejo Zaden, Nunhems en Plantum. Bejo Finance (met een minderheidsbelang in Bejo Sheetal) gaat nu producenten voorlichten en monitoren, in samenwerking met een ngo en de lokale overheid. Verder komen er financiële prikkels voor producenten die zich aan de afspraken houden en initiatieven voor educatie van kinderen die uit een arbeidssituatie komen. Maatregelen die aldus Ploumen zijn geïnspireerd door de resultaten van Nunhems. Bejo en Nunhems lieten ook weten dat de boeren die voor hun partnerbedrijven werken het minimumloon aan hun werknemers moeten betalen. Brancheorganisatie Plantum heeft ten slotte beloofd om te rapporteren over de aanpak van kinderarbeid door haar leden en vraagt hen om hun beleid tegen kinderarbeid te evalueren en daarover een openbaar rapport op te stellen. Eind 2014 voert het Ministerie van Ploumen een vervolggesprek met Bejo Zaden, Nunhems en Plantum over de resultaten van de door hen beloofde acties.

Gerard Oonk
directeur Landelijke India Werkgroep


Rapport A Tale of Two Companies: http://www.indianet.nl/ATaleOfTwoCompanies.html.
Rapport Growing Up in the Danger Fields: http://www.indianet.nl/pdf/dangerfields.pdf.
"Onder de veertien? Niet op het veld, maar in de klas" (Trouw, 29-6-2013): http://www.trouw.nl.
Meer informatie over kinderarbeid en lage lonen in de Indiase zaadsector en de betrokkenheid van bedrijven daarbij: http://www.indianet.nl/katoenz.html.
terug
Kinderarbeid in de Indiase katoenzaadteelt
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 24 september 2013