print terug

PERSBERICHT

11 juni 2007


12 juni 2007 Internationale Dag tegen Kinderarbeid:
Kinderen in AlbaniŽ slachtoffer van onbehoorlijke prijzen


Honderden Albanese kinderen werken zowel in fabrieken als via thuiswerk mee aan de productie van schoenen en kleding die geŽxporteerd worden naar EU-landen. Deze uitbuiting wordt grotendeels verklaard door de lage prijzen die worden opgelegd door de internationale inkopers. Dat is een van de belangrijkste conclusies van een onderzoek dat FNV Mondiaal liet uitvoeren naar kinderarbeid in de Albanese schoen Ė en kledingsector.

Meeste kinderen werken thuis
Kinderarbeid komt in AlbaniŽ voor in de kleding- en schoenenfabrieken zelf. In 2006 resulteerde dit in een dodelijk ongeluk van een15-jarig meisje. Meestal is er sprake van thuiswerk, zo blijkt uit het onderzoek. Verschillende Albanese bedrijven besteden werk waarvoor geen machines nodig zijn, uit aan thuiswerksters. De firma werkt met tussenpersonen die het werk in de dorpen uitzetten. Om te kunnen voldoen aan de productie-eisen van de opdrachtgevers, zijn ouders (meestal moeders) genoodzaakt om hun kinderen urenlang mee te laten werken. Niet uit vrije keus, want ouders zien dat deze uitbuiting de ontplooiingskansen en schoolprestaties van hun kinderen ernstig belemmert.

Veel van de bedrijven in de Albanese schoen Ė en kledingsector werken in opdracht van firmaís uit de Europese Unie, vooral ItaliŽ. Ze krijgen grondstoffen die worden geÔmporteerd uit het buitenland en verwerken die tot kleding of schoeisel. Een groot deel (meestal alles) wordt geŽxporteerd naar EU-landen. De lage salarissen (100- 200 euro per maand) vormen een belangrijke prikkel voor de Europese bedrijven; vaak betalen zij op een paar uur afstand van hun moederland lonen die tien keer zo laag liggen als thuis. AlbaniŽ grenst aan Griekenland en ligt maar een paar uur varen van ItaliŽ.

Internationale druk in samenwerking met lokale partners is geboden om de situatie in AlbaniŽ te veranderen. Immers, in deze paradoxale situatie waarin de grote wereldwijde inkopers hun prijzen kunnen opleggen aan hun leveranciers, is het heel moeilijk voor een werkgever in een land als AlbaniŽ om een leefbaar loon te betalen aan zijn werknemers en thuiswerkers, of de productie zo in te richten dat kinderarbeid is uitgesloten.

De Campagne ďStop Kinderarbeid, School is de beste werkplaatsĒ, een campagne van FNV, Algemene Onderwijsbond, Hivos en Landelijke India Werkgroep, dringt naar aanleiding van deze uitkomsten aan op een grotere maatschappelijke verantwoordelijkheid van de betrokken bedrijven; een verantwoordelijkheid die verder gaat dan het opstellen van een gedragscode.

Op 15 juni aanstaande lanceert de Stop Kinderarbeidcampagne in het kader van de Internationale Dag tegen Kinderarbeid (12 juni) daarom een actieplan voor de aanpak van kinderarbeid in (ketens) van bedrijven. Op deze dag worden ook de nieuwe onderzoeken in AlbaniŽ en India aan een breder publiek gepresenteerd. Het programma voor deze dag en meer informatie over de Stop Kinderarbeidcampagne staat op http://www.stopkinderarbeid.nl.

Voorbeeld uit AlbaniŽ-onderzoek

Aurora, een moeder van 38, werkt thuis voor het bedrijf Doniana, samen met haar drie kinderen. Ze woont in een afgelegen dorp waar bijna geen banen zijn en heeft een uitkering van maar 10.000 leks (80 euro) per maand na het overlijden van haar man. Ze krijgt de halffabricaten van een tussenpersoon. Iedere dag worden tien paar schoenen geleverd die met de hand genaaid moeten worden, en voor ieder paar krijgt ze 25 leks (0,2 euro). Net als in de andere gezinnen in het dorp helpen de kinderen mee. Haar drie dochters van elf, twaalf en veertien gaan dus iedere avond naast haar op hun knieŽn zitten om te helpen.

ďMijn dochters houden niet van dit werk, en ik voel me schuldig als ik hun vraag om te helpen, maar zonder dat zouden we het financieel niet redden. Het is echt hard. In de winter beginnen ze als ze uit school komen, om een uur of drie, en we gaan door tot het eind van de avond, een uur of tien, elf. ís Ochtends maak ik ze om zes uur wakker zodat ze hun huiswerk kunnen maken voor ze naar school gaan. Die begint om acht uur. Ze zijn moe op school door het werk. Mijn diepste wens is werk te vinden waarmee ik genoeg verdien om hun deze jeugd te besparen. In het weekend werken we de hele dagĒ.


Op de website van FNV Mondiaal http://www.fnv.nl/mondiaal is vanaf 11 juni 2007 een journalistieke samenvatting van het onderzoek naar kinderarbeid in de schoen- en kledingproductie in AlbaniŽ beschikbaar. Dit onderzoek werd begin 2007 uitgevoerd voor de FNV. We hebben onze gesprekspartners gegarandeerd dat ze anoniem zouden blijven, opdat ze zo vrij mogelijk konden praten. Daarom zijn de meeste namen van de geciteerde werknemers en werkgevers veranderd of vaag gelaten.
De bevindingen uit dit rapport staan niet op zich. Ook in twee andere recent gepubliceerde onderzoeken komt kinderarbeid voor bij de productie van Olympische Logoproducten in China en bij de productie van katoenzaden door Bayer en Monsanto in India.

Play Fair 2008; report into working conditions of Olympic logo goods: vanaf 11-6-2007 te downloaden op www.playfair2008.org.

Het rapport Seeds of Change is te downloaden op http://www.indianet.nl/pdf/seedsofchangefinal.pdf.

Het Actieplan 'Van Werk naar School' van de campagne 'Stop Kinderarbeid' is te downloaden op http://www.indianet.nl/pdf/actieplankinderarbeid.pdf.


Contactpersonen voor meer informatie:
FNV Mondiaal, Mario van de Luijtgaarden: 020-5816518/06-13010188 (algemeen en voor specifieke vragen over het AlbaniŽ-onderzoek)
Landelijke India Werkgroep, Gerard Oonk: 030-2321340/06-51015260/g.oonk@indianet.nl (algemeen en voor specifieke vragen over Katoenzadenonderzoek)

De campagne ĎStop Kinderarbeid Ė School, de beste werkplaatsí wordt uitgevoerd door organisaties in zes Europese landen die lid zijn van de Alliance 2015, waaronder Hivos in Nederland, in samenwerking met de Algemene Onderwijsbond (AOb), FNV Mondiaal en de Landelijke India Werkgroep (LIW).