print terug


Toespraak van Mensenrechtenambassadeur Piet de Klerk

Ter gelegenheid van de campagne "Stop kastendiscriminatie - Steun de Dalits"
van het Dalit Netwerk Nederland


Utrecht, 9 oktober 2004


Dames en Heren,

Dank aan de Landelijke India Werkgroep en het Dalit Netwerk Nederland voor deze uitnodiging. Dank ook aan u dat u vandaag met zo velen naar Utrecht bent gekomen voor de start van de campagne tegen Kastendiscriminatie. Deze campagne van het Dalit Netwerk Nederland - zoals u weet een samenwerkingsverband tussen Cordaid, ICCO, CMC, Justitia et Pax, Kerkinactie en de Landelijke India Werkgroep - verdient alle steun en ik ben verheugd te zien dat veel organisaties de handen ineenslaan om Dalits te steunen.

De schending van de rechten van de in totaal 260 miljoen kastelozen in Azië en Afrika is een internationaal mensenrechtenprobleem. Nederland trekt zich het lot van de Dalits aan. Het bieden van gelijke kansen voor kastelozen, tribalen en minderheden is één van de belangrijke doelen die Nederland in internationaal verband nastreeft.

Kastendiscriminatie wordt door de EU en dus ook Nederland gezien als discriminatie op grond van werk en afkomst. Dit standpunt is door de EU tijdens diverse gelegenheden uitgedragen, bijvoorbeeld tijdens de VN Wereldconferentie tegen Racisme in Durban, Zuid Afrika in 2001. Ook het VN comité voor de uitbanning van rassendiscriminatie ziet kastendiscriminatie als discriminatie op grond van afstamming, zoals opgenomen in de conventie voor de uitbanning van rassendiscriminatie (CERD), een verdrag waar India net als Nederland en de andere EU-lidstaten partij bij is. Dat schept een gemeenschappelijke basis en het geeft aan dat het hier niet om een puur nationale aangelegenheid gaat.

Nederland zet zich binnen de Europese Unie in voor een actieve aanpak van discriminatie en racisme in internationaal verband. De strijd tegen discriminatie en andere vormen van intolerantie is één van de prioriteiten van het Nederlandse mensenrechtenbeleid. Mede op aandringen van Nederland stelt de Europese Unie racisme en discriminatie jaarlijks aan de orde in zowel de VN Mensenrechten-commissie als de Algemene Vergadering van de Verenigde Naties. Het uitgangspunt daarbij is dat alle voorkomende vormen van racisme en discriminatie dienen te worden bestreden. De Nederlandse regering is daarnaast in gesprek met al haar partners om te bezien of er aparte aandacht moet en kan worden besteed aan sommige specifieke vormen van racisme en discriminatie, die bijvoorbeeld veel voorkomen in een bepaalde regio. Het vinden van medestanders in internationale fora is immers extra belangrijk als het gaat om het aan de orde stellen van regio-specifieke problemen.

Nederland maakt zich uiteraard zorgen over de situatie van de Dalits in Azië en Afrika. Van de wereldwijd 260 miljoen kastelozen bevindt zich de minderheid in landen als Nepal, Pakistan, Sri Lanka, Japan en enkele Afrikaanse landen. De meerderheid, zo'n 170 miljoen, woont in India. Geweld tegen Dalit vrouwen is een veelvoorkomend en ernstig probleem. Dalits worden publiekelijk vernederd en moeten, zoals we gezien hebben, vaak de vuilste klusjes opknappen. Voor verleende diensten worden zij nauwelijks betaald, ze verrichten vaak dwangarbeid. Gemengde huwelijken en zelfs het gebruiken van maaltijden klaargemaakt door kastelozen worden niet door de meerderheid van de bevolking geaccepteerd.

Alvorens in te gaan op de aandacht die de EU geeft aan de positie van de Dalits in India wil ik stilstaan bij de ontwikkeling die India sinds enige jaren heeft doorgemaakt. Deze ontwikkelingen zijn mede bepalend voor het beleid van de EU, en meer specifiek van Nederland, ten aanzien van India en de dialoog met India.

Onze relatie met India omvat veel meer dan uitsluitend mensenrechten. India is voor de EU vooral belangrijk omdat het land bezig is zich te herpositioneren in de wereld. Het wil duidelijk erkend worden als (regionale) grootmacht. In India's optiek zijn er slechts drie grootmachten: de Verenigde Staten, India en China. De relatie met de VS is de laatste jaren aanmerkelijk verbeterd. Die met China is ambigue: enerzijds bestaat er wantrouwen, anderzijds bewondering voor het succes van China als opkomende markt en toekomstig power house. Het bewustzijn in New Delhi van de noodzaak om de economie verder te liberaliseren komt daaruit voort. In dat kader dient ook de beleidswijziging inzake de opzegging van de formele intergouvernementele OS-relatie met een aantal donoren te worden geplaatst. Ook de actievere opstelling van India inzake het Kashmir conflict, de relatie met Pakistan, maar ook bemoeienissen in Nepal en Bhutan passen in dat beeld. Verder uit deze ambitie zich in een lobby voor een permanente zetel in de VN-veiligheidsraad en een zelfstandige opstelling t.a.v. nucleaire bewapening en non-proliferatie. Het Non-Proliferatie Verdrag wordt door India als discriminerend beschouwd. India beschikt sinds 1998 over militaire nucleaire capaciteit, maar is nimmer betrapt op enige vorm van proliferatie - dwz verspreiding van militair-nucleaire technologie naar derde landen. Een ander militair gegeven is dat India zich nadrukkelijk profileert als troepenleverancier voor VN-missies (Irak uitgezonderd).

De Europese Commissie heeft in juni jongstleden een Mededeling gepresenteerd waarin wordt voorgesteld de relatie tussen de EU en India verder te verbreden en te verdiepen, zodat toegewerkt kan worden naar een Strategisch Partnerschap. Dergelijke partnerschappen bestaan reeds met de VS, Canada, China, Japan en Rusland. Kenmerken van deze Partnerschappen zijn de gelijkwaardige dialoog en consultatie tussen beide partners op tal van onderwerpen op uiteenlopende beleidsterreinen.

Eind augustus heeft India haar visie op de relatie met de EU ook in een document vastgelegd. India verwelkomt dit Partnerschap en ziet uit naar de verdieping en verbreding van de relatie. Het is de bedoeling dat de EU en India samen een actieplan opstellen dat tijdens de volgende EU-India Top in 2005 wordt vastgesteld. Zoals u weet is de voor de komende dagen geplande EU-India top op Indiaas verzoek wegens dringende binnenlandse aangelegenheden voor onbepaalde tijd uitgesteld.

Terug naar de mensenrechten. Hierbij zou ik onderscheid willen maken tussen wetgeving en wetshandhaving. T.a.v. het eerste aspect valt niet veel aan te merken. De Indiase regering heeft wel degelijk haar verantwoordelijkheid genomen door sinds de onafhankelijkheid in de Indiase grondwet en in andere nationale wetten onaanraakbaarheid te verbieden. Dalits zijn vertegenwoordigd in het federale wetgevings-orgaan. Verder bestaat er een goed georganiseerde nationale mensenrechten-commissie, een vrije pers die regelmatig specifieke zaken aan de orde stelt en een onafhankelijke rechtspraak waar zaken aanhangig gemaakt kunnen worden.

Dan nu het tweede aspect, de wetshandhaving. Hier valt, zeker in het verleden, een en ander op aan te merken. In de praktijk is discriminatie verre van verdwenen. Echter de huidige regering, die na de verkiezingen in mei 2004 is aangetreden, heeft beleidsvoornemens bekend gemaakt, waarbij het bieden van gelijke kansen voor kastelozen, tribalen en minderheden één van de speerpunten is. Nederland verwelkomt dit initiatief en zal de voortgang blijven volgen. We zullen de Indiase regering echter ook enige tijd moeten geven om tot implementatie van de beleidsvoornemens over te gaan.

In de verbrede en verdiepte relaties tussen de EU en India mogen mensenrechten niet ontbreken. En inderdaad, in de contacten van de EU met India worden de mensenrechten, hoewel zeer gevoelig, wel degelijk besproken. Begin 2003 is er daarbij afgesproken dat de mensenrechtendialoog volgens een bepaald format zal worden opgestart. Enkele besprekingen hebben sindsdien plaatsgevonden tussen EU-Ambassadeurs in New Delhi met ambtenaren van het Indiase ministerie van Buitenlandse Zaken. Daarmee zijn we op de goede weg, al wil ik niet verhelen dat dit proces moeizaam op gang komt. Het is gebleken dat de dialoog over bilaterale onderwerpen extra gevoelig is. Meer, en actievere belangstelling bestaat aan Indiase zijde voor overleg en samenwerking in multilaterale fora. Hierop wil de EU in eerste instantie inzetten. Tijdens een ontmoeting op hoogambtelijk niveau, die begin september tussen de EU en India plaatsvond, heeft de EU nogmaals onderstreept het van belang te vinden dat op multilateraal gebied en op thematische onderwerpen samenwerking plaatsvindt.

Om concrete verbetering van de situatie van Dalits te bewerkstelligen, heeft de EU via het Europees Initiatief voor Democratie en Mensenrechten (EIDHR) in 2002 een tweetal projecten geselecteerd in Nepal en Zuid-Azië. Deze twee projecten worden door EIDHR gesteund met een bijdrage van circa één miljoen euro. Nog deze maand zal EIDHR een verzoek doen om projectvoorstellen op het gebied van kastendiscriminatie in te dienen. Voor deze voorstellen heeft de Europese Commissie een bedrag van 5 miljoen euro gereserveerd.

Naast de EU en de Nederlandse regering, zijn ook de medefinancieringsorganisaties betrokken bij de mensenrechtensituatie in India. Ik prijs dan ook die organisaties, die in hun contacten met de Indiase overheid, op nationaal niveau, maar juist ook op lokaal niveau, de mensenrechtensituatie aan de orde stellen en integraal onderdeel uitmaken van hun eigen ontwikkelingsbeleid. De medefinancieringsorganisaties hebben hier wel degelijk een belangrijke verantwoordelijkheid, temeer daar zij vaak goede en directe contacten hebben met lokale autoriteiten en bestuursverantwoordelijken.

Waar het gaat om kastendiscriminatie, zou het kortzichtig zijn dit te beperken tot de relatie met India. Zoals eerder gezegd, komt kastendiscriminatie ook in veel andere landen in Azië en Afrika voor. De Europese Unie, gesteund door Nederland, stelt kastendiscriminatie dan ook nadrukkelijk in multilateraal verband aan de orde. Daar hebben we immers de internationale mensenrechteninstrumenten aan onze zijde. Kastendiscriminatie is onaanvaardbaar; dat is duidelijk. Maar het vereist brede samenwerking om daar - gegeven ook de lange en diep gewortelde tradities waar deze op gebaseerd is - in de praktijk een eind aan te maken; samenwerking tussen India en Europa, samenwerking tussen regeringen en civil society. Het gaat hier immers niet primair om een politiek probleem, maar veeleer om een sociaal probleem; een probleem dat op vele manieren aan de orde gesteld kan en moet worden. Daarom wens ik u dan ook succes bij Uw campagne.



Landelijke India Werkgroep - 13 oktober 2004