Landelijke India Werkgroep
+++ In solidariteit met rechtelozen in India +++


LANDELIJKE INDIA WERKGROEP - RAPPORTEN
2015 - 2014 - 2013 - 2012 - 2011 - 2010 - 2009 - 2008 - 2007 - 2006 - 2005 - 2004 - 2003 - 2002 - 2001 - 2000 - <2000
dec 2016:
Fabric of Slavery - Large-scale forced (child) labour in India's spinning mills (PAPER LIW):
Een nieuw onderzoek door de Landelijke India Werkgroep (LIW) toont aan dat verschillende vormen van moderne slavernij, waaronder ook kinderslavernij, voorkomen in meer dan 90% van de spinnerijen in Zuid-India. Zuid-Indiase spinnerijen leveren garen voor Indiase, Bengalese en Chinese kledingfabrieken die produceren voor de Westerse markt.
Het rapport Fabric of Slavery onthult de schaal waarop jonge meisjes en vrouwen onderworpen zijn aan werkgevers die hun loon inhouden of hen opsluiten in door het bedrijf gecontroleerde hostels. Ze maken lange werkdagen, zijn slachtoffer van seksuele intimidatie en verdienen zelfs niet het minimumloon. Gerard Oonk, directeur van de LIW: “We kaarten de kwestie nu vijf jaar aan, maar ook voor ons kwam de omvang van dit probleem als een schok.”

dec 2016:
Geen Ongewenste Intimiteiten - De strijd tegen seksueel geweld op het werk wereldwijd (BROCHURE LIW/Mondiaal FNV):
De strijd tussen de seksen is van alle tijden, en bij sommige soorten gaat het er hard aan toe. Neem de bijna-verdrinkingsdood van de vrouwtjeseend die wordt beklommen door een bronstige woerd, of de vrouwtjesspin die na de paring het mannetje opeet. Wij mensen doen het anders. Denken we. De gelijkwaardigheid van man en vrouw mag hier en daar nog te wensen overlaten, maar seksueel geweld is in geen enkele cultuur normaal. Toch?
De werkelijkheid is weerbarstiger. In de kledingfabrieken in de Zuid-Indiase stad Bangalore bijvoorbeeld, waar aanranding en verkrachting aan de orde van de dag zijn.
Brochure van Landelijke India Werkgroep en Mondiaal FNV over seksuele agressie op de werkvloer. Gepubliceerd n.a.v. een bijeenkomst van - vooral vrouwelijke - internationale deskundigen uit Bangladesh, India, Argentinië, Tanzania, Myanmar, Indonesië en Nederland.

sep 2016:
Uitgekleed-Aangekleed: Nederlandse merken, hoge werkdruk en lage lonen in Indiase kledingfabrieken (RAPPORT Schone Kleren Campagne/LIW):
De arbeidsomstandigheden in fabrieken in India waar Nederlandse kledingmerken worden gemaakt zijn ronduit slecht. Geen enkele kledingarbeider verdient een leefbaar loon. Ruim een derde van de werknemers krijgt niet eens het minimumloon. Verplicht overwerk wordt vaak niet uitbetaald, intimidatie is aan de orde van de dag en vrouwen verdienen minder dan mannen. Ook doen sommige fabrieken niks aan sociale verzekeringen en ziektekosten.
Dat en meer blijkt uit het onderzoek Uitgekleed-Aangekleed van Schone Kleren Campagne en Landelijke India Werkgroep.

aug 2016:
Certified Unilever Tea - A Cup Half Empty: Follow-up study on working conditions in Rainforest Alliance certified tea plantations in India (RAPPORT LIW):
Het rapport Certified Unilever Tea - A Cup Half Empty, gepubliceerd door de Landelijke India Werkgroep (LIW), laat zien dat de arbeids­omstandig­heden op twee door Rainforest Alliance (RA) gecertificeerde Indiase theeplantages die thee aan Unilever leveren wel zijn verbeterd, maar nog steeds 'onder de maat' blijven. Dat geldt met name voor tijdelijke arbeids­krachten. Lonen - tussen € 3 en iets meer dan € 4 - zijn veel minder dan een leefbaar loon van ongeveer € 7,50. Het aandeel van tijdelijke krachten binnen het personeels­bestand is sterk toegenomen. De meeste van hen zijn migranten of gepensio­neerde vaste werknemers. Ze genieten niet dezelfde sociale voordelen – waaronder een spaarfonds en crèche faciliteiten - als vaste krachten.
Hoewel RA en Unilever maatregelen hebben genomen om de arbeidsomstandigheden bij deze theeplantages te verbeteren in reactie op de constatering dat van het niet-naleven van arbeidsnormen in 2010, zijn er nog veel zaken gevonden die niet in overeenstemming zijn met de normen van Rainforest Alliance. Deze verdienen onmiddellijke aandacht. Sinds 2010 zijn de omstandigheden voor werknemers op de Havukal en Kairbetta theeplantages enigszins verbeterd. Maar er zijn ernstige problemen met de ongelijke behandeling van tijdelijke arbeidskrachten, ontoereikende vergoeding van gemaakte overuren, onvoldoende voorzorgsmaatregelen bij het werken met pesticiden (bijv. géén verplicht gebruik van persoonlijke beschermingsmiddelen) en het gebrek aan vrijheid van vereniging en vertegenwoordiging van arbeiders.

jan 2016:
Unfree and Unfair - Poor Living Conditions and Restricted Freedom of Movement of Young Migrant Garment Workers in Bangalore (PAPER LIW):
Het artikel Unfree and Unfair ("Onvrij en Onrechtvaardig") toont de slechte levensomstandigheden en beperkte bewegingsvrijheid van jonge migrantwerknemers in de kledingindustrie in de Indiase stad Bangalore. Een groeiend aantal jonge migrantarbeidsters verblijft in hostels die onderdeel zijn van de fabrieken en worden daar ernstig beperkt in hun bewegingsvrijheid. Daarbij zijn hun inkomsten niet genoeg voor een fatsoenlijk leefbaar loon.
De hostels worden gerund door kledingfabrieken in Bangalore die produceren voor toonaangevende multinationale kledingmerken als C&A, H&M, Inditex ('Zara'), GAP en PVH ('Tommy Hilfiger'). In reactie op het concept-artikel deze bedrijven een aantal specifieke acties te ondernemen om de levensomstandigheden van de migrantarbeidsters in de kledingindustrie van Bangalore te verbeteren.

2015
omhoog
nov 2015:
Soiled Seeds : Child Labour and Underpayment of Women in Vegetable Seed Production in India (RAPPORT LIW):
Bijna 156.000 Indiase kinderen werken mee aan de productie van groentezaden van tomaten, hete peper en okra. Circa 50.000 zijn jonger dan 14 jaar. De grote meerderheid van hen zijn Dalits, lage kasten of Adivasi (tribalen). Ze worden blootgesteld aan slechte arbeidsomstandigheden, waaronder giftige pesticiden en lange werkdagen. Ze verlaten meestal de school als ze tussen de 11 en 13 jaar zijn. Het aantal tieners van 14 tot 18 in de groenteteelt nam sinds 2010 met meer dan 37.000 toe.
Bij boeren die voor multinationale ondernemingen werken als East-West Seed (Nederlands), Limagrain (Frans), Sakata (Japans) en Advanta (Indiaas) zijn 10 tot 16% van de kinderen onder de 14 jaar. Veel Indiase bedrijven laten soortgelijke cijfers zien. Bij boeren die aan zaadbedrijven leveren zijn ongeveer 30% van de arbeiders tieners.

jul 2015:
Cotton's Forgotten Children: Child Labour and below Minimum Wages in Hybrid Cottonseed Production in India (RAPPORT LIW/Stop Kinderarbeid):
Bijna een half miljoen Indiase kinderen - waaronder 200.000 jonger dan 14 jaar - werken in de katoenzaadteelt. Dit is een van de schokkende resultaten van het nieuwe rapport Cotton's Forgotten Children van Dr. Davuluri Venkateswarlu, dé Indiase expert op dit gebied. Het aantal kinderen dat in de katoenzaadvelden werkt is sinds het vorige onderzoek uit 2010 met bijna 100.000 gestegen. Kinderen onder de 18 vormen ongeveer 60% van de arbeiders op de velden van de boeren die hun zaden aan zowel Indiase als multinationale ondernemingen leveren.

mei 2015:
Rock Bottom - Modern Slavery and Child Labour in South Indian Granite Quarries (RAPPORT LIW/Stop Kinderarbeid):
In Indiase steengroeves is massaal sprake van moderne slavernij. Ook kinderarbeid komt regelmatig voor. De meeste Nederlandse importeurs van Indiaas graniet geven niet aan uit welke groeves hun graniet komt of zeggen dat niet te weten.
Dat blijkt uit het rapport Rock Bottom - Modern Slavery and Child Labour in South Indian Granite Quarries van de Landelijke India Werkgroep in samenwerking met de coalitie Stop Kinderarbeid naar de arbeidsomstandigheden bij de granietwinning in het zuiden van India.

2014
omhoog
okt 2014:
Flawed Fabrics – The abuse of girls and women workers in the South Indian textile industry (RAPPORT SOMO/LIW):
Flawed Fabrics, een rapport van de Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Landelijke India Werkgroep (LIW), toont aan dat uitbuiting en dwangarbeid nog steeds de dagelijkse realiteit is in de textielindustrie in Zuid-India. Meisjes en vrouwen werkzaam in de textielfabrieken, worden gedwongen lange uren voor lage lonen te werken. Ze verblijven in slaapzalen en mogen het bedrijfsterrein bijna nooit verlaten. De onderzochte fabrieken leveren aan westerse merken waaronder C&A, Primark en Replay en aan Bengaalse kledingfabrieken. Nederlandse bedrijven zijn nog nauwelijks actief om deze misstanden aan te pakken.

jun 2014:
The Price of Less Child Labour and Higher Wages - Do seed companies in India enable their farmers payment of legal minimum wages? (RAPPORT LIW):
De LIW-publicatie The Price of Less Child Labour and Higher Wages laat zien dat verhoging van de prijs die grote zaadbedrijven in de Indiase deelstaat Andhra Pradesh aan boeren betalen om katoenzaad te verbouwen, de afgelopen jaren tot veel hogere lonen en minder kinderarbeid heeft geleid.
Tussen 2010 en 2013 betaalden de bedrijven bijna 50% meer aan de katoenzaadboeren en stegen de lonen van de landarbeiders met ruim 85%. Over de periode 2004-2013 stegen de lonen met ruim 300% en was de inflatie 100%. De lonen waren in 2003 echter zo laag dat ondanks de forse loonstijging het loon (nu circa €1,65) nog steeds ruim 40% onder het officiële minimumloon ligt.

mei 2014:
Dalit-Vrouwen Rechteloos - Slachtoffers van seksueel geweld eisen hun rechten op (BROCHURE LIW/FNV Mondiaal):
De honderd miljoen kasteloze (ofwel Dalit-) vrouwen in India zijn als groep wellicht het slechtst af van alle vrouwen op de wereld. Dagelijks fungeren zij als menselijk doelwit: seksueel geweld, vernedering, discriminatie, uitbuiting, mishandeling, verkrachting en zelfs moord. Dalit-vrouwen hebben slechts beperkt toegang tot water, voedsel, onderwijs en gezondheidszorg en worden gedwongen tot mensonterend werk. Ook in de kledingindustrie moeten Dalit-meisjes en -vrouwen het zwaar ontgelden. De arbeidsomstandigheden in de Zuid-Indiase kledingfabrieken, waar ook Nederlandse bedrijven zaken mee doen, zijn schokkend. De arbeidsters, in het bijzonder de Dalit-meisjes, zijn 'moderne slaven' en worden vaak geconfronteerd met seksuele intimidatie.
Deze brochure gaat over wat het betekent om een Dalit-vrouw te zijn: veelvuldig het slachtoffer van seksueel en ander geweld, vernedering, discriminatie, uitbuiting en zelfs moord. Het Indiase Forum voor de Rechten van Dalit-Vrouwen en andere vrouwenorganisaties komen voor hen op.

mrt 2014:
‘Small Steps - Big Challenges’ - Update on (tackling) exploitation of girls and young women in the garment industry of South India (PAPER FNV Mondiaal/LIW):
De meeste Nederlandse en internationale bedrijven die kleding uit de Zuid-Indiase deelstaat Tamil Nadu importeren, weigeren inzicht te geven in wat zij doen om ‘gebonden arbeid’ bij hun leveranciers te bestrijden. Naar schatting ruim 100.000 jonge kinderen en tienermeisjes zijn het slachtoffer van ‘gebonden arbeid’ ofwel ‘moderne slavernij’. Deze meisjes – meestal ‘kasteloos’ (Dalit) - wonen in hostels, hebben nauwelijks bewegingsvrijheid, worden onderbetaald voor lange werkdagen en werken onder ongezonde arbeidsomstandigheden.
Dat blijkt uit het paper Small Steps, Big Challenges – Update on (tackling) exploitation of girls and young women in the garment supply chain of South India van FNV Mondiaal en de Landelijke India Werkgroep. Het rapport bespreekt de huidige situatie in Tamil Nadu, de beperkte verbeteringen na eerdere rapporten en acties alsook de reacties van 21 Nederlandse en internationale kledingmerken op de vraag wat zij doen tegen de misstanden. Ook wordt ingegaan op activiteiten van diverse gezamenlijke initiatieven van bedrijven en andere organisaties.

2013
omhoog
jun 2013:
A Tale of Two Companies: The difference between action and inaction in combating child labour (RAPPORT LIW/Stop Kinderarbeid):
Het Indiase bedrijf Bejo Sheetal, een partnerbedrijf van Bejo Zaden uit het Noord-Hollandse Warmenhuizen, tolereert op grote schaal kinderarbeid bij de boeren die aan haar leveren. De boeren die aan Nunhems India - deel van Nunhems in Limburg - zaden leveren werken bijna zonder gebruik te maken van arbeid van kinderen onder de 14. Dat blijkt uit het rapport A Tale of Two Companies van de Landelijke India Werkgroep (LIW) en de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’.
Het Nederlandse groentezaadbedrijf Bejo Zaden is als joint venture partner van Bejo Sheetal mede verantwoordelijk voor de omvangrijke kinderarbeid op de velden in India. Een steekproef bij 30 boeren die aan Bejo Sheetal leveren laat zien dat 18% van de arbeiders die peperzaden verbouwen, kinderen onder de 14 zijn. Dit is 12% bij de teelt van tomatenzaad. De omvangrijke kinderarbeid bleek ook uit het rapport Growing up in the danger fields (2010) van de Landelijke India Werkgroep. De huidige situatie is echter nauwelijks verbeterd.

Dit rapport bevat tevens een reprint van No Child Labour - Better Wages: Impact of elimination of child labour on wages and working conditions of adult labour (RAPPORT LIW/FNV Mondiaal) (eerder gepubliceerd in nov 2010)


mrt 2013:
Time for Transparency: The case of the Tamil Nadu textile and garment industry (PAPER SOMO/LIW):
Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en de Landelijke India Werkgroep (LIW) deden in de afgelopen jaren onderzoek naar misstanden bij textiel- en kledingproductie in de deelstaat Tamil Nadu (India). Het bleek een complexe legpuzzel om de juiste verbanden te kunnen leggen tussen de onderzochte fabrikanten en hun afnemers. Lokale fabrieken, bekende kledingmerken en retailers maken slechts mondjesmaat bekend met wie zij zakendoen. Waar kledingmerken hun producten laten maken is niet eenvoudig te achterhalen. Terwijl volgens internationale richtlijnen bedrijven hun keten in kaart moeten brengen en die informatie toegankelijk moeten maken voor belanghebbenden, doen de meeste bedrijven dit niet. In de notitie Time for Transparency zetten SOMO en de Landelijke India Werkgroep (LIW) uiteen waarom de kledingindustrie transparanter moet worden en wordt informatie onthuld die normaal verborgen blijft voor consumenten en belanghebbenden.

2012
omhoog
dec 2012:
Wages of Inequality - Wage Discrimination and Underpayment in Hybrid Seed Production in India (RAPPORT Fair Labor Association/LIW):
Dit rapport is gebaseerd op een veldonderzoek van Dr. Davuluri Venkateswarlu en Mr. Jacob Kalle naar de lonen van arbeiders – vrouwen, mannen en kinderen – in de teelt van katoen- en groentezaden in vier Indiase deelstaten. Zij werken bij boeren die zaden verbouwen voor zowel Indiase als multinationale bedrijven. Bij de laatste gaat het onder meer om Monsanto, Syngenta, Dupont, US Agri, East-West Seeds, Bayer (en haar Nederlandse dochter Nunhems) en Bejo Sheetal, waarin het Nederlandse Bejo Zaden een minderheidsbelang heeft. Deze bedrijven zijn ook actief op de Nederlandse markt, hoewel niet met zaden die in India zijn geteeld.

jul 2012:
Bonded (child) labour in the South Indian Garment Industry: An Update of Debate and Action on the 'Sumangali Scheme' (RAPPORT SOMO/LIW):
In a year time, the Centre for Research on Multinational Corporations (SOMO) and the India Committee of the Netherlands (ICN) have published two major reports documenting the exploitation of Dalit girls in the South Indian garment industry that produces for European and US markets.
This update zooms in on on-going abuses in the Tamil Nadu garment industry, as well as on the debate and actions to tackle the `Sumangali Scheme´, that is fuelled by the findings and recommendations of the SOMO and ICN reports.
In May 2011, SOMO and ICN published Captured by Cotton. This report evoked considerable company responses and promises for improving the documented labour rights violations. Almost a year later `Maid in India´ was issued, in which SOMO and ICN together with local human rights groups continue to monitor the commitments of brands, trade associations and CSR initiatives to take concrete action.

apr 2012:
Maid in India – Young Dalit Women Continue to Suffer Exploitative Conditions in India’s Garment Industry (RAPPORT SOMO/LIW):
Europese en Amerikaanse kledingbedrijven zijn er tot nu toe niet in geslaagd de arbeidsomstandigheden bij hun toeleveranciers in Tamil Nadu, Zuid-India, structureel te verbeteren. Ondanks mooie beloften en een aantal goedbedoelde initiatieven zijn de arbeidsomstandigheden in de Zuid-Indiase kledingindustrie nog steeds zeer slecht. Tot op de dag van vandaag werken duizenden vrouwen en meisjes onder omstandigheden die niet anders kunnen worden aangeduid dan als gebonden arbeid. Dit stellen SOMO en LIW in hun rapport Maid in India, gepubliceerd op 25 april 2012.

mrt 2012:
Still 'Captured by Cotton'? – Update on exploitation of women workers in the garment industry in Tamil Nadu, South India (RAPPORT SOMO/LIW):
Stichting Onderzoek Multinationale Ondernemingen (SOMO) en Landelijke India Werkgroep (LIW) presenteren een voorproefje van een nieuw rapport over misstanden in de Zuid-Indiase kledingindustrie dat in april uitkomt. Dit voorproefje wordt gepubliceerd naar aanleiding van een bijeenkomst van de Sumangali Bonded Labour groep van het Engelse Ethical Trade Initiative (ETI). SOMO en LIW roepen kledingmerken op om hun verantwoordelijkheid te nemen en ervoor te zorgen dat de rechten van werknemers worden gerespecteerd in de gehele productieketen.
In mei 2011 publiceerden SOMO en LIW het rapport Captured by Cotton – Exploited Dalit girls produce garments in India for European and US markets. Dit rapport bevatte verontrustend bewijsmateriaal en onthulde dat meisjes uit de Dalit- en lagere kastegroepen onder erbarmelijke werkomstandigheden producten maken voor grote kledingmerken in Tamil Nadu in Zuid-India.
Een vervolgrapport van SOMO en LIW verschijnt in april 2012. Er is nieuw veldonderzoek gedaan, inclusief interviews met bijna 200 vrouwelijke werknemers. Het nieuwe rapport belicht de actuele situatie bij de vier kledingfabrikanten die eerder onderzocht zijn. Na het eerste rapport hebben SOMO en LIW in kaart gebracht wat deze fabrikanten aan maatregelen hebben beloofd om misstanden op de werkvloer tegen te gaan, welke maatregelen daadwerkelijk zijn gerealiseerd en wat het effect daarvan is.

2011
omhoog
okt 2011:
Certified Unilever Tea – Small Cup, Big Difference? (RAPPORT SOMO/LIW):
Arbeiders die thee plukken voor Unilever in India en Kenia hebben te kampen met problematische arbeidsomstandigheden en arbeidsrechtenschendingen, ook als deze thee het duurzaamheidscertificaat Rainforest Alliance draagt. Dat is een belangrijke bevinding uit het rapport Certified Unilever Tea - Small cup, big difference? van SOMO en LIW.
Theeplukkers op Unilever's eigen plantage in Kenia hebben last van corruptie en seksuele intimidatie door chanterende werkopzichters, discriminatie en slechte huisvesting. Ook beklaagden velen zich erover dat ze geen zicht hadden op een vast contract met bijbehorende betere arbeidsvoorwaarden. Het bedrijf ontloopt vaste dienstverbanden door werknemers voor een periode van minimaal een maand te ontslaan waarna ze weer aangenomen worden.

mei 2011:
Captured by Cotton – Exploited Dalit girls produce garments in India for European and US markets (RAPPORT SOMO/LIW):
Europese en Amerikaanse bedrijven laten kleding maken in Tamil Nadu (India) door meisjes onder erbarmelijke omstandigheden. Er is sprake van misbruik en valse beloften. Het gaat veelal om Dalit–meisjes, jonger dan 18 jaar. De meisjes worden te werk gesteld via het ‘Sumangali Scheme’.
SOMO en de Landelijke India Werkgroep (LIW) zetten deze problematiek uiteen in dit rapport. Het rapport besteedt speciale aandacht aan vier grote Indiase geïntegreerde producenten: Eastman, SSM India, Bannari Amman en KPR Mill. Zij leveren aan o.a. Bestseller (o.a. Only, Jack & Jones), C&A, Diesel, GAP, Marks & Spencer, Primark, Tommy Hilfiger en Inditex (o.a. Zara). Een aantal bedrijven zet zich in voor verbeteringen, maar uitbuiting komt desondanks nog veelvuldig voor.

2010
omhoog

jun 2010:
Growing Up in the Danger Fields: Child and Adult Labour in Vegetable Seed Production in India (RAPPORT ILRF/LIW/Stop Kinderarbeid):
Meer dan een half miljoen kinderen (533.869) onder de 18 jaar werken in India in de teelt van zaden, ook voor Nederlandse groentezaadbedrijven als Advanta en Bejo Zaden. Circa 230.000 kinderen zijn nog onder de 14 jaar. De kinderen werken 10 tot 12 uur per dag en worden blootgesteld aan giftige pesticiden. Grote multinationals en Indiase zaadbedrijven hebben hun zaadproductie via agenten uitbesteed aan vele kleine en marginale boeren.
Kinderarbeid in de Indiase katoenzaadteelt onder de 14 jaar is nog steeds een heel groot probleem maar is door initiatieven van overheid, bedrijven en lokale organisaties met 25% afgenomen. Waar kinderarbeid goeddeels is uitgebannen, bijvoorbeeld door het werk van de lokale organisatie MV Foundation, zijn de lonen van de volwassenen vaak flink gestegen. Meestal wordt echter het officiële minimumloon – meestal bijna twee euro per dag – aan bijna niemand betaald. Vrouwen verdienen 50 tot 60% minder dan mannen, kinderen nog veel minder.
Dit zijn enkele belangrijke uitkomsten van twee nieuwe veldonderzoeken die vandaag zijn gepubliceerd door de Landelijke India Werkgroep (LIW), het Amerikaanse International Labor Rights Forum (ILRF) en de campagne ‘Stop Kinderarbeid – School, de beste werkplaats’. Meer dan 90% van de totale Indiase katoen- en groentezaad productie is onderzocht in de deelstaten Gujarat, Andhra Pradesh, Karnataka en Tamil Nadu voor katoenzaad en Maharashtra, Gujarat en Karnataka voor tomaat-, peper-, okra- en auberginezaden.

2007
omhoog
sep 2007:
Child Bondage Continues in Indian Cotton Supply Chain: More than 400,000 children in India involved in hybrid cottonseed cultivation (RAPPORT OECD Watch/DWHH/LIW/EWN NRW/ILRF):
Meer dan 416.000 kinderen onder de 18, waarvan bijna 225.000 jonger dan 14 jaar, zijn slachtoffer van uitbuiting op de katoenzaadvelden van India. Zij zitten aan het begin van de keten van kleding en katoenproducten die ook in Nederland worden verkocht. Omdat zij tijdens het productieseizoen – dat nú gaande is – niet weg mogen, gaat het in feite om kindslaven, merendeels meisjes.
Dit blijkt uit het rapport Child bondage continues in Indian cotton supply chain dat werd gepubliceerd door Landelijke India India Werkgroep (LIW) en vier andere organisaties. Het rapport is gebaseerd op veldonderzoek in vier Indiase deelstaten door dé export op dit gebied, Dr. Davuluri Venkateswarlu.

jun 2007:
Seeds of Change: Impact of Interventions by Bayer and Monsanto on the Elimination of Child Labour on Farms Producing Hybrid Cottonseed in India (RAPPORT OECD Watch/DWHH/LIW/EWN NRW/ILRF):
Multinational companies Bayer and Monsanto have, under a combination of local and international pressure, began to tackle the issue of child labour in their cotton seed supply chain in India. However, both companies are still unprepared to tackle the issue in other states in which they are expanding their production.
This is the conclusion of the report, titled Seeds of Change. The author Dr. Davuluri Venkateswarlu assesses the follow-up by the two companies on commitments to a joint action plan. The report is released in advance of World Day Against Child Labor taking place on June 12.

2006
omhoog
sep 2006:
From Quarry to Graveyard - Corporate social responsibility in the natural stone sector (RAPPORT CREM/LIW/SOMO):
Mensonterende arbeidsomstandigheden en de grootschalige milieuvernietiging bij de natuursteenproductie in India. Dat beschrijft het rapport From Quarry to Graveyard - Corporate social responsibility in the natural stone sector. Ook geeft het rapport inzicht in de Nederlandse natuursteenmarkt en hoe Nederlandse bedrijven in de natuursteensector een voorzichtig begin maken met maatschappelijk verantwoord ondernemen.
Zwaar en ongezond werk voor lage lonen, kinderarbeid, ‘gebonden arbeid’, discriminatie en achterstelling van Dalits (‘kastelozen’) en Adivasi (inheemse volken) gaan bijna standaard gepaard met de productie van natuursteen in India. Het rapport gaat ook in op de aantasting van het milieu door de winning en verwerking van natuursteen, zoals verstoring van de waterhuishouding, verlies van landbouw- en bosgebieden, onverantwoorde afvalverwerking en hoge uitstoot van stofdeeltjes. Daarnaast zijn illegale mijnbouw en corruptie veelvoorkomende problemen.

mrt 2006:
Sustainabilitea: The Dutch Tea Market and Corporate Social Responsibility (RAPPORT SOMO/ProFound/LIW):
Worldwide, and also in the Netherlands, tea is a popular beverage. Tea grows in tropical and subtropical countries, and several developing countries are strongly dependent on tea for their export earnings. Over the last decades, several tea-producing countries have increased their production levels, which has resulted in an worldwide oversupply of tea. Since 1980, the real price of tea has fallen by at least 15 percent. With falling prices and rising input costs, there is pressure to limit the labour costs of workers in the production of tea. At the same time there is an urgent need for improvement of labour, social, ecological and economic conditions throughout the tea sector in the global south.
The first part of the report provides an overview of the global tea market and a description of a tea value chain. In particular, the report focuses on the Dutch tea market: consumption, production and the major players on the Dutch market. The second part of the report examines labour, social, ecological and economic issues in the tea sector. Current responsible business initiatives of mayor players on the Dutch tea market are analysed on the basis of internationally agreed upon standards and operational principles. An overview is also given of the social organisations, including trade unions, active in tea producing and consuming countries.

2005
omhoog
dec 2005:
Budhpura 'Ground Zero' - Sandstone quarrying in India (RAPPORT LIW):
De winning van de zandsteen die Nederland importeert uit de Indiase deelstaat Rajasthan gaat gepaard met mensonwaardige arbeidsomstandigheden en ernstige milieuschade.
Dat blijkt uit het door de Landelijke India Werkgroep (LIW) gepubliceerde rapport Budhpura ‘Ground Zero’ – Sandstone quarrying in India. In het rapport wordt een indringend beeld geschetst van de situatie in Budhpura, een dorp in het Bundi district van de Indiase deelstaat Rajasthan.
Steengroeven zoals die in Budhpura leveren voor de Indiase markt, maar ook voor de export. Nederland importeerde in 2003-2004 werd ter waarde van $2,35 miljoen zandsteen uit Rajasthan. De binnenstad van de Nederlandse gemeente Kampen is bijvoorbeeld deels geplaveid met zandsteen uit Budhpura. Zandsteen wordt ook gebruikt voor vloeren, tegels, decoratieve stenen in tuinen etc. Samen met Natuur en Milieu dringt de LIW er bij de Nederlandse natuursteenbedrijven en de overheid op aan om een actieve rol te spelen bij het oplossen van de problemen in de natuursteenketen. Niet stoppen met de import dus, dat leidt alleen tot grotere problemen. Brancheorganisaties als VNNI en ABN en een aantal grote natuursteenbedrijven onderkennen de problematiek en hebben te kennen gegeven zich voor verbetering te willen inzetten. De Nederlandse overheid heeft besloten voor 2010 al haar producten, waaronder dus ook natuursteen, duurzaam in te kopen.


okt 2005:
The Price of Childhood - On the link between prices paid to farmers and the use of child labour in cottonseed production in Andhra Pradesh (RAPPORT LIW/International Labor Rights Fund/Eine Welt Netz NRW):
The principal aim of this study is to examine whether or not the procurement price policy of the seed companies has any relationship with the widespread use of child labour in hybrid cottonseed production in Andhra Pradesh. The issue has acquired particular significance in the context of recent debate on this issue where contrasting views are expressed by the seed industry on the one hand, and child rights advocacy/campaign groups and farmers’ organisations on the other.
The issue of child labour in hybrid cottonseed production in the state of Andhra Pradesh, India has recently received attention from national and international media, government, Non Governmental Organisations (NGOs), social investor groups, international agencies like ILO/IPEC, UNICEF and UNDP and the seed industry. The uniqueness of the child labour problem in hybrid cottonseed production is that the majority of workers in this sector are children, particularly girls. No other industry in India has such a high proportion of child labour in its workforce. The exploitation of child labour in this industry is linked to larger market forces. Children are employed on a long-term contract basis through advances and loans extended to their parents by local seed farmers. These farmers, in turn, have agreements with seed companies (local, national and trans-national) who produce and market hybrid cotton seeds.

2004
omhoog
okt 2004:
Child Labour in Hybrid Cottonseed Production in Andhra Pradesh: Recent Developments (RAPPORT LIW):
The issue of child labour in hybrid cottonseed production in the state of Andhra Pradesh, India, has recently received national and international media attention. A number of initiatives to address the problem have been undertaken by the Government, Non Governmental Organisations (NGOs), the seed industry and international agencies like ILO-IPEC, UNICEF and UNDP.
The publication of reports by the Business and Community Foundation and Plan International in 2001 and the India Committee of the Netherlands (ICN) in 2003, pointed out the role of large-scale national and multinational seed companies (MNCs) contributing to the problem of child labour in cottonseed sector. A subsequent campaign initiated by NGOs, trade unions and social investors in The Netherlands, Germany, UK and USA has put the multinational companies (MNCs) who are producing and marketing hybrid cottonseeds in India under severe pressure to pay serious attention to the problem. As a result, several national and MNCs acknowledged the problem of child labour in the seed industry and have recently come forward to initiate steps to address the problem. In addition to the seed companies, the state government, local NGOs, and international bodies like ILO-IPEC, UNICEF, UNDP have also initiated several measures to address the problem of child labour in general and cottonseed production in particular. This study is an attempt to critically examine the recent interventions and their impact on the nature and magnitude of the child labour problem in hybrid cottonseed production in Andhra Pradesh.

okt 2004:
Child Labour in Hybrid Cottonseed Production in Gujarat and Karnataka (RAPPORT LIW):
Hybrid cottonseed is one of the fastest growing industries in India. India is the first country in the world to introduce hybrid varieties in cotton crop for commercial cultivation. In 1970, the world's first cotton hybrid H4 was released for commercial production by the Government of India Cotton Research Station situated at Surat in the state of Gujarat. Since then, a number of new hybrids have entered the market and its use has been rapidly increasing. Approximately 22 million acres of land in India is used for cultivating cotton, out of which 10 million acres (45% of total cotton area) is currently covered under hybrid varieties. The country has earned the distinction of having the largest area under cotton cultivation in the world accounting for 21% of the world's total cotton area and 12% of global cotton production.1 Nearly 95% of the hybrid cottonseed produced in India is used for internal consumption while the remaining is exported mainly to South East Asian countries.

2003
omhoog
apr 2003:
Child Labour and Trans-National Seed Companies in Hybrid Cotton Seed Production in Andhra Pradesh (RAPPORT LIW):
A new system of employing female children as 'bonded labourers' has come into practice on hybrid cottonseed farms in south India in recent years. Local seed farmers, who cultivate hybrid cottonseeds for national and Multinational Seed Companies, secure the labour of girls by offering loans to their parents in advance of cultivation, compelling the girls to work at the terms set by the employer for the entire season, and, in practice, for several years. These girls work long days, are paid very little, are deprived of an education and are exposed for long periods to dangerous agricultural chemicals.
The introduction of hybrid cottonseeds in the early 1970s has brought significant changes in the quantity and quality of cotton production in India. It has not only contributed to the rise in productivity and quality of cotton, but has also helped to generate substantial amount of additional employment in the agricultural sector. Despite its positive contribution, hybrid cottonseed production gave rise to new forms of labour exploitation which involves the employment of female children as bonded labour and large scale exploitation of them. An important feature of hybrid cottonseed production is that it is highly labour intensive and female children are employed in most of its operations.

2002
omhoog
jul 2002:
Labour Standards in the Sports Goods Industry in India - with special reference to Child Labour: A Case for Corporate Social Responsibility (RAPPORT LIW/TATA) (zie ook samenvatting):
This study seeks to (re)examine the issue/problem of child labour and other labour standards in the football industry in India. This builds upon the previous studies done on the industry in the recent past.
A study on the status of child labour in the industry was done in 1998 by V.V. Giri National Labour Institute (India). In June 2000 the India Committee of the Netherlands (ICN) published the report The Dark Side of Football - Child and Adult Labour in India's Football Industry and the Role of FIFA. This study showed that the contractual agreements between FIFA and the football manufacturing companies who use FIFA and FIFA-owned logos are violated with regard to almost all the labour rights that are an integral part of those contracts.
As a follow-up to these reports and the FIFA-supported monitoring and rehabilitation programme started in 2000 by the Sports Goods Foundation of India (SGFI), it was deemed fit to re-examine the current status in the industry. ICN contracted the services of the Social Sector Group, Tata Consultancy Services (TCS) in New Delhi to do an objective assessment of the ground realities.

2000
omhoog
jun 2000:
The Dark Side of Football: Child and adult labour in India's football industry and the role of FIFA (RAPPORT LIW):
This report takes a close look at child labour and working conditions in the sport goods industry in Punjab, India.
It also describes and discusses the various initiatives taken nationally and internationally to tackle these issues. In India the initiatives of the South Asian Coalition on Child Servitude (SACCS) and the Sports Goods Foundation of India (SGFI) are among the most prominent.
Internationally the World Federation of Sporting Goods Industry (WFSGI), FIFA and its licensing organization ISL (International Sports and Leisure), the International Confederation of Free Trade Unions (ICFTU) as well as the major sports goods companies play an important role. The International Labour Organization (ILO) and UNICEF are other major players in the field of child rights and labour rights.
This publication is the result of consulting many sources, not only written information but also a number of organizations who are closely involved in the issues at stake.
A very important source of information has been the authoritative report Child labour in the sports goods industry - Jalandhar, A case study based on research conducted by the V.V. Giri National Labour Institute, India.

1997
omhoog
nov 1997:
Geen roos zonder doornen: Exportbloemen uit India (RAPPORT LIW) (Engelstalige versie):
Kritische kijk naar de opkomst van de bloemenindustrie in India. Wie zijn de investeerders in deze sector, waar gaan de winsten heen en wie profiteren van de omvangrijke overheidssubsidies? Is de internationale handel in snijbloemen echt zo perspectiefrijk als vaak wordt beweerd? Is er behalve een groeiende vraag naar snijbloemen ook een sterk groeiend aanbod? Raakt de wereldmarkt daardoor niet overvoerd en dreigt er niet een ineenstorting van de markt? Wat zijn de milieugevolgen van de bloementeelt en welke preventieve maatregelen worden er genomen om milieuschade te voorkomen? Hoe zijn de arbeidsomstandigheden in de bloemensector? Hoe wordt er omgesprongen met de gezondheidsrisico's van pesticiden?
Dat zijn de vragen waarop dit rapport ingaat. De tekst is gebaseerd op interviews en documenten die de auteur heeft verzameld in India in de eerste helft van 1997. De nadruk ligt op de regio Bangalore, de belangrijkste regio voor de productie van snijbloemen in India. Er is veel aandacht voor de activiteiten van de Nederlanders. Zij spelen een belangrijke rol bij de opkomst van de Indiase bloemenindustrie.

1996
omhoog
nov 1996:
Child and adult labour in the export-oriented garment and gem polishing industry of India with case studies from Tirupur, Bangalore, Jaipur and Trichy (RAPPORT LIW):
This study has been undertaken at the request of the India Committee of the Netherlands (ICN) and the South Asian Coalition on Child Servitude (SACCS) in India.
It is the shared opinion of SACCS and ICN that cooperation between organizations in India and the western countries can play an important role in working towards the elimination of child labour in export industries like the garment industry and the gem polishing industry. The successful example of the Rugmark-label for oriental carpets without child labour - which was initiated amongst others by SACCS - has shown that positive action by non-governmental organizations, the industry and consumers can be of great help as a strategy to progressively eradicate child labour from a certain industry.
The study makes it abundantly clear that the problem of child labour in the garment and gem polishing industry is serious and needs to be tackled urgently. In India 'child labour networks' like SACCS and the Campaign Against Against Child Labour (CACL) have already created a climate for positive action by industry and government.

sep 1996:
Kinderarbeid in India (INFO SCHOLIEREN AO-reeks):
Kinderarbeid: is dat een probleem? In Nederland hebben toch ook tienduizenden kinderen een bijbaantje: ze brengen kranten rond, passen op baby's of wassen de auto van de buurman? Dàt is inderdaad geen probleem. Het wordt wèl een probleem als kinderen door hun werk niet naar school kunnen. Of als dat werk hun ontwikkeling en gezondheid bedreigt. In Nederland bestond dat probleem tot begin deze eeuw nog volop. Wetten tegen kinderarbeid en de leerplicht hebben daar gelukkig een eind aan gemaakt.
In India is dat anders. Daar is het nog 'gewoon' dat een tienjarig meisje de hele week als dienstmeid werkt of dat een jongen van elf lange dagen maakt in een levensgevaarlijke glasfabriek. Niet alleen worden ze zo van hun jeugd 'beroofd', maar ook hun toekomst ziet er slecht uit. Van dit soort kinderarbeid zijn meer dan 200 miljoen kinderen in de hele wereld de dupe, waarvan minstens 50 miljoen in India. Gelukkig komen er steeds meer protesten tegen kinderarbeid. In Nederland kunnen we het nodige doen om kinderarbeid de wereld uit te helpen.