terug

BRIEF

van Amnesty International en de Landelijke India Werkgroep (d.d. 12 december 2000)
gericht aan leden van de Sociaal-Economische Raad.

 



Sociaal - Economische Raad
t.a.v. drs. H. van der Graaff
Postbus 90405
2509 LK Den Haag



Datum
12 december 2000


Onderwerp
Ontwerpadvies over maatschappelijk ondernemen



ref.1202mvo.ser


Geachte leden van de Raad,

Op 30 november jl. stuurden ondergetekenden een uitvoerige reactie op het ontwerpadvies over maatschappelijk ondernemen aan de gelijknamige commissie van de Sociaal - Economische Raad.
Hierbij willen wij graag in kort bestek onze belangrijkste bezwaren tegen het ontwerpadvies 'De winst van waarden' onder uw aandacht brengen.

Ons meest fundamentele bezwaar is dat in het advies nauwelijks onderscheid wordt gemaakt tussen de nationale en de internationale dimensie van maatschappelijk ondernemen. De analyse en argumentatie met betrekking tot de Nederlandse verhoudingen wordt, meestal impliciet, gebruikt om ook de internationale dimensie van verantwoord ondernemen te benaderen. Een analyse van de internationale dimensie van maatschappelijk ondernemen, en de (mogelijke) rol van verschillende actoren daarin, ontbreekt bijna geheel.
Bij maatschappelijk verantwoord ondernemen in internationaal verband gaat het vooral om de verantwoordelijkheid van multinationale bedrijven voor naleving van internationaal aanvaarde arbeids-, mensenrechten- en milieunormen. In tal van situaties worden deze normen en rechten (mede) door bedrijven geschonden, vooral waar wetgeving en/of overheidshandhaving ontbreekt. In Nederland zijn de meeste van deze rechten, bijvoorbeeld arbeidsrechten, in effectieve wet- en regelgeving of andere afspraken vastgelegd. Dat geldt niet voor een groot aantal landen in 'Zuid en Oost'.

Het niet onderscheiden van de nationale en internationale dimensie wreekt zich vooral waar internationaal aanvaarde normenstelsels als de Universele Verklaring van de Rechten van de Mens (UVRM) en de IAO-verdragen, in de filosofie van het advies stelselmatig ondergeschikt worden gemaakt aan de vrije keus van de ondernemer. Zo stelt het advies bijvoorbeeld dat "een bedrijfscode kan worden benut om expliciet aan te geven welke relevante internationale codes de onderneming onderschrijft, zoals OESO-richtlijnen en IAO-normen". In tegenspraak daarmee wordt overigens elders in het advies gesteld dat geratificeerde IAO-normen bindend worden geacht voor ondernemers en werknemers.

Ondergetekenden zijn van mening dat de SER een fundamenteel verkeerd en onjuist signaal zou afgeven als naleving van met name fundamentele arbeidsrechten als vrijheid van vakvereniging, het recht op collectief onderhandelen, het verbod op dwangarbeid en kinderarbeid en het verbod op discriminatie in arbeid en beroepsuitoefening, aan de vrije keuze van de ondernemer zou worden overgelaten. Datzelfde geldt ook voor andere geratificeerde IAO normen alsmede de aspecten van de UVRM en andere internationale rechtsnormen die verantwoordelijkheden voor ondernemingen impliceren. Weliswaar ontbreken momenteel internationaal de juridische mechanismen om naleving door ondernemingen zo nodig af te dwingen, maar dat leidt juist tot de vraag hoe naleving van breed aanvaarde normen bevorderd kan worden en welke verantwoordelijkheid bedrijven, overheden en andere (internationale) organisaties daarvoor dragen.

Wat betreft de concrete aanbevelingen in het ontwerpadvies, is onze reactie gebaseerd op het uitgangspunt dat de Nederlandse overheid gehouden is om door haar ondertekende arbeids-, mensenrechten- en milieuverdragen zo effectief mogelijk te 'vertalen' naar het gedrag van andere 'actoren', waaronder het bedrijfsleven. Daarom is een actief overheidsbeleid met betrekking tot maatschappelijk ondernemen, ook in het buitenland, vereist.

In dat licht betreuren wij het ten zeerste dat de commissie uitbreiding van een wettelijke verantwoordingsplicht afwijst. De gebruikte argumenten - de 'veelheid van verschijningsvormen' en de 'veelheid van informatie daarover' - zijn geen redenen om ondernemingen niet te vragen om in elk geval te rapporteren over (hun plan tot aanpak van) naleving van de fundamentele arbeidsnormen plus een vorm van onafhankelijke verificatie daarvan. Daarnaast kan de Raad voor de Jaarverslaglegging worden gevraagd om op basis van bestaande normen en standaarden (IAO etc.) methodieken voor 'maatschappelijke rapportage' te inventariseren en zo nodig te ontwikkelen. Na overleg met bedrijfsleven, vakbeweging en maatschappelijke organisaties, zou de overheid voor een aantal normen rapportagemethodieken kunnen verplichten en voor andere kunnen aanbevelen.

In het ontwerpadvies wordt een zeer beperkte rol voor het, (mede) door de overheid te financieren, 'informatiecentrum verantwoord ondernemen' bepleit. De functie daarvan reikt in de visie van de commissie niet verder dan het 'inzichtelijk maken en doorverwijzen naar bestaande informatiebronnen. Wij pleiten voor een actief kennis- en promotiecentrum verantwoord ondernemen, dat meer doet dan het verschaffen van informatie. Zo'n centrum zou, onder meer door onderzoek, proefprojecten en ontwikkeling van criteria voor onder meer externe verificatie, samen met bedrijven, maatschappelijke organisaties en wetenschappelijke instellingen een belangrijke stimulerende rol moeten spelen bij het in de praktijk brengen bij maatschappelijk ondernemen in de internationale praktijk. Een sterke inbreng uit 'het Zuiden' is daarbij onontbeerlijk.

Tenslotte spreken we er onze teleurstelling over uit dat het 'maatschappelijk ondernemerschap' van de overheid niet nader wordt uitgewerkt en vooral van vraagtekens wordt voorzien. Juist de overheid kan een zeer belangrijke voorbeeldfunctie vervullen, juist waar het de internationale dimensie van maatschappelijk ondernemen betreft.

Wij hopen dat u ons commentaar zult betrekken bij de definitieve vaststelling van het advies 'De winst van waarden'.

Hoogachtend,


Gemma Crijns (Amnesty International)
Gerard Oonk (Landelijke India Werkgroep)




Afdeling Nederland

Keizersgracht 620
Postbus 1968
1000 BZ Amsterdam

T  020 626 44 36
F  020 624 08 89
E  amnesty@amnesty.nl
I   www.amnesty.nl

Postbank 454 000



Amnesty International is een onafhankelijke wereldwijde beweging die werkt voor de vrijlating van gewetensgevangenen, eerlijke processen binnen redelijke termijnen voor alle politieke gevangenen, afschaffing van marteling en van de doodstraf en die zich verzet tegen buitengerechtelijke executie en 'verdwijning'. Amnesty International opereert onafhankelijk van enige overheid, politieke of religieuze stroming en wordt door vrijwillige bijdragen gefinancierd. Amnesty International heeft raadgevende bevoegdheid bij onder meer de Verenigde Naties.




pagina VERANTWOORD ONDERNEMEN

begin document

brief aan SER-commissie Maatschappelijk Ondernemen
(30-11-2000)

Landelijke India Werkgroep - 13 december 2000