terug
Uit: India Nu 131/132 (mei-aug 2001)


De vuile was van de kledingindustrie

Zet Triumph Burma uit!


Wanneer je nieuwe kleren koopt is de kans groot dat daar een luchtje aan zit. Veel textielbedrijven laten hun kleren in landen maken waar niet alleen de arbeid goedkoop is, maar ook fundamentele rechten worden geschonden. Als actief deelnemer aan de Schone Kleren Kampagne zet de LIW zich al jaren in voor verbetering van arbeidsomstandigheden in de kledingindustrie. Schendingen van arbeidsrechten zijn in de kledingindustrie aan de orde van de dag. Gedwongen overwerk, onderdrukking van vakbonden, discriminatie, ongezonde arbeidsomstandigheden, kinderarbeid en dwangarbeid komen helaas nog altijd veel voor.

meisje in de kledingindustrie
(foto: Gerard Oonk)
Het naaiwerk is het meest arbeidsintensieve deel van het productieproces van kleding. Dit gebeurt daarom vooral daar waar men gebruik kan maken van goedkope arbeidskrachten. De arbeidskosten maken gemiddeld niet meer dan vijf procent van de uiteindelijke prijs van het kledingstuk uit. In de meeste kledingproducerende landen bedienen jonge vrouwen de naaimachines. Ze verdienen daarmee een karig inkomen, soms in de vorm van stukloon, soms uurloon. De lage lonen van vrouwen en meisjes worden ten onrechte verdedigd met het argument dat zij geen kostwinners zouden zijn.
  Een belangrijk kenmerk van de kledingindustrie is de voortdurende verplaatsing van de productie. De branche blijkt telkens weer lucratievere locaties te kunnen vinden. Bedrijven zijn steeds op zoek naar plekken die het beste aan hun eisen voldoen. Lage lonen zijn daarbij een zeer belangrijke factor. Positief gewaardeerd worden ook een overheid die weinig aandacht heeft voor de naleving van arbeids- en milieuwetgeving, de afwezigheid van vakbonden, een goede infrastructuur, belastingvoordelen en gunstige voorwaarden voor in- en uitvoer.

In de zestiger en zeventiger jaren begon de verhuizing van de kledingproductie vanuit West-Europa. Zuid-Korea, Taiwan, Tunesië en Hongkong waren populaire bestemmingen. Na een aantal jaren stegen daar de lonen echter, onder andere door de opkomst van sterke vakbonden. Nieuwe verhuizingen volgden. Thailand, de Filippijnen, Bangladesh, India en Sri Lanka werden in de tachtiger jaren vervolgens populair. Nog steeds vindt hier veel kledingproductie plaats. Recenter zijn Cambodja, Laos, Vietnam, Burma en vooral China populair geworden. Ook Oost-Europa is sinds een paar jaar een belangrijk kledingproducerend gebied geworden.


Vakbonden

India en haar buurlanden zijn dus belangrijke kledingproducerende landen. De Schone Kleren Kampagne heeft dan ook al vaak actie gevoerd naar aanleiding van arbeidsconflicten in deze regio. Nederlandse
Maatschappelijk verantwoord ondernemen

In landen met een zwakke (handhaving van) wet- en regelgeving kunnen buitenlandse bedrijven vaak straffeloos arbeids- en mensenrechten schenden en het milieu aantasten. Daarom is het noodzakelijk om te streven naar bindende regels voor internationaal opererende bedrijven. Deze regels moeten worden gebaseerd op internationaal aanvaarde verdragen over arbeidsrechten, mensenrechten en het milieu.

Meer dan 75 Nederlandse organisaties, waaronder Amnesty International, de Consumentenbond, de Landelijke India Werkgroep, Novib, Milieudefensie en de Schone Kleren Kampagne, bepleiten in het manifest 'Profijt van Principes' dat de Nederlandse overheid, zolang internationale bindende regels ontbreken, een gedragscode voor bedrijven opstelt. Onafhankelijke controle op naleving en verantwoordelijkheid van ondernemingen voor hun productketen en de 'uitbesteding' van werk horen daar natuurlijk bij.
De overheid zou volgens dit manifest op verschillende manieren kunnen zorgen dat zo'n code door bedrijven wordt nageleefd. Zo zou ze bij haar eigen inkoopbeleid voorrang moeten geven aan sociaal en ecologisch verantwoorde producten en dat ook moeten stimuleren bij de lagere overheden en consumenten. Ook is het logisch om bedrijven die zich niet aan de gedragscode houden uit te stuiten van overheidssteun, zoals de herverzekering van exportkredieten. En heel belangrijk: de overheid zou bedrijven moeten verplichten tot een jaarlijkse openbare sociale en milieurapportage over activiteiten in het buitenland. Het mag toch geen bedrijfsgeheim zijn of bedrijven zich al of niet iets aantrekken van arbeidsrechten en milieunormen. Voor veel bedrijven zal zo'n verplichting een aansporing zijn om eens te onderzoeken hoe hun leveranciers in bijvoorbeeld China of India hun producten laten maken. Als het niet goed zit moeten ze natuurlijk binnen een redelijke termijn zorgen voor implementatie van de gedragscode door hun leveranciers, ook als daar voor de Nederlandse onderneming extra kosten mee gemoeid zijn. Een onafhankelijk kennis- en promotiecentrum kan bedrijven helpen een goed controlesysteem op te zetten.

In het advies over 'maatschappelijk verantwoord ondernemen' dat de Sociaal-Economische Raad (SER) in december jl. vaststelde, worden fundamentele arbeids- en mensenrechten en milieunormen ondergeschikt gemaakt aan de vrije keuze van de Nederlandse ondernemer. Het kabinetsstandpunt over maatschappelijk verantwoord ondernemen dat eind maart werd vastgesteld is te optimistisch over wat bedrijven in de praktijk doen en te vrijblijvend in haar aanbevelingen. In de regeringsnotitie ontbreekt een langetermijnvisie op de verantwoordelijkheid van in het buitenland actieve Nederlandse bedrijven voor mens en milieu. De Verenigde Naties buigen zich momenteel over richtlijnen voor internationaal opererende bedrijven. Het kabinet zegt daarover niets, net zo min als over de rol van bedrijven bij de naleving van mensenrechten. Positief te waarderen in het kabinetsstandpunt zijn de verplichting tot naleving van de fundamentele arbeidsnormen en het onderzoek naar mogelijke strafbaarstelling van milieudelicten in het buitenland. De voornemens voor een kenniscentrum en een verantwoord inkoopbeleid zijn positief maar absoluut onvoldoende uitgewerkt om ze op hun waarde te kunnen beoordelen. Ook ontbreekt een modelgedragscode voor bedrijven en een pleidooi voor onafhankelijk controle op de naleving van bedrijfsgedragscodes.

kledingbedrijven worden bijvoorbeeld aangesproken op arbeidsrechtenschendingen in de fabrieken waar hun kleding gemaakt wordt. In de regel roept de Schone Kleren Kampagne niet op tot een boycot. Het argument hiervoor is dat het gevolg van zo'n oproep zou kunnen zijn dat de arbeidsters hun werk kwijtraken. En dat is natuurlijk niet de bedoeling. Dus als er actie wordt gevoerd bij een bedrijf is het nadrukkelijk de eis om de arbeidssituatie te verbeteren. Belangrijk zijn de contacten met organisaties in de producerende landen. Mede omdat de Schone Kleren Kampagne onderzoek deed naar arbeidsomstandigheden in Azië ontstond een internationaal netwerk van vakbonden en maatschappelijke organisaties.

In veel landen worden vakbondsleiders en -leden onderdrukt. Mensen die zich sterk maken voor de vakbond worden ontslagen of bedreigd en vakbondsleiders worden op een zwarte lijst geplaatst, zodat ze geen werk meer krijgen bij een andere fabriek. Ook arrestaties komen voor. Het verschijnsel 'gele' bonden is wijd verbreid. Deze officieel erkende vakbonden sluiten collectieve overeenkomsten met bedrijven die de belangen van de arbeidsters ondermijnen. Onafhankelijke vakbonden kunnen zich niet registreren, omdat immers al een vakbond geregistreerd staat.

Free Trade Zones zijn gebieden die gecreëerd zijn om buitenlandse investeerders aan te trekken. Er wordt van alles gedaan om het voor deze bedrijven aantrekkelijk te maken om juist daar een fabriek te beginnen, bijvoorbeeld door allerlei belastingvoordelen of door bij de naleving van arbeids- en milieuwetgeving een oogje dicht te knijpen. Zo wordt het recht op organisatie en collectieve onderhandeling in veel van deze gebieden niet gerespecteerd, terwijl het merendeel van de landen wel de betreffende conventies van de internationale arbeidsorganisatie ILO heeft geratificeerd.

In een aantal landen tolereert de overheid niet alleen de onderdrukking van vakbonden, maar speelt daarin zelf een actieve rol. Voorbeelden zijn China, Indonesië en Burma. Uit India komen steeds meer klachten over de verplaatsing van kledingproductie naar China. In China staat de overheid geen vakbondsvrijheid toe. Je zou om die reden van bedrijven kunnen eisen dat ze daar niet produceren of inkopen. Maar voor de arbeidsters die daar werken levert zo'n eis geen enkele verbetering op. De vakbonden en organisaties die er actief zijn vragen ook niet om een boycot. Wel vragen zij druk uit te oefenen op bedrijven om de situatie te verbeteren. Als westerse bedrijven bij de overheid in die landen zouden aandringen op vakbondsvrijheid, zou dat wellicht meer gewicht in de schaal leggen dan wanneer alleen arbeidsters of andere overheden dat doen. Per slot van rekening verliezen regeringen niet graag hun buitenlandse investeerders.


Lingerieboycot

Een ander voorbeeld van een land waar het recht op organisatie en collectieve onderhandeling met harde hand wordt onderdrukt is Burma. Het land wordt sinds 1962 geregeerd door een militaire dictatuur. Systematische schendingen van mensenrechten, martelingen en dwangarbeid zijn aan de orde van de dag. Buitenlandse investeringen in Burma komen direct ten goede aan het militaire regime. Ondanks het feit dat Burma een conventie van de ILO heeft geratificeerd over het verbod van dwangarbeid en andere vormen van verplichte tewerkstelling, schendt de militaire junta deze systematisch. Volgens de ILO verrichten honderdduizenden mannen, vrouwen, kinderen, ouderen en arbeidsongeschikten onder de vreselijkste omstandigheden dwangarbeid. Volgens rapporten van de ILO en Amnesty International komen afpersing, fysiek geweld, marteling, verkrachting en moord veelvuldig voor.
  Burma schendt ook een andere ILO-conventie. Het is er verboden vakbonden op te richten of collectieve arbeidsovereenkomsten af te sluiten. Alle door de junta als onwettig beschouwde verenigingen en alle vormen van samenkomst of manifestatie zijn verboden op straffe van drie jaar gevangenis. De Aziatische afdeling van Triumph startte in 1997 de productie van lingerie in een fabriek die gehuurd wordt van de Union of Myanmar Economic Holdings (UMEH). Deze holding is eigendom van Burrnese militairen. De UMEH beheert op het Pyin-Ma-Bin-bedrijventerrein even ten noorden van het vliegveld van Rangoon verschillende kledingfabrieken ten behoeve van buitenlandse investeerders.

Ditmaal roept de Schone Kleren Kampagne wel op tot een boycot. Vanwege de ernst van de situatie in Burma, maar ook omdat de Burmese democratische beweging onder leiding van Aung San Suu Kyi - winnares van de Nobelprijs voor de vrede - heeft opgeroepen tot een internationale boycot. Ook de Burmese Federatie van Vakbonden in Ballingschap (FTUB) verzoekt Triumph om haar productie in Burma te beëindigen. Het is hun overtuiging dat het internationale bedrijfsleven op deze wijze een bijdrage kan leveren aan de totstandkoming van de democratie.

Dat de buitenlandse druk waar Aung San Suu Kyi en de FTUB om vragen er inmiddels is, blijkt uit talrijke internationale oproepen en protesten aan het adres van de Burmese Junta. Zo heeft de ILO voor het eerst in haar bestaan leden opgeroepen de banden met een lidstaat te heroverwegen en af te zien van activiteiten die bijdragen aan dwangarbeid. De Verenigde Staten en de Europese Unie hebben investeringen in Burma verboden. Veel multinationals, zoals bijvoorbeeld Apple, Heineken, Philips en ABN AMRO hebben zich al uit Burma teruggetrokken.

Met een kaartenactie roept de Schone Kleren Kampagne, samen met FNV, Novib, X-Y en het Burma Centrum Nederland, Triumph op om zich terug te trekken uit Burma. Hunkemöller, de Bijenkorf en V&D wordt gevraagd de verkoop van Triumph artikelen te staken, zolang het concern in Burma blijft. De kaarten zijn vanaf half juni te bestellen via de FNV-servicelijn: 0900-3300 300 (22 cent per minuut).

xxx

(medewerkster van de Landelijke India Werkgroep)

Ook India is een belangrijk kledingproducerend land. Daarom heeft de LIW onlangs de brochure 'Het zit me niet lekker; werken aan schone kleding uit India' uitgebracht. Deze is voor ƒ 2,50 te bestellen.



begin document

HOME Landelijke India Werkgroep

pagina INDIA NU

pagina SCHONE KLEDING

Landelijke India Werkgroep - 12 oktober 2001