terug
Uit: India Nu 163 (sep-okt 2006)





Ambedkar zag hen als onderdrukte klasse, terwijl Gandhi hen liever harijans - kinderen van God - noemde. Tijdens de tweede Ronde Tafel Conferentie in Londen in 1931 werd de strijd om de bejegening van kastelozen tussen beide mannen grimmig; Gandhi dreigde zelfs met zelfmoord door uithongering.

Tweestrijd Gandhi en Ambedkar


Tot 1917 hield de National Congress zich nauwelijks bezig met de verschillende sociale lagen en problemen in de (Brits) Indiase samenleving uit angst de eenheid binnen de onafhankelijkheidsbeweging op het spel te zetten. Het hoofddoel was swaraj - zelfbestuur - en het probleem van de kastelozen zou later wel op de politieke agenda worden gezet. Twee belangrijke mannen besloten echter anders: Mohandas K. Gandhi en Bhimrao R. Ambedkar.

De verschillende visies tussen beide mannen kwamen publiekelijk aan het licht tijdens de drie Ronde Tafel Conferenties in londen (1930-1932), alwaar de toekomst van Brits India zou worden besproken. De Britten waren inmiddels langzaam tot het besef gekomen dat ze hun Indiase kroondiamant niet eeuwig konden behouden. Leden van de National Congress - waaronder Jinnah en Nehru -, Ambedkar en Gandhi waren hierbij aanwezig. Tijdens de tweede Ronde Tafel Conferentie in 1931 ontvouwde zich een hevige tweestrijd tussen Ambedkar en Gandhi betreffende de positie van de kastelozen. Ambedkar - zelf een 'opgeklommen' kasteloze - vond het kastenstelsel als geheel afkeurenswaardig en meende dat de enige manier waarop de kastelozen geholpen konden worden, de afschaffing van het kastenstelsel was. Hij prefereerde daarom ook de term depressed classes (onderdrukte klasse) in plaats van kastelozen. Gandhi - een hindoe van hoge kaste - was tevens actief tegen de discriminatie van kastelozen, maar hij was wél een voorstander van het kastenstelsel zelf. Hij pleitte voor behoud van de vier Varna's, waarbinnen de kastelozen - Gandhi noemde hen steevast 'kinderen van God' - geïntegreerd moesten worden.


Mahatma Gandhi in 10 Downing Street, Londen 1931


Bhimrao R. Ambedkar, Dalitleider, ging de confrontatie met Gandhi aan
Ambedkar eiste tijdens deze tweede Ronde Tafel Conferentie aparte verkiezingen voor alle onderdrukte klassen, waaronder niet alleen kastelozen, maar ook inheemse volkeren en vrouwen. Gandhi was hier fel op tegen en liet het uiteindelijk op een hongerstaking aankomen. Hij dreigde net zolang door te gaan tot de dood er op zou volgen. Ambedkar trok zijn harde eis uiteindelijk in om escalatie te voorkomen.
De twee leiders kwamen tot een compromis in de zogenaamde Poona-Act (1932). Deze wet hield in dat kaste-hindoes en kastelozen weliswaar aan dezelfde verkiezingen deelnamen, maar dat een deel van de stoelen in de provinciale raden gereserveerd zou worden voor kandidaten uit de depressed classes. Het aantal gereserveerde stoelen zou voortaan gelijk zijn aan het percentage kastelozen als deel van de bevolking.

Als eerste minister van justitie en als voorzitter van het Grondwetcomité heeft Ambedkar zijn visie verder kunnen uitbouwen. Zijn belangrijkste grondwettelijke bijdragen in dit licht waren: het recht op vrijheid van religie; de afschaffing van onaanraakbaarheid; het verbod op discriminatie en de introductie van het (nog steeds omstreden) reserveringssysteem (van banen en studieplekken) voor de zogenaamde Scheduled Castes en Scheduled Tribes.

Gandhi moest zijn onverzettelijke steun voor zijn harijans met de dood bekopen; hij werd in 1948 vermoord door een fanatieke hindoe van hoge kaste.

xxx


Zie ook het artikel "Waar is de onaanraakbare journalist?" in India Nu 163 voor een analyse van de huidige positie van Dalits in de Indiase pers.



terug
Dalits
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 20 oktober 2006