terug

PERSBERICHT

2 april 2001

Standpunt kabinet maatschappelijk verantwoord ondernemen
te vrijblijvend

Het kabinetsstandpunt over maatschappelijk verantwoord ondernemen (MVO) is te optimistisch over wat bedrijven in de praktijk doen en te vrijblijvend in haar aanbevelingen. Dat laatste betreft met name de openheid van bedrijven over hun maatschappelijk gedrag én de verantwoordelijkheid van bedrijven die in het buitenland actief zijn. Het te grote optimisme blijkt uit het feit dat slechts 10% van de 2500 grootste bedrijven onlangs de moeite nam om een enquête van Nyenrode en PriceWaterhouseCoopers over dit onderwerp in te vullen.

Zo reageren Amnesty International, de Consumentenbond, de Landelijke India Werkgroep en de Vereniging Milieudefensie op de kabinetsnotitie 'Maatschappelijk verantwoord ondernemen: het perspectief van de overheid', die afgelopen vrijdag door het kabinet is vastgesteld.

Gezien de notitie lijkt het kabinet niet van plan om zich achter het initiatief-wetsvoorstel van PvdA en GroenLinks te scharen om bedrijven te verplichten om - naar eigen inzicht - te rapporteren over hun sociale en milieu-activiteiten in het buitenland. In het manifest 'Profijt van Principes' dat door meer dan vijftig organisaties is onderschreven, wordt juist gepleit voor een rapportageplicht aan de hand van internationaal overeengekomen arbeids- en mensenrechten en milieuverplichtingen. Alleen op basis van betrouwbare informatie kunnen consumenten bewuste keuzen maken bij de aankoop van producten. De overheid dient erop toe te zien dat deze informatie beschikbaar is. Het kabinet heeft slechts om advies gevraagd aan de Raad voor de Jaarverslaglegging.

In de regeringsnotitie ontbreekt verder een lange termijn visie op de verantwoordelijkheid van internationaal opererende Nederlandse bedrijven voor mens en milieu, met name in de product- en uitbestedingsketen die tegenwoordig vaak internationaal van aard is. De Verenigde Naties buigen zich momenteel over richtlijnen voor internationaal opererende bedrijven. Het kabinet zegt daarover niets, evenmin als over de rol van bedrijven bij de naleving van mensenrechten. Ook blijft absoluut onduidelijk hoe het kabinet de regeringen en maatschappelijke organisaties in ontwikkelingslanden wil betrekken en initiatieven die maatschappelijk verantwoord ondernemen in deze landen bevorderen wil steunen.

Positief te waarderen in het kabinetsstandpunt zijn onder meer de verplichting tot naleving van de fundamentele arbeidsnormen (zoals vakbondsvrijheid, non-discriminatie van werknemers en geen kinderarbeid) en het onderzoek naar mogelijke strafbaarstelling van milieudelicten in het buitenland. De voornemens voor een kenniscentrum en een verantwoord inkoopbeleid zijn positief maar absoluut onvoldoende uitgewerkt om ze op hun waarde te kunnen beoordelen. Ook ontbreekt een (model)gedragscode voor bedrijven en een pleidooi voor onafhankelijk controle van bedrijfsgedragscodes en de naleving daarvan.

Het onderzoek dat het kabinet wil doen naar de mogelijkheden om milieudelicten door Nederlandse bedrijven in het buitenland strafbaar te stellen is positief, maar zou aangevuld moeten worden met onderzoek naar het strafbaar stellen van overtreding van fundamentele arbeidsrechten en andere mensenrechten. Dat zou aansluiten bij het standpunt van het kabinet dat bedrijven verplicht zijn deze rechten te respecteren.

Voor de tekst van het Manifest 'Profijt van Principes', zie:
www.indianet.nl/manifest.html.

Voor meer informatie kunt u contact opnemen met:

Melanie Peters (Consumentenbond): 070-4454462 of mobiel 06-51817491
Gerard Oonk (Landelijke India Werkgroep): 030-2321340
Paul de Clerck (Milieudefensie): 020-5507300 of mobiel 06-29593877



Landelijke India Werkgroep - 2 april 2001