terug

Aan
de Voorzitter van de Tweede Kamer der Staten-generaal
Binnenhof 4
2513 AA 's-GRAVENHAGE



DatumUw kenmerkOns kenmerkBijlage(n)
20 maart 2003
BEB/HIB/IIB
3000438
3

Onderwerp
Rapportage Nationaal Contactpunt voor Multinationale Ondernemingen



Inleiding
De OESO-Richtlijnen voor Multinationale Ondernemingen (hierna te noemen de OESO-Richtlijnen) leveren een belangrijk kader aan de discussie over Maatschappelijk Verantwoord Ondernemen (MVO). Deze OESO-Richtlijnen geven de verwachtingen van de overheden van de deelnemende staten weer t.a.v. het gedrag en activiteiten van multinationale ondernemingen in zowel hun eigen landen als daarbuiten. Voor de verschillende onderwerpen die in de OESO-richtlijnen zijn opgenomen verwijs ik u naar de bijgevoegde brochure. De deelnemende landen (alle OESO-lidstaten plus een groeiend aantal andere landen, thans Argentinië, Brazilië, Chili, Estland, Israël, Litouwen en Slovenië) hebben zich verplicht tot het opzetten van een Nationaal Contactpunt voor Multinationale Ondernemingen (NCP). Het NCP geeft bekendheid aan de OESO-Richtlijnen en dient als platform voor belanghebbende partijen bij vraagstukken over implementatie van de richtlijnen in individuele gevallen. Het Nederlandse NCP is een interdepartementaal orgaan onder voorzitterschap van het Ministerie van Economische Zaken.

Het NCP brengt jaarlijks een verslag uit aan de Kamer ten aanzien van de ontwikkelingen rond de OESO-richtlijnen en de inspanningen van het NCP. Hieronder volgt:
1. Stand van zaken internationaal;
2. Stand van zaken nationaal;
3. Stand van zaken t.a.v. specifiek vraagstukken die zijn voorgelegd aan het NCP;
4. Aandachtspunten voor komend jaar.

1. Stand van zaken internationaal
Ten einde op internationaal niveau ervaringen uit te kunnen wisselen over de ervaringen met de OESO-Richtlijnen vindt jaarlijks een door de OESO georganiseerd overleg plaats met alle NCP's. Het verslag van de jaarvergadering en rondetafelconferentie is door de OESO in november 2002 uitgebracht. Dit verslag "OECD Guidelines for Multinational Enterprises, annual report 2002" heb ik ter inzage voor u bij de griffie neer laten leggen. Het eerste deel van het verslag bestaat uit de samenvatting van de jaarvergadering van de NCP's door de voorzitter met daarbij de commentaren van de consultaties met de bedrijven, vakbonden en NGO's. Het tweede deel is een verslag van de rondetafelconferentie over ketenbeheer. Hieronder treft u een eerste indruk.

Nadat in het eerste jaar sinds het afronden van de herziening van de richtlijnen (juni 2000) veel aandacht is uitgegaan naar de bekendstelling van de richtlijnen, stond de periode april 2001-mei 2002 in het teken van ervaringen met "specifieke vraagstukken". Er zijn bij 14 landen specifieke vragen aangedragen over het gedrag van ondernemingen t.o.v. de OESO-richtlijnen. Over de vragen aan het Nederlandse NCP treft u bij punt 4 meer informatie aan. Tijdens de jaarvergadering worden ook bedrijfsleven, vakbonden en NGO's geconsulteerd. Belangrijkste indrukken zijn:
-   Het bedrijfsleven (BIAC) is over het algemeen tevreden over het afgelopen jaar. De discussie over de link van de richtlijnen met het Nederlands financieel buitenland instrumentarium is in goede verstandhouding opgelost. BIAC onderschrijft dat het vrijwillig karakter van de richtlijnen voorop is blijven staan. T.a.v. het verloop van de specifieke vraagstukken heeft BIAC weinig gehoord, waaruit blijkt dat de vertrouwelijkheid tijdens de behandeling van een vraag gerespecteerd wordt. BIAC verwelkomt dit en gelooft dat de procedures rond de vraagstukken in goede harmonie worden toegepast.
-   De vakbonden (TUAC) verwelkomen de prestaties van verschillende NCP's. Het blijkt dat meer reguliere betrokkenheid van de vakbonden bij sommige NCP's er voor heeft gezorgd dat in die landen meer specifieke vraagstukken zijn aangedragen. Een aantal NCP's wordt kritisch beoordeeld door de (inter)nationale vakbewegingen. TUAC vraagt voorts aandacht voor meer tussentijdse informatieverstrekking over het verloop van een specifieke vraag (daarbij vertrouwelijkheid van partijen te bewaren). Dit zou meer inzicht in de voortgang bieden dan alleen de jaarlijkse verslagen van de NCP's. Tevens werd kritiek geuit op de onduidelijkheid over de procedures rond het indienen en gedurende het behandelen van een vraagstuk.
-   De NGO's richten zich in de bekendstelling van de richtlijnen m.n. op NGO's in ontwikkelingslanden. Ook consumentenorganisaties zetten zich hier sterk voor in. Transparantie in het verloop van specifieke vragen is ook voor de NGO's belangrijk om goed geïnformeerd de discussie aan te kunnen gaan. De NGO's zijn m.n. geïnteresseerd in impact van de richtlijnen. NGO's kijken daarom meer naar de richtlijnen als bruikbare instrument voor MVO dan naar het Global Compact van de VN.

Als onderdeel van de jaarvergadering wordt er een rondetafel conferentie gehouden met de NCP's en bedrijfsleven, vakbonden en ngo's. Verschillende NCP's hebben in hun specifieke vragen met de toepassing van de richtlijnen in de keten te maken gekregen. Dit onderwerp was daarom als centraal thema gekozen voor de rondetafel conferentie. In de richtlijnen wordt gewezen op het, waar van toepassing, aanmoedigen van zakenrelaties om de richtlijnen toe te passen. Hiermee kwam de vraag op of, en in hoeverre, de richtlijnen van toepassing zijn op niet-investerings gerelateerde transacties. De rondetafeldiscussie gaf geen éénduidig antwoord op deze vraag. Geconcludeerd werd dat de werkgroep van het investeringscomité hier nog verder naar zal kijken.

2. Stand van zaken nationaal
In bijlage 2 treft u het verslag aan van het Nederlandse NCP aan de OESO-NCP jaarvergadering. Het jaarverslag aan de OESO betreft de periode april 2001-mei 2002.
Ik wil graag de volgende punten onder de aandacht brengen:
-   Om bedrijven die met overheidsmiddelen investeren in het buitenland bewust te maken van de verwachtingen van de overheid t.a.v. hun gedrag wordt sinds januari 2002 een inspanningsverklaring gevraagd van bedrijven die gebruik maken van enkele regelingen onder het financieel buitenland instrumentarium. Met de inspanningsverklaring geven bedrijven aan op de hoogte te zijn van de OESO-richtlijnen en deze naar vermogen toe te passen. Ter ondersteuning van dit beleid is voorlichting gegeven aan KvK-consulenten en EVD-medewerkers.
-   Internationaal heeft de koppeling van de richtlijnen aan het instrumentarium voor wat onrust gezorgd. Landen vertegenwoordigd in het investeringscomité van de OESO vroegen zich af of dit niet in strijd is met het vrijwillig karakter van de richtlijnen. Ook de vertegenwoordigers van het (buitenlands) bedrijfsleven hebben hierover hun zorg geuit. De Nederlandse regering is echter van mening dat het vrijwillig karakter van de richtlijnen niet is aangetast. Het staat bedrijven immers vrij om een beroep te doen op het financieel instrumentarium.

Buiten de vragen die aan het NCP zijn voorgelegd is er in de tweede helft van 2002 nog gewerkt aan de volgende punten om meer bekendheid te geven aan de richtlijnen.
-   Een belangrijke bron van informatie is het internet. De bestaande website (www.oesorichtlijnen.nl) is verbeterd.
-   In het voorgaande jaar is onderkend dat het moeilijk is om het MKB te bereiken. Vorig jaar is aan de Kamer gemeld dat EZ daarom een bijdrage zal leveren aan een CD-ROM voor de Kamers van Koophandel waarmee de OESO-Richtlijnen toegankelijker moeten worden voor het MKB. Dit is een initiatief geweest van de KvK Utrecht, zodat bij de uitvoering van het Programma Starters op Buitenlandse markten (PSB), dat via de KvK's loopt, bedrijven worden geïnformeerd over de OESO-richtlijnen. De CD-ROM heb ik inmiddels formeel ontvangen en gebruikt bij bekendstelling van de OESO-richtlijnen. Ik vind het een mooi voorbeeld van concretiseren van de OESO-richtlijnen. Daarom heb ik de CD-rom beschikbaar gesteld aan alle deelnemers van het CSR-Europe waar ik, in december 2002, heb gesproken over het belang van MVO.
-   De kritiek die de bonden en de NGO's hebben geuit tijdens de jaarvergadering van de NCP's zijn in het Nederlandse NCP besproken. Naar aanleiding hiervan zijn er binnen het NCP afspraken gemaakt om interne processen beter te laten verlopen.
Tevens is geconcludeerd dat de externe communicatie rond de procedures verbeterd moet worden. In de eerste helft van 2003 zal dit worden besproken met degenen die betrokken waren bij de eerste vraagstukken die door het NCP behandeld zijn.

3. Specifieke vragen
Het Nationaal Contactpunt draagt bij aan het oplossen van vragen over toepassing van de OESO-richtlijnen in een specifieke situatie. Vragen kunnen door belanghebbenden gesteld worden. Tot nu toe zijn vragen gesteld door zowel de vakbonden als NGO's. Gedurende de procedure bij het NCP dienen partijen vertrouwelijk met de informatie om te gaan. Om die reden kan ik in deze brief dan ook nog niet in alle details van de vragen ingaan of vooruitlopen op een mogelijke afronding. Het NCP zal bij afsluiting van een vraagstuk een verklaring publiceren. Dit is bij voorkeur een gezamenlijke verklaring van betrokken partijen.

In totaal heeft het NCP in 2002 tien vragen behandeld. Het NCP acht het van belang de procedures zorgvuldig te doorlopen om het vertrouwen in de richtlijnen te bewerkstelligen. Uit ervaring met de eerste vragen blijkt dat het volledig afronden van een vraag veel tijd neemt. M.n. het bereiken van een gezamenlijk standpunt vergt veel schakelen tussen betrokken partijen. Van de formeel ingediende vragen zijn er vier afgerond en zes lopend.

Afgeronde vragen voor het Nederlands NCP (aantal 4):
-   LIW/Adidas: een gezamenlijke verklaring is opgesteld en uitgebracht (bijlage 3). LIW en Adidas blijven met elkaar in dialoog over het monitoren van gedragscodes. De verklaring is op de website www.oesorichtlijnen.nl gepubliceerd.
-   Wärtsilä: De bonden hebben hun vraag ingetrokken tijdens het onderhandelingsproces over het sociaal plan. Informatie over deze vraag is opgenomen in het jaarverslag van het NCP (bijlage 2, pag. 4 sub 3).
-   Twee vragen zijn na beoordeling doorverwezen naar andere NCP's. Reden hiervoor is dat als er een vraag wordt voorgelegd over een situatie in een land dat de OESO-richtlijnen onderschrijft dient deze voorgelegd te worden aan het NCP van het desbetreffende land.

Lopende vragen bij het Nederlandse NCP (aantal 6) betreffen:
-   Twee vragen over de mogelijkheid van het naleven van de OESO-richtlijnen in Birma met name t.a.v. het bijdragen aan het uitbannen van dwangarbeid.
-   Twee vragen over tijdig betrekken van werknemers bij sluiting en het aanspreken van zakenrelaties op het naleven van de OESO-richtlijnen.
-   Eén vraag over de interpretatie van de ketenverantwoordelijkheid bij het naleven van de richtlijnen. Zoals aangegeven op pagina 3 wordt over dit onderwerp gesproken in de OESO. Het is niet duidelijk op welke termijn hierover een conclusie kan worden verwacht. Het NCP heeft daarom besloten een tussentijdse verklaring op de website te plaatsen om inzicht te geven in de reden waarom dit vraagstuk nog niet is afgerond.
-   Eén vraag over de milieugevolgen van bedrijfsactiviteiten. Deze zaak is wegens de aanwezigheid van een NCP in het betreffende land formeel afgewezen maar er is duidelijke betrokkenheid van Nederlandse partijen waardoor het Nederlandse NCP wel een sterke intermediaire rol vervult. Deze vraag wordt voor het Nederlandse NCP dan ook als lopend beschouwd.

4. Aandachtspunten voor komend jaar
-   In het afgelopen jaar is er door de behandeling van de specifieke vraagstukken minder tijd besteed aan het bekend stellen van de OESO-richtlijnen. Zo heeft het geplande seminar eind 2002 niet plaatsgevonden. In 2003 zal, naast de werkzaamheden ten behoeve van specifieke vragen, communicatie weer meer centraal staan. Bij de communicatie zal zoveel mogelijk naar gerichte "aanhaak momenten" gekeken worden. Dit wil zeggen: aansluiten bij dagen/activiteiten waar belanghebbende partijen toch al aanwezig zijn (bijvoorbeeld de bedrijvendagen van de EVD/Senter, seminars die door NGO's/vakbonden worden georganiseerd). Tevens zal vooral gekeken worden naar activiteiten waarbij alle belanghebbende partijen (bedrijfsleven, vakbonden, ngo's) gezamenlijk bereikt kunnen worden. In het communicatieplan 2003 wordt hier verder op ingegaan. Het communicatieplan heb ik voor u ter inzage bij de griffie laten neerleggen.
-Het te openen Kenniscentrum MVO heeft ook een rol in het bekend stellen van de OESO-richtlijnen.
-   Uit de eerste ervaringen met de behandeling van specifieke vraagstukken is gebleken dat er bij belangstellende partijen behoefte is aan meer informatie gedurende het proces. Tevens zal aandacht besteed worden aan de verduidelijking van de procedure bij het NCP.



( w.g.) mr.drs. J.G. Wijn
Staatssecretaris van Economische Zaken



Bijlagen
1. Brochure OESO-richtlijnen
2. Jaarverslag Nederlands NCP aan de OESO
3. Gezamenlijke verklaring Landelijke India Werkgroep en Adidas

Ter inzage bij de griffie neergelegd:
1. OESO-verslag van de jaarlijkse vergadering van NCP's
2. Communicatieplan NCP 2003



terug

Maatschappelijk verantwoord ondernemen

HOME Landelijke India Werkgroep

Landelijke India Werkgroep - 9 april 2003