terug
Uit: India Nu 184 (mrt-apr 2010)






Tussen hoop en asbest

Belang van vakbonden voor scheepssloperijen



Sinds de oprichting van vakbonden zijn de arbeidsomstandigheden van de metaalwerkers op de scheepssloperijen van Mumbai en Alang verbeterd. Toch is er nog een lange weg te gaan. Veiligheid staat niet hoog op het prioriteitenlijstje van de scheepseigenaren. Jaarlijks vallen er doden en komen velen gewond thuis te zitten, zonder inkomsten. Ondanks de tegenwerking van de metaalmaffia, blijven de vakbondsleden vechten tegen de lange werkdagen in gevaarlijke omstandigheden en het uitblijven van loon.


Het strand van de scheepssloperij in Mumbai is bezaaid met platen staal, stukken asbest, metaalafval, kabels, gasflessen en gruis. Er is geen korreltje zand meer te zien. Indrukwekkende schepen met namen als Frost Delphi en Lady MAIS ontnemen het uitzicht op zee. Meestal afkomstig uit Europa, hebben zij jarenlang dienst gedaan als vervoerders van goederen, olie of chemicaliën. Nu zijn de vaartuigen, afgedankt door rederijen, op hun laatste rustplaats aanbeland. Voor de opkopers zijn ze echter een goudmijn. De scheepsonderdelen worden in sloperijen in Mumbai en Alang (Gujarat) gerecycled en brengen vanwege hun superieure kwaliteit behoorlijk wat roepies op. Door gebruik te maken van goedkope arbeidskrachten zijn de winstmarges hoog. Om de veiligheid en levensomstandigheden van hun werknemers bekommeren de scheepseigenaren zich niet. ‘Een leven is geen knip voor de neus waard hier’, zegt Sudharshan Rao Sarde van de International Metalworkers’ Federation (IMF), die samen met FNV Mondiaal lokale vakbonden ondersteunen om de arbeidsomstandigheden en positie van de metaalwerkers te verbeteren.


  Torenhoog

Op een van de zeventien plots van de Shipbreaking Yard van Mumbai zijn groepen mannen bezig met het ontmantelen van een ijzeren monster. Ze ontdoen de scheepsruimen van gassen, sjorren of snijden metalen platen los van het karkas en sjouwen zware brokstukken naar de vrachtwagens die klaar staan. Zo’n zesduizend mensen werken op deze scheepssloperij, op die in Alang bijna tien keer zoveel. Er komen nauwelijks machines aan te pas. De werknemers maken lange dagen in de brandende zon, werken vaak op duizelingwekkende hoogte zonder valbeveiliging, en staan dag in dag uit bloot aan giftige en ontvlambare gassen, zware metalen en asbest. Elk jaar gebeuren er vele ongelukken door losschietende kabels en vallende metalen schotten, soms met dodelijke afloop. ‘Het is gevaarlijk werk, maar ik heb geen keus’, zegt Kanhyalal Yadav (32) uit Uttar Pradesh met een frons op zijn voorhoofd. ‘Hoe moet ik anders mijn gezin en mijn vader en moeder te eten geven?’
Kanhyalal is een van de vele migrantenarbeiders die in de armere Indiase deelstaten zijn geronseld door koppelbazen om op de scheepssloperijen van Mumbai of Alang te komen werken. Voor ongeveer 140 euro per maand werkt hij twaalf uur per dag, zes dagen per week als metaalsnijder. Samen met zijn vrouw en drie dochtertjes bewoont hij een piepkleine kamer zonder water of sanitaire voorzieningen in de sloppenwijk grenzend aan de scheepssloperij. De wijk is een wirwar van hutjes gemaakt van golfplaten, plastic en metaalresten. De straat fungeert als keuken, washok en toilet. Overal ligt afval. Kleine kinderen, blootsvoets en soms zonder kleren, spelen met het scheepsafval en rennen tussen de vrachtwagens door, die over de zanderige wegen af en aan rijden.
Ondanks de erbarmelijke leefsituatie in de wijk, zijn de huren torenhoog. Kanhyalal, een geschoolde arbeider met een bovengemiddeld salaris, is al bijna een derde van zijn loon kwijt aan zijn kamerhuur. Voor elke emmer water moet hij betalen. Zijn collega Teetan Yadav (40) komt ook uit Uttar Pradesh en werkt al twintig jaar op de scheepssloperij. Zijn vrouw en vier kinderen wonen in zijn geboortestaat. Hij kan het zich niet veroorloven hen vaker dan een keer per jaar te bezoeken. ‘Ik mis mijn familie, maar zonder dit werk kan ik ze niet onderhouden.’


  Werkdruk

Sinds 2003 ondersteunen de IMF en FNV Mondiaal de arbeiders op de scheepssloperijen, die niet op de hoogte waren van hun rechten en met hun problemen bij niemand konden aankloppen. Ondanks weerstand en bedreigingen van de ‘metaalmaffia’ lukte het de vakbeweging in contact te komen met de metaalwerkers. ‘Tijdens de informele gesprekken kwam naar voren dat werknemers zelfs niet over drinkwater beschikten. Dat werd toen onze eerste doelstelling’, vertelt Vidyadhar Rane, secretaris van twee lokale vakbonden. Kanhyalal kan het zich nog goed herinneren: ‘Eerst moest ik flink wat geld betalen om water te kunnen drinken op mijn werk.’ Hoewel de arbeidsomstandigheden nog steeds niet goed zijn, is er sinds de komst van de vakbond veel veranderd, vindt hij. Teetan valt hem bij. Behalve voor gratis drinkwater, zorgen de vakbonden ook voor basale medische voorzieningen op de werf en voor persoonlijk beschermingsmateriaal. ‘We dragen nu een helm, laarzen en handschoenen. En als er een probleem is, kunnen we hen altijd bellen.’ De bond zorgt dat de medische kosten als gevolg van ongevallen door de werkgever worden betaald. Ook bij een overlijden dient de bond een claim in. Toen Teetan pas op de sloperij werkte, kreeg zijn vriend een staalplaat op zijn hoofd. Hij overleed ter plekke. Zelf liep hij ernstige hoofdwonden op bij een val van de tweede verdieping van een schip. ‘Mijn halve neus lag eraf’, vertelt hij, wijzend naar zijn litteken. ‘Vroeger wist niemand dat het werk zo slecht voor de gezondheid was en werden ziekenhuiskosten niet vergoed. Maar de vakbond heeft ons geleerd wat onze rechten zijn, welke risico’s we lopen en hoe we ons kunnen beschermen.’
Toch is het werk de laatste tijd ook gevaarlijker geworden, vindt Kanhyalal. ‘Afgelopen jaar zijn er veertien dodelijke ongevallen geweest, in 2008 geen een. Dat komt omdat er nu meer werk is. De werkgevers huren veel ongeschoolde tijdelijke arbeiders in en zetten ons onder druk om sneller te werken. Gisterochtend nog raakte er iemand op mijn plot gewond. Een zware plaat viel op zijn hiel. Hij moet nu vijftien dagen in het ziekenhuis blijven. De werkgever betaalt de ziekenhuiskosten, maar hij krijgt geen loon.’


  Metaalmaffia

Ook Sarde van de IMF ziet deze toenemende informalisering van arbeid als een bedreiging voor de arbeiders en een aantasting van het werk van de vakbond. ‘Door de internationale financiële crisis dumpen veel rederijen hun overtollig materiaal op de scheepssloperijen. De tijdelijke arbeidskrachten die ingezet worden, zijn vaak ongeschoolde migranten die niet op de hoogte zijn van de veiligheidsvoorschriften en hun rechten. Deze groep is lastig te bereiken.’ Toch zetten de vakbondsleden zich met alle middelen in om ook de nieuwe werknemers voor te lichten. Shabbir Khalani (50) gaat als sociaal werker twee keer per week naar de werf in Alang om arbeiders over te halen lid te worden van de bond. Hij doet dit werk vrijwillig. ‘Mijn collega’s en ik vertellen dat we iets aan hun problemen kunnen doen, dat we samen kunnen werken aan veiligheid, hogere lonen en betere levensomstandigheden. Ook zetten we slogans op de muren als ‘Safety First’ en we verzorgen de basistraining Safety for All.’ Ram Patel (55) weet als geen ander hoe belangrijk veiligheidsmaatregelen zijn. Hij maakt op de sloperij van Alang de ruimen van schepen vrij van schadelijke gassen. Een hachelijke klus. Toch haalt hij vooral voldoening uit zijn werk als veiligheidsdeskundige in dienst van de bond. ‘Ik zorg dat zowel mens als machine veilig zijn.’ De oprichting van twee eigen vakbonden in Mumbai en Alang was voor Patel en zijn collega’s een historische gebeurtenis. ‘Eerst wist niemand iets over ons. Nu hebben we een identiteit.’ Trots haalt Patel zijn vakbondskaart tevoorschijn. ‘Een platform om onze stem te laten horen.’ Niet alleen zijn werk met gassen is gevaarlijk, ook zijn vakbondsactiviteiten brengen risico’s met zich mee. ‘Ik ben meerdere malen bedreigd en al vier keer ontslagen.’


  Solidariteit

Ondanks de tegenwerking en bedreigingen, is het ledenaantal van de lokale vakbonden in een paar jaar tijd gegroeid van tachtig werknemers in 2005 tot het huidige aantal van 6.500 leden in Alang en 2.500 in Mumbai. In 2008 staakten de metaalwerkers voor de eerste keer in de geschiedenis. Twintigduizend werknemers in Alang legden hun werk neer. En met succes: een verlaging van de lonen werd teruggedraaid. Ook op andere terreinen behaalden de bonden resultaat. Voor de vrouwen op de sloperijen kwamen er zelfhulpgroepen om gezamenlijk oplossingen te bedenken voor hun problemen. Ook heeft de vakbond een informele school opgezet waar kinderen een paar uur per dag onderwijs kunnen volgen.
Met elk behaald succes neemt het vertrouwen van de leden in de vakbond toe, maar er is nog een lange weg te gaan. De IMF en FNV Mondiaal zetten werkgevers, overheden en de internationale gemeenschap onder druk om betere werkomstandigheden voor de metaalwerkers af te dwingen. ‘Maar’, waarschuwt Wilma Roos van FNV Mondiaal, ‘als de omstandigheden in India verbeteren, kan het probleem zich verschuiven naar de scheepssloperijen in Bangladesh, waar de werkcondities nog veel slechter zijn en de mogelijkheden om vakbonden op te zetten zeer beperkt.’ Internationale normen en solidariteit zijn dus belangrijk. En geduld, voegt Sarde van de IMF toe. Door de bureaucratie en de vele partijen met grote belangen die bij de scheepssloperij betrokken zijn, kost het veel tijd en geld om iets te veranderen. ‘Maar dat de leden trots zijn op hun bond, is belangrijk voor het voortbestaan en de kansen in de toekomst’, benadrukt hij. ‘Evenals internationale steun.’

xxx



terug
MVO
HOME Landelijke India Werkgroep
tijdschrift INDIA NU
Landelijke India Werkgroep - 28 augustus 2013