terug

Kamervragen aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking (8 mei 2003) over de betrokkenheid van Unilever bij kinderarbeid


Vragen van de leden KOENDERS en TJON-A-TEN (PvdA) aan de Staatssecretaris van Economische Zaken en de Minister van Buitenlandse Zaken en de Staatssecretaris voor Ontwikkelingssamenwerking.

  1. Bent u op de hoogte van de kritiek op Unilever met betrekking tot kinderarbeid in India?*

  2. Hoe beoordeelt u de inzet van Unilever die van mening is dat hoewel zij bereid zijn initiatieven te ontwikkelen zij slechts indirect betrokken zijn bij de sterk groeiende kinderarbeid in de katoenzaadteelt en past deze benadering bij de idee van de regering van maatschappelijk verantwoord ondernemen op basis van vrijwilligheid? En bent u bereid uw beoordeling ook aan Unilever kenbaar te maken?

  3. Bent u het eens dat het noodzakelijk is nu actie te ondernemen, ook voor Unilever, om de kinderarbeid en schuldslavernij in de katoenzaadteelt tegen te gaan, mede omdat deze sector de snelst groeiende sector is waarbij sprake is van kinderarbeid en waarbij bovendien vooral meisjes genoodzaakt worden de schulden van hun ouders af te lossen zodat hun achterstand snel groter wordt?

  4. Kan de staatssecretaris voor ontwikkelingssamenwerking aangeven hoe zich bovenstaande verhoudt met het Nederlandse beleid ten aanzien van het tegengaan van kinderarbeid en welke mogelijkheden er zijn bij India er op aan te dringen het Verdrag van de Rechten van het Kind na te leven?



* Zie onder meer 'Unilever van kinderarbeid beschuldigd' (Algemeen Dagblad, 5-5-2003) en 'Schuldslavernij in Indiase katoenzaadindustrie' (NRC Handelsblad, 5-5-2003)


Voor antwoorden (23 juni 2003) op deze vragen: klik HIER.


Landelijke India Werkgroep - 26 juni 2003