terug
Toespraak    
van de Staatssecretaris van Economische Zaken, drs. G. Ybema, op het Symposium Gedragscodes, SER-gebouw, Den Haag, 15 september 1999.




Dames en heren,


Ik ben blij dat u mijn uitnodiging voor dit symposium hebt aangenomen. Uw aanwezigheid geeft aan dat het onderwerp 'gedragscodes voor het internationale bedrijfsleven' ook bij u hoog op de agenda staat.

Voordat ik u deelgenoot maak van mijn ideeën over gedragscodes, lijkt het me goed om nog eens even de context te schetsen.

Gedragscodes zijn 'in'. Dat komt omdat maatschappelijk verantwoord ondernemen 'in' is. En maatschappelijk verantwoord ondernemen - kortgezegd MVO - is 'in' omdat het moet. Van de markt. MVO is dus geen 'hype'. Maar een noodzaak.

Hoe zit dat nu precies? Laat ik eens beginnen met een definitie van maatschappelijke verantwoord ondernemen. Er zijn er namelijk nogal wat in omloop. De omschrijving die mij het meest aanspreekt is de volgende:

Een bedrijf dat maatschappelijk verantwoord onderneemt houdt bij dat ondernemen rekening met de belangen van mens, milieu en maatschappij. In Nederland. En in andere landen waar de onderneming actief is.

Dat laatste brengt ons bij de kern van de zaak: het globaliserings-proces.

Steeds meer grote en kleine Nederlandse bedrijven ontwikkelen activiteiten in het buitenland. Omdat de markt interessant is, de lonen lager zijn of de belastingfaciliteiten aantrekkelijk.

Sommige van die investeringen zijn - zoals de Engelsen dat noemen - 'foot-loose'. Zodra de voorwaarden voor winst-maximalisatie op één plaats afnemen, zoekt men zijn heil weer ergens anders. Dat kan een land zijn waar minder strenge regels gelden. Op het gebied van milieu bijvoorbeeld. Of op het vlak van de mensenrechten.

Een aspect van globalisering is dat bedrijven zich van hun nationale wortels ontdoen. En kritische geesten zeggen dat bedrijven zich daardoor naar believen kunnen onttrekken aan nationale wet- en regelgeving. Dat zijn vaak wetten en regels die bedoeld zijn om eerlijke competitie te waarborgen. Of om het milieu te ontzien. Of werknemers te beschermen. Het zijn regels die moeten voorkomen dat ondernemingen in hun wedijver onethisch handelen of bepaalde normen schenden.

Op mondiaal niveau ontbreekt het de internationale rechtsorde aan instrumenten om bedrijven aan dit soort regels te binden. Bedrijven zijn nu alleen gehouden aan de - al dan niet strikte - wetten en regels van het land waarin men actief is. Verder gaan de verplichtingen niet.

Op dit moment, zeggen de critici, is er een vacuüm waarin multinationals ongebreideld hun gang kunnen gaan. En met'ongebreideld' bedoelen ze dat dit ten koste gaat van mensen. Of van het milieu. Vooral in ontwikkelingslanden. Want daar ontbreekt het vaak aan goede wet- en regelgeving. Of aan de handhaving daarvan.

De situatie die ontstaat is treffend omschreven door Sir Geoffrey Chandler, directeur van Shell International. Het is 'een situatie waarin de on-verantwoordelijken de verantwoordelijken de loef kunnen afsteken'. Dat on-verantwoordelijke gedrag komt de duurzame ontwikkeling - die we allemaal voorstaan - niet ten goede.

En als je het hebt over steekpenningen en corruptie, dan zijn ook dát praktijken die de mondiale economie geen goed doen.
Maar, dames en heren, er zit ook een ándere kant aan globalisering. De mondiale macht van markt en media geeft behoorlijk tegenwicht.

Televisie, internet en krant informeren consument en belangenorganisaties razendsnel over dubieuze praktijken van ondernemingen. Waar ook ter wereld.

En of dat nu op waarheid berust of niet, de consument is grillig én genadeloos. Op het moment dat er een vlekje op het blazoen van een onderneming is gesignaleerd, blijft de knip dicht. De straf van de consument kost geld. De reputatie van een bedrijf krijgt een enorme knauw. En dat terwijl het imago alsmaar belangrijker wordt in de concurrentiestrijd.

Steeds meer bedrijven zien dan ook in dat winst maken niet hetzelfde is als roekeloos wedijveren. En alles doen wat niét bij wet verboden is. Of dat nu in ons eigen land is of in het buitenland.

Bedrijven leggen zichzelf beperkingen op. En krijgen oog voor de - soms negatieve - effecten van hun gedrag op mens en maatschappij.
Dat goede gedrag kost niet alleen maar geld. Er zijn inmiddels heel wat bedrijven die er garen bij spinnen.

Maatschappelijk verantwoord ondernemen, zowel in een nationale als internationale setting, heeft dus naast een ethische drijfveer - die ik hier niet bespreek - ook een economisch motief. Het is vanuit die invalshoek dat ik het onderwerp van vandaag - gedragscodes voor het internationale bedrijfsleven - verder wil uitdiepen.

Dames en heren.

Zoals ik aan het begin al zei, is een gedragscode een instrument. Het is een hulpmiddel waarmee een onderneming zichzelf - en haar werknemers natuurlijk - kan beschermen tegen misstappen. Missers die de morele verontwaardiging van de consument oproepen. En waar de onderneming keihard op wordt afgerekend.

Nu zijn gedragscodes er in soorten en maten. Steeds meer bedrijven maken hun ongeschreven normen, waarden en idealen expliciet. Ze worden vertaald in aanwijzingen over gepast en ongepast gedrag: de 'do's' en 'don'ts' van het zaken doen. Ook - of misschien vooral - in andere landen. Want juist dáár hebben medewerkers houvast nodig in het omgaan met andere normen en waarden.

Er is dus variatie. En dat is goed. Want het ene bedrijf is het andere niet. Wat Shell kan doen is niet per definitie haalbaar voor de firma Jansen. Een code moet je op het lijf geschreven zijn. Anders kun je er niet mee uit de voeten.

In de afgelopen jaren is het aantal gedragscodes fors toegenomen. Bedrijven leggen zichzelf vrijwillig beperkingen op. Die vrijwilligheid is goed. Want strikt genomen kun je integer gedrag - en daar hebben we het over - niet afdwingen.

Integer zijn is vooral een houding. Het betekent dat je probeert je gedrag te laten stroken met de normen en waarden die je jezelf - als individu of als onderneming - hebt opgelegd. Het is een proces waarbij je leert om te doen wat juist is. Onder wisselende omstandigheden. En dat proces, dat komt van binnenuit. Al dan niet na een aanvaring met de buitenwereld.

Variatie en vrijwilligheid. Dat zijn wat mij betreft de ingrediënten voor verandering. Ik hoor u nu denken: Welke rol speelt de overheid dan? Daar kan ik duidelijk over zijn.

Een onderneming wordt niet plotseling integer door met een gedragscode te wapperen. En net zomin bereikt de overheid haar doel met het gebod: u zult een gedragscode opstellen!

Er zijn dus andere wegen die we moeten bewandelen.

Ten eerste.

Nu het bedrijfsleven de hele wereld als werkterrein heeft, moeten we ervoor zorgen dat er een level playing field ontstaat. Zodat onverantwoordelijk gedrag geen voordeel oplevert. We moeten het vacuüm in de internationale regelgeving opvullen. Dat kan natuurlijk het beste in internationaal verband.

Ik vind het tijd om de 23 jaar oude OESO-richtlijnen voor multinationals een eigentijdse invulling te geven. Dat betekent dat we méér plaats moeten inruimen voor belangrijke onderwerpen als respect voor arbeidsnormen, milieu en mensenrechten.

Ik ga me sterk maken voor de opname van de fundamentele arbeidsnormen van de ILO - de Internationale Arbeidsorganisatie - in de OESO-richtlijnen. Het gaat dan om:

  • Vrijheid van vakvereniging;
  • Uitbanning van gedwongen arbeid;
  • Afschaffing van kinderarbeid;
  • En uitbanning van discriminatie bij indienstneming en beroepsuitoefening.
Ten tweede moeten we er voor zorgen dat de moderne richtlijnen van het papier af komen. We moeten de OESO-richtlijnen bredere bekendheid geven. En we moeten méér doen om de naleving van de richtlijnen te stimuleren.

Ten derde. De moderne OESO-richtlijnen vormen een goede basis voor gedragscodes van individuele bedrijven. En - in die lijn doorredenerend - neem ik de suggestie van de Tweede Kamer over om een voorbeeld-code te ontwikkelen. Voor eigen gebruik. Dat wil zeggen, daar waar de overheid producten of diensten uit het buitenland betrekt. Zo'n code moet overigens wél verenigbaar zijn met de internationale afspraken op dit gebied.

Misschien is die code ook geschikt om voor te leggen aan bedrijven waar de overheid aandeelhouder is.

We kunnen die modelcode ook beschikbaar stellen aan bedrijven in het algemeen. Samen met een checklist van dingen waar je aan kunt en moet denken als je met een gedragscode aan de slag gaat. Op die manier kunnen we met name kleinere bedrijven op weg helpen bij het maken van een eigen gedragscode.

Dames en heren.

Gedragscodes, maatschappelijk verantwoord ondernemen - het zijn onderwerpen die te maken hebben met ethiek.

Volgens de filosoof Kant ging het in de filosofie om drie vragen:
- 'Wat mag ik hopen?',
- 'Wat kan ik kennen?'
- en 'Wat moet ik doen?'

Om die laatste vraag draait het in de ethiek.

En het is ook de vraag die voorligt in de discussie over gedragscodes. Een moeilijke vraag. Voor u, in de internationale zakenwereid en in de maatschappij. En voor mij, in Den Haag.

Ik hoop dat we elkaar vanmiddag kunnen helpen om dichter in de buurt van een antwoord te komen.

Ik dank u voor uw aandacht.





pagina VERANTWOORD ONDERNEMEN

begin document

Landelijke India Werkgroep - 1 oktober 1999